Estland

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Republiek Estland
Eesti Vabariik

Flag of Estonia.svg Coat of arms of Estonia.svg EU-Estonia.svg

Hoofdstad Tallinn
Aantal inwoners 1.251.581 (2017)
Oppervlakte 45.339 km²
Regeringsvorm Republiek
President Kersti Kaljulaid (sinds 2016)
Premier Jüri Ratas (sinds 2016)
Godsdienst Protestant (16%)
Russisch-orthodox (14%)
Taal Estisch (eesti keel)
Munteenheid Euro
Volkslied Mu isamaa, mu õnn ja rõõm
Nationale feestdag Onafhankelijkheidsdag (24 februari)
Landcode EST


Põhja-Kõrvemaa Nature Reserve

Estland is een land is het noordoosten van Europa. Het is samen met Letland en Litouwen één van de drie Baltische Staten. Het land grenst in het zuiden aan Letland, in het oosten aan Rusland, in het noorden aan de Finse Golf en in het westen aan de Baltische Zee (Oostzee). De hoofdstad van het land is Tallinn.

Estland heeft een lange geschiedenis, maar bestaat als land erg kort. Het land is onder andere bewoond geweest door de Duitsers, de Zweden en de Russen. Uiteindelijk werd het onderdeel van het Russische Keizerrijk. Tussen 1918 en 1940 was het land onafhankelijk, maar werd tijdens de Tweede Wereldoorlog aangevallen door Duitsland en na de oorlog werd het bij de Sovjet-Unie gevoegd. Estland werd in 1991 onafhankelijk en is één van de rijkste voormalige communistische landen. In 2004 werd het land onderdeel van de Europese Unie en de NAVO en sinds 2011 gebruikt het de euro als de munteenheid.

De officiële taal van het land is het Estisch, dat erg lijkt op het Fins. Het land heeft een goede band met andere Baltische Staten, maar ook met Finland. Estland beschouwd zichzelf als een Noord-Europees land. Estland heeft een grote Russische minderheid en is één van de meest atheïstische landen ter wereld. Estland is ook één van de meest digitale maatschappijen ter wereld. Zo vindt het stemmen via het internet plaats en loopt het land in technologie vooruit op de rest van de wereld.

Geschiedenis

Van de prehistorie tot middeleeuwen

De Russische belegering van de stad Narva in 1558 tijdens de Lijflandse Oorlog.

Estland wordt bewoond sinds het 8.000 v.Chr. In de middeleeuwen werd Estland gekoloniseerd door de Duitsers, de Denen en de Zweden. De Denen gaven het land de naam Estland naar het volk dat in het gebied woonde; de Aesti. Dit volk woonde er al eeuwen en werd ook door de Romein Tacitus beschreven. In Estland werden gedurende de middeleeuwen de eerste steden gesticht; namelijk Tallinn, Tartu, Narva en Pärnu. Deze steden werden onderdeel van de hanze. De steden werden voornamelijk bewoond door Duitsers, terwijl het platteland door de Esten bewoond werd. De Esten op het platteland werkten voornamelijk in dienst van Duitse grootgrondbezitters. De Duitsers bekeerden ook de Esten tot het protestantisme in de 16e eeuw. Het gebied dat de Duitsers in Estland en ook Letland hadden werd de Lijflandse Confederatie genoemd.

De Russische tsaar Ivan de Verschrikkelijke viel Lijfland tijdens de Lijflandse Oorlog in 1561 aan. De confederatie viel hierdoor uiteen en veel gebieden werden onderdeel van het Zweedse deel van Estland. Ook kwamen er delen onder Pools gezag te staan. De handel ging echter gewoon door. Er werd voornamelijk met de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden gehandeld. Estland leverde hout en graan en kreeg van Nederland producten als kaas, boter en diverse duurdere producten. Deze handel wordt de moedernegotie genoemd.

Onderdeel van het Russische Keizerrijk

Tsaar Alexander III was verantwoordelijk voor de russificatie van het Russische Keizerrijk. Nog altijd is dit zichtbaar en levert soms conflicten op.

Onder tsaar Peter de Grote kwam Estland in 1710 definitief onder Russisch gezag te staan als het gevolg van de Grote Noordse Oorlog. De oorlog ging gepaard met een pestepidemie, waardoor een groot deel van de bevolking stierf. Ook werd een deel van de Estische bevolking gedeporteerd naar Tartu en moest de Duitse adel trouw zweren aan Peter de Grote. De tsaar gebruikte de Duitsers om Rusland te moderniseren. Onder het Russische Keizerrijk genoten de Esten echter van minder vrijheid. Het land herstelde zich echter in de late 18e eeuw en 19e eeuw bloeide Estland weer op. Estland was belangrijk voor de voedselvoorziening van het nabijgelegen Sint-Petersburg, de toenmalige hoofdstad van Rusland.

Gedurende de 19e eeuw kregen de Esten veel kritiek op het Russische bestuur en de Duitse adel. Alle grond was in handen van de adel en de Esten moesten in dienst van de Duitse adel staan. Pas rond 1850 kwam hier verbetering in. Er ontstond een Estische burgerij en er kwam onderwijs. Er ontstond langzamerhand een Estische nationaliteit. Vanaf tsaar Alexander III werd er echter gedaan aan russificatie, een proces waarbij de bevolking langzaam Russisch gemaakt wordt. Ondertussen werden fabrieken gebouwd en spoorwegen aangelegd, waardoor veel Esten naar de stad verhuisden. In de steden kwamen ze in aanraking met de Estische nationaliteit. In 1905 brak een revolutie uit, waarbij de Esten landhuizen van de adel in de brand staken en de tsaar dwongen een gekozen volksvertegenwoordiging te kiezen. Deze revolutie vond niet enkel in Estland plaats, maar door het gehele Russische Keizerrijk. De tsaar erkende een vorm van volksvertegenwoordiging. Ook mocht het onderwijs in het Estisch gehouden worden en werd het bestuur van de steden ook Estisch.

Onafhankelijkheid: 1918-1940

"Broeders, schrijf je snel in bij het volksleger": Deze poster komt uit 1918 en was bedoeld om Esten te werven voor het Estische volksleger tijdens de onafhankelijkheidsoorlog.

Als gevolg van de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie brak in 1918 de Estische Onafhankelijkheidsoorlog uit. Nadat de tsaar door de communisten was afgezet, wilden de Esten zelfbestuur. Ondertussen rukte het Duitse leger op na Estland, maar uiteindelijk riep het land de Republiek Estland uit. Deze bestond toen alleen nog op papier, aangezien Estland door de Duitsers bezet werd. De daadwerkelijke onafhankelijk werd tussen 1918 en 1920 uitgevochten. In 1919 werden zowel de Duitsers als de communisten het land uitgezet en 1920 werd de vrede van Tartu ondertekend. Hierbij erkende de nieuwe Sovjet-Unie de onafhankelijkheid van Estland erkend.

De nieuwe republiek hervormde als eerste de landbouw. De landbouwgrond werd grotendeels ingenomen van de Duitse adel door de staat. De staat gaf hiervoor slechts een kleine vergoeding. De staat verdeelde de landbouwgrond onder de Esten om familiebedrijven op te bouwen. Door het herverdelen van de landbouwgrond werd voorkomen dat Estland communistisch werd, aangezien de sociale ongelijkheid veel kleiner werd. Het land exporteerde veel producten naar West-Europa en de overheid stimuleerde de industrie.

Estland werd zwaar getroffen door de economische crisis van de jaren 30. De democratie werd instabiel en de werkloosheid was hoog. In een referendum in 1933 kreeg de president meer bevoegdheden. De president riep hierop een jaar later de noodtoestand uit en kreeg onbeperkte bevoegdheden. Estland werd een fascistisch land. Hoewel de welvaart steeg, waren er oproepen om de democratie te herstellen. Het land nooit gelukt om dit te doen.

Tweede Wereldoorlog en de Sovjet-Unie

Op 23 augustus 1939 sloten Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie de zogeheten Molotov-Ribbentroppact. Hierin werd besloten dat de twee landen elkaar niet aanvielen en Oost-Europa verdeelden. Estland kwam hierdoor net als Letland, Finland en een deel van Polen in de invloedssfeer van de Sovjet-Unie. Estland was hierdoor geen onderdeel van de Sovjet-Unie, maar de Sovjet-Unie had veel invloed in Estland. De Russen zorgden onder meer voor een deportatie van veel Esten. Op 22 augustus 1941 vielen de Duitsers Estland binnen, waarna de Sovjet-Unie nog snel grote aantallen Estische mannen opriep om in Siberië te werken. Nazi-Duitsland onderdrukte Estland nog steeds en trad hard op tegen de kleine Joodse bevolking. De meeste Estische Joden waren overigens gevlucht naar de Sovjet-Unie.

De vreedzame demonstratie "Baltische Weg" in Estland in 1989.

In herfst van 1944 werd Estland opnieuw bezet door de Sovjet-Unie. Zo'n 80.000 Esten vluchtten hierdoor naar het buitenland en Zweden evacueerde de Zweedse bevolking uit Estland. Tussen 1945 en 1949 werden veel politieke tegenstanders naar Siberië gestuurd en de overlevenden hiervan keerden na 1956 terug naar Estland. Opnieuw kreeg Estland te maken met russificatie. Estisch onderwijs was overigens wel toegestaan, maar Russisch werd veel belangrijker. Doordat het Estisch erg lijkt op het Fins en Finland een neutraal land is, konden de Esten genieten van informatie uit het westen. Veel Esten konden zelfs Finse radio en televisie ontvangen. De Russen zorgden ervoor dat Estland in een hoog tempo gemoderniseerd werd en industrie kreeg.

Onder Sovjetleider Gorbatsjov werd de Sovjet-Unie opener en kwam er vrijheid van meningsuiting. De economie van de Sovjet-Unie was vastgelopen en het land was verzwakt. Vaak wordt deze openheid en vrijheid gezien als het begin van het einde van de Sovjet-Unie. Vanaf 1990 waren er demonstraties voor de Estische onafhankelijkheid. De Esten zochten steun van de Litouwers en de Letten en de drie landen hielpen elkaar. Het bekendste protest was de Baltische Weg, waarbij twee miljoen mensen een menselijke keten vormden van Vilnius (Litouwen) naar Riga (Letland) naar Tallinn. Dit protest was vreedzaam net als de hele onafhankelijkheidsstrijd. De onafhankelijkheidsstrijd van de Baltische Staten wordt de Zingende revolutie genoemd naar het feit dat de volksliederen vaak werden gezongen.

Definitieve onafhankelijkheid

Na de Baltische Weg nam de Sovjet-Unie een verklaring aan om de onafhankelijkheid van de Baltische Staten snel in te stellen. Na een staatsgreep in Moskou verklaarde Estland zich echter onafhankelijk en werd op 17 september 1991 samen met Litouwen en Letland erkend als lid van de Verenigde Naties. Er zaten nog echter altijd Russische militairen in Estland, die pas in 1994 het land verlieten. Na de onafhankelijkheid stortte de economie in. Om de munt te stabiliseren werd deze aan de Duitse mark gekoppeld. Na de verkiezingen van de zomer van 1992 begon de regering met vergaande hervormingen in de economie, waarbij veel staatsbedrijven aan het bedrijfsleven werden overgedragen. Vanaf 1994 ging het weer beter met de economie en werd Estland alsmaar welvarender.

Op 29 maart 2004 werd Estland onderdeel van de NAVO en op 1 mei datzelfde jaar van de Europese Unie. Estland opende haar grenzen met andere EU-landen in 2007 en men betaalt sinds 2011 met de euro.

Geografie

Algemeen

De Kaali bestaan uit negen meteorietkraters, waarvan deze met 110 meter de grootste is.

Estland grenst in het noorden aan de Finse Golf en in het westen aan de Baltische Zee (Oostzee). Aan de westkust liggen verschillende eilanden, die ook onderdeel zijn van Estland. De twee grootste eilanden zijn Saaremaa en Hiiumaa. Daarnaast zijn er nog kleinere eilanden. Ten zuiden van de eilanden ligt de Golf van Riga, die voor een groot gedeelte hoort bij Letland. Aan de grens met Rusland ligt het Peipusmeer, dat de beide landen delen. Het Peipusmeer is het grootste meer van Estland. Het tweede grootste meer is het Võrtsjärv in het midden van het land. Estland heeft diverse rivieren, zoals de Emajõgi, de Pärnu en de Kasari.

Estland is over het algemeen erg vlak. Het hoogste punt, de Suur Munamägi, is slechts 318 meter hoog. Dit is iets lager dan de Vaalserberg in Nederland. Het land is over het algemeen erg bebost, maar er zijn ook grote open vlakten met grasland. De grootste waterval van het is de Jägalawaterval. Een bijzonder natuurverschijnsel zijn de Kaali op Saaremaa. De Kaali zijn een groep van negen meteorietkraters die met water zijn volgestroomd.

Grote steden

10 grootste steden van het land

Tallinn-old-town.jpg
Tallinn
Narva castle 2008.JPG
Narva

Nummer Stad Inwoners

Town Hall23 2008.JPG
Tartu
Tammiku asum 2 2008.jpg
Kohtla-Järve

1 Tallinn 430.805
2 Tartu 93.715
3 Narva 56.103
4 Pärnu 39.375
5 Kohtla-Järve 34.394
6 Viljandi 17.525
7 Rakvere 15.413
8 Maardu 15.189
9 Kuressaare 13.276
10 Sillamäe 12.989

Klimaat

Winter in Estland

Het kan tot -15 °C vriezen maar dat duurt meestal niet langer dan een paar dagen. In de zomer kan het tot 30 °C warm worden, maar temperaturen van rond de 20 °C zijn normaal. December en januari zijn donkere maanden met maar zes uur zonlicht. Regen kan in elke maand vallen in de vorm van korte hevige buien. Lente en herfst zijn over het algemeen koud en nat.

Er liggen meer dan 1500 eilandjes voor de kust. Het land telt ook veel meren, venen, moerassen en rivieren.

Planten en dieren

Een hert in de graslanden van Estland

In de westelijke graslanden komen zeldzame orchideeën voor. De meest voorkomende boom is de pijnboom of grove den. De blauwe korenbloem is de nationale bloem van Estland. Ten tijde van de Sovjetoverheersing was deze bloem ook het symbool van verzet. Er leven ongeveer 60 soorten zoogdieren in Estland: Elanden, reeën, wilde zwijnen, dassen, wasberen, vossen, eekhoorns en bevers, maar ook bruine beren, wolven en lynxen. Een bijzonder dier is de vliegende eekhoorn. In de Baltische zee (deze ligt ten Westen van Estland) leeft de grijze zeehond. Ook leven er veel vissen in de wateren om en in Estland, waardoor de commerciële visserij economisch erg belangrijk is. Ook kent Estland veel vogels. Spreeuwen, merels, snippen en steenarenden leven het hele jaar in Estland, andere vogels trekken in de koude winter maanden naar het zuiden om in de lente weer terug te keren. Ook zijn er vogels die in Estland hun winter doorbrengen of die Estland gebruiken als tussenstation op weg naar het warme zuiden. De nationale vogel van Estland is de boerenzwaluw.

Bevolking

Algemeen

Hoe donkerder, hoe meer Russen in een gebied wonen. Veel Russen hebben geen Estische, maar ook geen Russische nationaliteit. Zij kunnen het land hierdoor niet uit en zijn in feite staatsloos.

De grootste bevolkingsgroep van Estland zijn de Esten zelf met 68%. Toen Estland nog deel uitmaakte van de Sovjet-Unie vond er voortdurend immigratie vanuit Rusland plaats. Dat was onderdeel van een bewuste politiek om Estland te "russificeren". Vandaar dat Estland veel "import-Esten" (Russen) telt. Die maken een kwart van de bevolking van Estland uit. Andere groepen binnen de bevolking zijn de Oekraïners, de Wit-Russen en de Finnen. Oorspronkelijk woonde er een grote groep Duitsers en Zweden in Estland, maar gedurende 1939-1945 gingen zij terug naar hun eigen land. Deze Duitsers en Zweden woonden al eeuwen in Estland door de handel over de Oostzee.

Estland is na Oekraïne het land met de meeste gevallen van Aids. Aids komt voornamelijk onder de Russische bevolking voor, door drugsverslaving en prostitutie.

Taal

Het Estische alfabet

In Estland spreekt men Estisch. Het Estisch is het meest verwant aan het Fins en nog minder verwant aan het Hongaars. Het Estisch lijkt geen verwantschap te hebben met andere grote Europese talen. Het Estisch staat bekend als een vrij moeilijke taal, mede door het grote aantal naamvallen.

Het Russisch vormt een minderheidstaal in het land en wordt door een kwart van de bevolking gesproken. In de tijd van de Sovjet-Unie was het Russisch een officiële taal in het land. Na de onafhankelijkheid van Estland zagen de Russen niet de noodzaak om het Estisch te leren. Veel oudere Esten beheersen nog in zekere mate het Russisch, terwijl de jeugd tegenwoordig Engels leert. De belangrijkste minderheidstalen in Estland zijn het Oekraïens, Wit-Russisch, Fins, Lets, Pools, Litouws, Jiddisch, Duits en Zweeds.

Religie

Estland staat bekend als één van de meest ongelovige landen van Europa. Bijna van 70% van de Esten is atheïstisch. Dit komt doordat in de Sovjet-Unie religie verboden was en na de onafhankelijkheid er eigenlijk niet echt een kerkelijke traditie was om op terug te grijpen. Van de 30% die wel gelooft, in 13,6% luthers (protestants) en 12,8% Russisch-orthodox. Voornamelijk onder de Russische minderheid wordt de Russisch-Orthodoxe Kerk aangehouden, terwijl de lutherse kerk door heel het land verspreid is.

Een bijzondere religieuze minderheid zijn de Russische oudgelovigen. Zij aanvaarden de macht van de Russisch-Orthodoxe Kerk niet en werden vervolgd. Ze vluchtten uit Rusland en kwamen uiteindelijk in Estland terecht. Vooral aan de oevers van het Peipusmeer kan men de minderheden vinden. Andere geloven zijn de katholieken, andere protestanten en joden.

Politiek

Nationale politiek

Het parlementsgebouw in Tallinn, waar het Estische parlement zetelt.

Estland is een parlementaire democratie en een republiek. Dit betekent dat het land een president als staatshoofd heeft. De huidige president van Estland is Kersti Kaljulaid (sinds 2016), die tevens de eerste vrouwelijke president van het land is. De president heeft een ceremoniële functie. Dit betekent dat de president Estland vertegenwoordigt in het buitenland en binnenland, maar zelf niet veel macht heeft. De premier van Estland, tegenwoordig Jüri Ratas, heeft meer macht en is het hoofd van de regering. De president van het land wordt elke vijf jaar in rechtstreekse verkiezingen gekozen, terwijl de premier niet rechtstreeks wordt gekozen. De partijleider van de grootste partij in het parlement wordt vaak de premier van het land.

Het parlement van Estland bestaat uit 101 leden, die elke vier jaar worden gekozen in rechtstreekse verkiezingen. Het parlement maakt en stemt over wetten en houdt de regering in de gaten. Het parlement bestaat uit maar één kamer. Sinds 2007 kunnen mensen in Estland online stemmen voor de parlementsverkiezingen, wat Estland het eerste land maakte met nationale online-verkiezingen. Voorheen konden de Esten al voor de gemeenteraadsverkiezingen online stemmen.

Bestuurlijke indeling

Estland is verdeeld in 15 provincies (maakonnad). Elke provincie heeft een eigen vlag, die bestaat uit een twee horizontale strepen (groen onder, wit boven). Op de witte streep staat het wapen van de desbetreffende provincie afgebeeld.

Eesti maakonnad 2006.svg


De provincies zijn weer ingedeeld in gemeenten. Er zijn twee soorten gemeenten; de landelijke gemeenten (vald) en de steden (linn).

Economie

E-Estonia is een project van de overheid, dat inwoners aanmoedigt om met overheid via het internet te communiceren. De digitale samenleving in Estland is één van de grootste ter wereld, internet in Estland is erg modern en snel en bovendien is het internet de nationale trots van Estland.

Estland gebruikt als de euro als munteenheid sinds 2011. Na de val van het communisme moest de Estische economie opgezet worden van een planeconomie naar een markteconomie. Dit is vaak een moeilijke overgang, maar ging in Estland erg goed. Het land heeft de laagste staatsschuld van Europa en heeft een goede digitale en bankensector. Veel Internetbedrijven zitten gevestigd in Estland en Estland loopt op digitaal vlak ook voor op de rest van de wereld. Estland wordt ook wel de Silicon Vally van Europa genoemd. Chatservice Skype is gestart in Estland. Het heeft zich sinds de onafhankelijkheid enorm gemoderniseerd en is daarom één van de rijkste voormalige communistische landen. Estland is ook een erg stabiel land en wordt in veel lijsten van stabielste landen stabieler genoemd dan landen als Denemarken, Zwitserland en Canada. Qua economische vrijheid staat het land op de zesde plaats.

Het belangrijkste importproduct van Estland zijn aardolie en aardgas, dat vaak uit Rusland komt. De belangrijkste handelspartner van Estland is echter Finland; dat zowel grootste import- als exportpartner is. Qua exportpartners zijn Zweden, Letland, de Verenigde Staten en Duitsland nog belangrijk. Duitsland, Litouwen, Zweden en Rusland zijn andere belangrijke importpartners. Belangrijke exportproducten uit Estland zijn papier, karton, machines en machineonderdelen, textiel, meubels, voedingsmiddelen, metalen en chemische producten.

Fotogalerij

Externe link

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Estland&oldid=617379"