Italië

Uit Wikikids
Ga naar: navigatie, zoeken
Over dit artikel en/of onderwerp bestaat er ook een portaal! Klik hier om het portaal te lezen!
Italiaanse Republiek
Repubblica Italiana

Flag of Italy.svgEmblem of Italy.svg EU-Italy.svg

Hoofdstad Rome
Aantal inwoners 60.795.612 (2014)
Oppervlakte 301.338 km²
Regeringsvorm Republiek
President Sergio Mattarella
Premier Matteo Renzi
Taal Italiaans (italiano)
Munteenheid Euro
Godsdienst Rooms-Katholiek (90%)
Overig (10%)
Landcode ITA
Portaal Portaal.png Italië


Italië, officieel de Italiaanse Republiek, is een land in het zuiden van Europa. Italië is onderdeel van de Europese Unie en is één van de zes landen die deze oprichtte. In Italië betaalt men met euro en spreekt men Italiaans. Italië grenst in het noorden aan Zwitserland en Oostenrijk, in het oosten aan Slovenië en in het westen aan Frankrijk. In Italië zelf liggen nog twee kleine landjes, in het noorden het landje San Marino en in de hoofdstad Rome ligt het landje Vaticaanstad.

Italië is op de wereldkaart makkelijk te vinden door haar vorm. Het land lijkt namelijk op een laars. Het vasteland van Italië wordt daarom wel de laars van Italië genoemd. Daarnaast behoren nog een groot aantal eilanden tot Italië, waarvan Sicilië en Sardinië de grootste zijn. Het land wordt verder omringd door de Middellandse Zee, de Ionische Zee, de Adriatische Zee en de Ligurische Zee. In het midden, tussen het vasteland en de grote eilanden, ligt de Tyrreense Zee.

Italië heeft een lange geschiedenis, die teruggaat tot in de oudheid. Vanuit de hoofdstad Rome is toen het Romeinse Rijk ontstaan dat op het hoogtepunt het hele gebied rond de Middellandse Zee in beslag nam. Na de middeleeuwen is ook de Renaissance in Italië ontstaan. Het huidige Italië bestaat nog niet zo heel lang, pas sinds 1861. Hiervoor was het een verzameling van allerlei landjes, net als Duitsland toentertijd. Sinds 1946 is Italië een republiek.

Italië staat bekend om haar gewassen en gerechten. Zo is broccoli een typisch Italiaans product. Qua gerechten is Italië bekend vanwege haar pasta's, pizza's en Italiaans schepijs. Daarnaast is de koffiecultuur van het land erg bekend en geliefd. Italië is zoals de meeste Zuid-Europese landen een echt vakantieland. Vooral het Gardameer, de Italiaanse Alpen en steden als Rome, Venetië en Napels zijn bekende vakantiebestemmingen. De stad Milaan staat bekend als modestad en verder is de scheefstaande Toren van Pisa nog bekend. Daarnaast liggen in Italië nog een heleboel vulkanen, zoals de Etna en de Vesuvius, grote wijn- en boomgaarden en vele gebergten.

Geschiedenis

Geschiedenis van Italië
Romeinse Rijk
Rijk van Odoaker
Ostrogotische Rijk
Longobardische Rijk
Koninkrijk Italië (774-962)
Heilige Roomse Rijk
Koninkrijk Italië (1805-1814)
Risorgimento
Koninkrijk Italië (1861-1946)
Eerste en Tweede Wereldoorlog
De Italiaanse Republiek
Portaal : Italië

Voor de Romeinen

Voor de Romeinen leefden er in Italië verschillende volkeren met elk een eigen cultuur. De oudste gevonden resten komen uit 6000 v.Chr. en zijn gevonden op Sardinië. Later kwamen er grotere volkeren in Italië wonen. Tussen de Tiber en de Arno gingen de Etrusken wonen. Tussen de 7e en 5e eeuw voor Christus had deze bevolkingsgroep hun hoogtepunt. Net als de Romeinen hadden de Etrusken een hoogontwikkelde cultuur.

Vanaf 800 v.Chr. werd het zuiden van Italië gekoloniseerd door de Grieken. Je moet weten dat de Grieken eerder waren dan de Romeinen. Ze hadden vele koloniën rond de Middellandse Zee. Ze vestigden zich langs de kust. In de binnenland leefden de oorspronkelijke bewoners. Steden als Napels kregen later een grote invloed op de cultuur van de Romeinen. Veel oorspronkelijke bewoners zagen de Grieken als bedreiging. De Griekse koloniën in Italië werden samen Magna Graecia genoemd.

Tussen de Grieken en de Etrusken in woonde in het midden van Italië een ander volk, de Romeinen.

Het Romeinse Rijk

Het Romeinse Rijk op zijn grootst

De Romeinen leefden in de stad Rome. In het begin heersten ze alleen over deze stad en het gebied eromheen. Eerste veroverde de Romeinen de omliggende steden, daarna versloegen ze de Grieken in het zuiden en de Etrusken in het noorden. Italië was nu volledig in handen van de Romeinen, maar het Romeinse Rijk bleef groeien. Eerst was er oorlog met de stad Carthago. Nadat deze stad verslagen was, veroverden de Romeinen de koloniën van de Grieken en de Carthagers rond de Middellandse Zee.

Het Romeinse Rijk was eerst een koninkrijk, maar werd gedurende een paar eeuwen een republiek. De republiek bestond uit meerder senatoren die een twee consuls kozen voor een halfjaar. In noodsituaties kon een dictator worden benoemd die dan orde op zaken moest stellen. Er was in het Romeinse Rijk op een gegeven moment echter veel onrust. De generaal Julius Caesar werd uiteindelijk tot dictator gekozen. Aangezien het volgens hem een noodsituatie was, trok hij de macht naar zich toe en zorgde ervoor dat hij dictator bleef voor langere tijd. Hij wilde de monarchie herstellen, maar veel senatoren zaten hier niet op te wachten. In 44 v.Chr. zou Julius Caesar worden vermoord door de senatoren. Zijn adoptiezoon Augustus nam hierna het roer over, aangezien er weer onrust was in het Romeinse Rijk. Hij veroordeelde de senatoren en maakte van het Romeinse Rijk weer een monarchie, maar dan geen koninkrijk, maar een keizerrijk. Augustus was de eerste keizer van het Romeinse Rijk en onder hem was er een tijd van rust en vrede in het Romeinse Rijk (de Pax Romana). Na een paar "gekke" keizers, zoals Nero, werd besloten dat de keizer iemand kon adopteren als zoon en dat die dan keizer zou worden. Vaak was dit een generaal. Onder keizer Trajanus bereikte het Romeinse Rijk zijn hoogtepunt. Hierna waren er geen nieuwe veroveringen of goede keizers meer.

Het Colosseum een overblijfsel uit de Romeinse tijd.

De reden waarom het Romeinse Rijk veroverd kon worden was te danken aan de goede militaire kwaliteiten. In het Romeinse Rijk stond het leger hoog in het aanzien en was tactiek erg belangrijk. Julius Caesar zou hebben gezegd: "Vedi, Vidi, Vici" (Ik kwam, ik zag, ik overwon) en dat bewees de kwaliteit van de Romeinen ook. Daarnaast waren de Romeinen tolerant. Veel veroverde volkeren konden ook Romeins staatsburger worden. Daarnaast mochten de veroverde volkeren hun eigen godsdienst uitoefenen, mits ze die van de Romeinen en de keizer aanbaden. Christenen weigerden dit, aangezien in de Bijbel stond dat dit niet mocht. Aanvankelijk werden zij vermoord, maar uiteindelijk zou het Romeinse Rijk christelijk worden. Ook hielpen de Romeinen de nieuwe volkeren. Zo maakten ze wegen en nieuwe steden. De cultuur van veroverde volkeren werd langzaam Romeins gemaakt, dit noemen wen romanisering. De Romeinse cultuur was overigens geïnspireerd op die van de Grieken. De Romeinen vonden de Griekse cultuur zo mooi dat ze deze overnamen en uitbreidden. Dit zie je vooral aan de goden, die andere namen kregen, en de gebouwen, het gebruik van zuilen.

Het Romeinse Rijk was inmiddels zo groot geworden dat het niet goed te verdedigen en te besturen was. De oplossing was simpel: Het rijk werd in tweeën verdeeld; het Oost- en West-Romeinse Rijk. Na een tijdje verliet keizer Constantijn de Grote de hoofdstad Rome en ging in Constantinopel (het huidige Istanboel) wonen. Het West-Romeinse Rijk raakte in verval. Ondertussen was er een ander probleem; de Hunnen breidden hun macht uit naar Europa. Zij verdrongen andere volkeren, die weer door het de grenzen van het West-Romeinse Rijk wisten te breken. Deze volkeren veroverde dit rijk en het West-Romeinse Rijk zou vallen. Deze gebeurtenis heet de Grote Volksverhuizing.

Het Oost-Romeinse Rijk bleef nog een aantal eeuwen voortbestaan onder de naam; het Byzantijnse Rijk.

De middeleeuwen

Italië tijdens de Middeleeuwen

Na de val van het West-Romeinse Rijk werd Italië onderdeel van verschillende landen. Het was onderdeel van het Rijk van Odoaker, het Ostrogotische Rijk en het Longobardische Rijk. In grote lijnen volgden deze rijken elkaar op, maar in Italië bleef een belangrijk persoon wonen; de paus. Hij woonde nog altijd in Rome. Hoewel de Romeinen weg waren, waren de overheerste Europese gebieden nog grotendeels christelijk. Sterker nog, het christendom breide zich uit. De Oost-Romeinse keizer deed echter pogingen zijn West-Romeinse Rijk weg terug te veroveren. In Zuid-Italië won de keizer terrein, maar de Longobarden voelden zich bedreigd hierdoor en sloegen terug. De paus greep in en vroeg hulp van een bijzonder vorst, Pepijn de Korte. Vanwege zijn hulp bekroonde de paus Pepijn tot koning van het Frankische Rijk. Pepijn veroverde allerlei gebieden en gaf een paar aan de paus. Dit zo uiteindelijk ertoe leiden dat de paus een eigen lang kreeg; de Kerkelijke Staat. De veroverde gebieden in het noorden van Italië vormden samen het Koninkrijk Italië.

In het Frankische Rijk zelf ging het echter niet heel erg goed, er waren wat ruzies in de keizerlijke familie. Het rijk viel uiteindelijk uiteen en dat zorgde voor onrust in het Koninkrijk Italië. Nu was dit niet langer onderdeel van het Frankische Rijk, maar een zelfstandig koninkrijk. Toen in 960 de koning van het Koninkrijk Italië het noorden van de Kerkelijke Staat bezette, riep de paus de hulp van de koning van Duitsland. Uit dank voor de hulp kroonde de paus de koning tot keizer en het Koninkrijk Italië en de Kerkelijke Staat werden onderdeel van het Heilige Roomse Rijk. Zijn opvolger vond het Koninkrijk Italië niet interessant en richtte zich op de Alpen. De Italiaanse havensteden maakten hier handig gebruik van. Door de toegenomen zelfstandigheid ontstonden de Maritieme Republieken. Later zou een andere keizer een wet maken die de steden minder zelfstandigheid gaf. De steden pikten dit echter niet, dus richtten ze samen de Lombardische Liga op. De Liga wist tijdens de Slag bij Legnano de keizer te verslaan en hiermee ondertekende de keizer de zelfstandigheidsverklaring van de steden, maar hij erkende deze pas jaren later.

Keizer Hendrik VI zorgde ervoor dat Italië zich tijdelijk zou verenigen, maar de paus hield hem tegen, door hem af te zetten als keizer. Hierdoor konden de steden zich vrijer ontwikkelen. Dit ging echter fout tijdens het Babylonische ballingschap der Pausen. Toen woonde de paus in Frankrijk. Nadat de paus terugkeerde wisten de steden zich verder te ontwikkelen en werden ze rijk door de handel.

De Renaissance

Het hoogte punt van de renaissance.

In de late middeleeuwen ontstonden er dus handelssteden, zoals Venetië, Milaan en Florence, in het noorden van Italië. Sommige werden rijk door de handel en zo ontstond er een rijke toplaag in de steden. Ze waren rijk geworden door de handel met het Midden-Oosten en de rijke steden in Vlaanderen (toen één van de rijkste gebieden in Europa). De Italiaanse handelaren wilden laten zien dat de geld hadden. Ze bouwden grote huizen en lieten kunstenaars beelden en schilderijen maken. In Noord-Italië ontstond een nieuw levensgevoel. In de middeleeuwen zei de Kerk tegen de mensen dat men goed moest leven, anders kwam men niet in de hemel. Men moest denken aan wat in de Bijbel stond en aan het leven na de dood. Het levensbeeld toen kun je samenvatten in de zin memento mori (gedenk te sterven). Het levensbeeld van de handelaren veranderde echter. Ze vonden dat het leven voor de dood ook belangrijk moest zijn. Hun levensbeeld kun je ook samenvatten in een zin carpe diem (pluk de dag).

De rijke handelaren kregen belangstelling voor het erfgoed van de Romeinen. De theaters, tempels en badhuizen stonden het meest in Italië. Bovendien konden de handelaren zich vinden in het werk van de Grieken en Romeinen. De Grieken en Romeinen zagen het leven na de dood somber in. Volgens hen was het geen paradijs, zoals de hemel, maar een duistere plek. Daarvoor leefde ze in het hier en nu. De handelaren zagen de middeleeuwen als donkere periode tussen de Klassieke Oudheid en de tijd waarin zij leefden, de Renaissance. Vanuit Italië zou de renaissance zich over heel Europa verspreiden.

Tijdens de renaissance veranderden er een aantal dingen. Veel geleerden gingen de originele teksten uit de oudheid vertalen. Tijdens de Middeleeuwen was dit ook gebeurd, maar ze hadden de teksten aangepast. Er waren dus fouten ontstaan. De geleerden gingen de teksten herstellen en voorzagen ze ook van uitleg. Veel hogere burgers gingen op de duur ook deze vertaalde werken lezen. Daarnaast gingen de mensen zich op verschillende terreinen ontwikkelen. Leonardo da Vinci was daar één van, hij was een Uomo Universalis (de universele mens). Hij was o.a. musicus, wetenschapper, schilder en ontwerper. Hij is vooral bekend van zijn talloze ontwerpen (zoals die van het vliegtuig) en de Mona Lisa (een schilderij van vrouw met een mysterieuze glimlach). Een ander bekend iemand uit deze tijd was Michelangelo. Hij zo zoveel zelfvertrouwen en status als kunstenaar hebben gehad, dat hij zelfs de paus tegensprak. Toch werd hem gevraagd om het plafond van het Sixtijnse Kapel te schilderen. Ook Columbus was een Italiaan. Van zijn route naar Indië moesten ze in Italië weinig hebben, maar de Spaanse koning daarentegen... Hij zou uiteindelijk een nieuw continent ontdekken, Amerika.

Deze tekening, de Ideale Stad, is een voorbeeld van kunst uit de renaissance. Let bijvoorbeeld op het perspectief (3D) van de tekening. In de Middeleeuwen was alles even groot of klopten verhoudingen helemaal niet.

Verschillende landen

Italië in 1815

Italië bestond na het Romeinse Rijk uit verschillende landjes. Deze landjes gingen op den duur samenvoegen en uiteenvallen. Ook volgden de landjes elkaar op en werden ze gesplitst. Om dit allemaal te weergeven, is vrij complex. Maar uiteindelijk ontstonden er vijf landen:

De Italiaanse Eenwording

Arrow.gif Zie Risorgimento voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Al eeuwenlang vielen Italiaanse steden en koninkrijken elkaar aan, zoals in de Italiaanse Oorlogen van de zestiende eeuw. Zoals Frankrijk als Oostenrijk probeerde de controle over Italië te krijgen. Frankrijk viel onder Napoleon Italië zelfs binnen. Oostenrijk won in het noorden een paar gebieden.

Nadat Napoleon was verslagen en de Italiaanse koninkrijken hersteld waren, wilde men eenheid. Op het Congres van Wenen werd alles in oude glorie hersteld, dus voor Napoleon en voor de democratische revoluties (zoals de Franse Revolutie). De adel en kerk kregen weer meer bevoegdheden, hoefden geen belasting meer te betalen en kregen meer macht. Veel burgers waren het er niet mee eens. Daarnaast speelde nog het gevaar voor buitenlandse overheersing een rol. Italië was vooral bang voor Oostenrijk. Veel Italianen waren trots op hun vaderland, hun geschiedenis en hun cultuur. Tussen de verschillende landen waren er geen grote verschillen in cultuur en daardoor kwam het nationalisme op, een stroming die het vaderland voorop stelt. De nationalisten zorgden ervoor dat de koninkrijken zich verenigden tot een land, het koninkrijk Italië. Het koninkrijk Sardinië speelde de grootste rol hierin, waardoor de koning van dat land automatisch koning werd van Italië (Victor Emanuel II).

Generaal Garibaldi en koning Victor Emanuel II tijdens de Risorgimento

Vanuit het koninkrijk Sardinië werden als eerste de noordelijke staten een. Daarna volgden in 1860 het koninkrijk der Beide Siciliën. Toen werd er al over één Italië gesproken, maar er lag nog een land in het midden, de Kerkelijke Staat. De Italiaanse koning trok dit land binnen, maar de paus was buiten zinnen en deed de koning in de ban. Iemand in de ban doen betekent dat je geen contact meer met die persoon mag hebben en in het geval van een koning is dat super lastig. De koning was onder bevolking echter populairder dan de paus en de koning negeerde de paus dan ook. Ook vanuit het zuiden werd de Kerkelijke Staat binnengedrongen en toen men elkaar in het midden ontmoette was het duidelijk; de Italiaanse Eenwording was geslaagd. Het binnentrekken van de stad Rome wordt de inname van Rome genoemd en wordt gezien als de voltooiing van de Italiaanse Eenwording in 1870.

De paus mocht wel in Rome blijven wonen, want Italië was nog altijd een katholiek land. De paus beschouwde zich echter als gevangene van het Vaticaan en hij wilde zich niet buiten een klein stukje grond betreden. De paus bleef de inname van de Kerkelijke Staat bestrijden. Pas in 1929 werden de Italiaanse staat en de paus het eens! De paus erkende het verlies van de Kerkelijke Staat en zijn kleine stukje grond werd een zelfstandig landje, dat we vandaag de dag kennen als Vaticaanstad.

Imperialisme & de Eerste Wereldoorlog

Het Italiaanse rijk met zijn koloniën in 1940.

Italië was net als Oostenrijk-Hongarije en Duitsland een relatief jong land. Oudere landen, zoals Frankrijk en Engeland, hadden een groot koloniaal rijk. Maar ook deze nieuwe landen waren erg groot en wilden meetellen in de wereld. Daarvoor was een (groot) koloniaal rijk nodig. De Italiaanse koning had zijn oogje laten vallen op Nederlands-Indië, maar de pogingen om de eilanden te veroveren mislukten. Eind 19e eeuw kreeg Italië toch twee koloniën, Italiaans-Somaliland en Italiaans-Eritrea. Na de Italiaans-Turkse oorlog won Italië van het Ottomaanse Rijk ook Italiaans-Libië en de Dodekanesos.

Italië was al een tijdje bondgenoten met Oostenrijk-Hongarije en Duitsland. Duitsland wilde namelijk een bond die bestond uit drie landen, voor eventuele oorlogen met Engeland en Frankrijk. Toen Rusland hier in 1887 uitstapte, werd Rusland door Italië opgevolgd. Italië was echter bondgenoten met Frankrijk en dit bleef zo in het geheim. Ze zouden elkaar steunen met de verovering van Marokko en Libië. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak bleef Italië neutraal, maar Oostenrijk-Hongarije en Duitsland dreigden met oorlog als het land niet mee zou vechten. Italië besloot om zich bij Frankrijk, Engeland en Rusland aan te sluiten. Italië werd hierdoor opgevolgd door het Ottomaanse Rijk en Bulgarije in de bond.

Italië kreeg van de Geallieerden toestemming om hun gebied uit te breiden. In 1916 verklaarde Italië de oorlog aan Oostenrijk-Hongarije en Duitsland. Italië vocht zowel in het noorden tegen de Oostenrijkers als in het zuiden tegen de Turken. Toch waren de Geallieerden niet erg blij met Italië. Alleen de strijd in Libië was succesvol. In het noorden drongen de Oostenrijkers door tot aan Venetië! De Britten en Fransen steunden Italië hier. Na de Eerste Wereldoorlog won Italië een aantal gebieden in het noorden, zoals Zuid-Tirol en Triëst. Ook werden de Italiaanse koloniën erkend en kreeg Italië Albanië. Italië was echter teleurgesteld in wat het kreeg. Met alle verliezen meegeteld, wilde het land het liefste het gehele gebied rond de Adriatische Zee hebben.

Mussolini en de Tweede Wereldoorlog

Na de Eerste Wereldoorlog kwam Italië in een politieke crisis terecht. Daarnaast had het land ook nog met grote werkloosheid te kampen na de beurskrach van 1929. Het land vroeg om een sterke leider die het land er weer bovenop zou helpen. De koning noch de premier waren dit. Op straat waren er ondertussen rellen tussen communisten en fascisten. Langzaam aan wisten de fascisten steden te veroveren. Hun leider Benito Mussolini organiseerde uiteindelijk de mars op Rome. Hij wilde de macht en anders dreigde hij met geweld. De ministers moesten niets van hem hebben, maar de koning maakte hem zijn premier. In 1922 kwam hij aan de macht. Mussolini had meer macht dan de koning en noemde zich graag Duce (wat Italiaans voor leider is).

In Duitsland kreeg iemand anders hetzelfde idee. Adolf Hitler organiseerde een zogeheten mars naar Berlijn, maar in Berlijn kwamen ze nooit aan. Hitler werd opgesloten, maar kwam later vrij en wist op democratische wijze premier te worden en uiteindelijk de macht te grijpen. Tussen de denkbeelden van Mussolini en Hitler zat niet veel geschil, beide gebruikten ze veel uniformen, symbolen en de groet lijkt ook veel op elkaar. Echter had Mussolini niets tegen Joden en andere volkeren, terwijl Hitler dit wel had. Toch waren de twee bondgenoten van elkaar en verenigden zich in de Asmogendheden. Italië veroverde in het westen kleine steden, aangezien Duitsland al Frankrijk veroverd had. In het oosten wilde Italië grote gebieden op de Balkan winnen met als slot Griekenland. Echter bleek Griekenland te sterk voor Italië te zijn, tot dat Italië steun kreeg van Duitsland. Italië won onder meer Montenegro, Kosovo, Dalmatië en een deel van Griekenland. Ook in Afrika won Italië Ethiopië en delen van Noord-Afrika. Hiermee bereikte Italië zijn hoogtepunt.

Het tij begon echter te keren nadat de geallieerden vanaf Sicilië langzaam Italië binnendrongen. De Italiaanse regering haalde Benito Mussolini van zijn troon af en sloot vrede met Engeland en Frankrijk. Italië verklaarde de oorlog aan Duitsland, al moesten ze in het land nog steeds vechten tegen de overgebleven nazi's en fascisten. Dit leidde nog tot zware schade op Italiaans grondgebied. Mussolini werd gevangengezet, maar later door de Duitsers bevrijd, en aan het hoofd gezet van de Italiaanse Sociale Republiek, een satellietstaat van Duitsland. Uiteindelijk werd Mussolini opnieuw gevangen in 1945 en vermoord. De Tweede Wereldoorlog kostte uiteindelijk aan zo'n 450.000 Italianen het leven.

Het moderne Italië

Een briefje van 500.000 Italiaanse lire.

Na de Tweede Wereldoorlog stond Italië een voor een al haar koloniën af. Ook moest het Istrië geven aan Joegoslavië en de Dodekanesos aan Griekenland. In 1946 stemde de bevolking uiteindelijk voor de afschaffing van de monarchie. De monarchie had immers gezorgd dat Mussolini aan de macht kwam. Tot aan 2002 mochten er geen mannelijke familieleden op Italiaanse bodem komen, al is dit nu niet meer zo.

Na de Tweede Wereldoorlog was Italië ook verwoest en werd weer opgebouwd met hulp van de Amerikanen. Ook sprak Italië af om met Frankrijk, Nederland, België, Luxemburg en West-Duitsland een bond te vormen. Deze bond zou later de Europese Unie gaan heten. Grappig genoeg was het de communist Altiero Spinelli die in 1941 als gevangene schreef over het idee dat de Europese landen moesten samenwerken. Spinelli wordt dan ook gezien als één van de vaders van het moderne Europa. In 2002 verving Italië de Italiaanse lire voor de Euro. Het huidige Italië staat bekend om zijn wisselende regeringen, maar toch is Italië geen instabiel land.

Geografie

Landschap

De Etna op Sicilië.

Italië kent een bergachtig landschap; driekwart van het land bestaat uit bergen en heuvels. De meeste bergen vinden we in het noorden. Doordat de Afrikaanse plaat onder de Euroziatische plaat duikt zijn de Alpen er ontstaan. Nog steeds worden de Alpen, heel langzaam, hoger. Het oostelijke deel van de Alpen worden de Dolomieten genoemd. In het bergachtige noorden vinden we ook veel meren, waar het Comomeer en het Gardameer het bekendste van zijn. Ten zuiden van de Alpen is het landschap erg vlak. Niet gek, hier ligt de Povlakte. Waar ooit een zee lag, liggen hier nu diverse rijke steden van de rivier de Po. De rivier zorgt ervoor dat het gebied erg vruchtbaar is. Ten oosten van de stad Venetië is ook een vlakte, het Adriatische Plateau, maar dat is een stuk kleiner. Over de gehele lengte van Italië loopt een gebergte, de Apennijnen. Aan beide kanten van het gebergte is een heuvelachtig landschap met aan de kust een smalle stukje laagland. De Apennijnen zijn net als de Alpen door aardplaten ontstaan. Echter zijn de platen die verantwoordelijk zijn voor de Apennijnen stil komen te liggen. Hierdoor is de druk weg en vinden er (kleine) aardbevingen plaats, het gebergte stort heel langzaam in. Echter zal het gebergte pas over tienduizenden jaren echt verdwenen zijn. Een voorbeeld van zo'n aardbeving is die in het dorp Amatrice en omgeving in 2016. Deze aardbeving zijn vaak niet heel zwaar, maar kunnen wel tot veel schade leiden.

Het bekende Gardameer.

Door de plaatgrenzen vindt je nog iets anders in Italië, vulkanen. Eén van de beroemdste vulkanen is de Etna op het eiland Sicilië. De Etna is sinds 2011 heel erg actief en er zijn meerdere keren per jaar kleinere uitbarstingen. De Eolische Eilanden boven Sicilië kun je eigenlijk allemaal als vulkaan zien. Zo'n groep heet samen een vulkanische boog. De Stromboli is hier een bekende van. De vulkaan vormt een eiland waarop rond de 650 mensen wonen. In 2003 was hier de laatste grote explosie. De meest beruchte vulkaan van Italië is de Vesuvius. In het jaar 79 wist deze vulkaan de volledige stad Pompeï onder het as te leggen. De uitbarsting van deze vulkaan is misschien wel de beroemdste ooit. Nog steeds wordt gewerkt om het dorp weer op te graven. In 1944 barstte de vulkaan voor het laatst uit. Overigens is nog een benoemingswaardige vulkaan Vulcano, wat letterlijk vulkaan in het Italiaans betekend.

Natuur

De bekende Italiaanse streek Toscane.

Italië was oorspronkelijk een dichtbebost land, maar veel bossen zijn voor de landbouw weggehakt. Hier kwamen vaak olijfbomen voor terug. De olijf is, samen met de eik, de meest voorkomende boom in Italië. Hier is een reden voor, aangezien olijven goed tegen droogte en warmte kunnen. Veel berghellingen zijn tegenwoordig kaal en er groeit weinig. Wat er wel groeit zijn kleinere struiken als rozemarijn en jeneverbessen, maar ook de vijgcactus. Langs de kusten vindt je vaak de pijnboom en in koelere gebieden kastanjes en eiken. Italië staat echter bekend om planten als de cipres (dunne, lange coniferen), de magnolia, de blauwe regen, de oleander en natuurlijk de palmboom, maar deze zijn er vaak door de mens neergezet.

Op het gebied van natuurbescherming was het in Italië niet al te best. Veel bossen werd afgebrand of omgekapt, waardoor het landschap langzaam in een woestijn veranderde. Daarnaast werd er veel op trekvogels geschoten, werd er in beschermde natuurgebieden illegaal gebouwd en was water vergiftigd. De laatste jaren is er echter verandering. De dieren die in Nederland en België leven, komen ook haast allemaal in Italië voor, maar er zijn een paar uitzonderingen. Zo vind men in de Alpen de steenbok en de Alpenmarmot en in de Apennijnen leven wolven, beren en stekelvarkens. Qua vogels zijn de zilverreiger, de aasgier en de steenarend benoemingswaardig, qua reptielen verschillende hagedissen en de moerasschildpad en qua zeedieren de dolfijn en de zwaardvis.

Bestuurlijke indeling

De nummers komen overeen met dit kaartje

Italië is verdeeld in 20 regio's

  1. Abruzzen met als hoofdstad L'Aquila
  2. Apulië met als hoofdstad Bari
  3. Basilcata met als hoofdstad Potenza
  4. Calabrië met als hoofdstad Catanzaro
  5. Campania met als hoofdstad Napels
  6. Emilia Romagna met als hoofdstad Bologna
  7. Friuli-Venezia Gruilia met als hoofdstad Triëst
  8. Lazio met als hoofdstad Rome
  9. Ligurië met als hoofdstad Genua
  10. Lombardije met als hoofdstad Milaan
  11. Marche met als hoofdstad Ancona
  12. Molise met als hoofdstad Campobasso
  13. Piëmont met als hoofdstad Turijn
  14. Sardinië met als hoofdstad Caglairi
  15. Sicilië met als hoofdstad Palermo
  16. Trentino-Zuid-Tirol met als hoofdstad Trente
  17. Toscane met als hoofdstad Florence
  18. Umbrië met als hoofdstad Perugia
  19. Valle d'Aosta met als hoofdstad Aosta
  20. Veneto met als hoofdstad Venetië

Grote steden

De hoofdstad Rome

De 10 grootste steden in Italië:

  1. Rome
  2. Milaan
  3. Napels
  4. Turijn
  5. Palermo
  6. Genua
  7. Bologna
  8. Florence
  9. Bari
  10. Catania

Klimaat in Italië

Modestad Milaan

Italië heeft een bijzonder klimaat. De winters zijn zacht en de zomers zijn vaak heet. Dit heet een Middellands Zeeklimaat. 's Winters zorgt een lagedrukgebied uit het noorden voor een zachte winter. 's Zomers schuift er echter een hogedrukgebied vanuit de Sahara over Italië. Dit zorgt ervoor dat het erg warm is in Italië en ook dat het droog is, want de lucht bevat haast geen vocht. Toch kunnen er verschillen zijn. In de Alpen heb je bijvoorbeeld te maken met een hooggebergteklimaat met het hele jaar door sneeuw. 's Winters ligt hier wel meer sneeuw dan 's zomers. Op de Povlakte is het 's winters aardig koud, maar 's zomers kan het er net zo warm worden als op Sicilië. De meren in het noorden hebben een zachter klimaat doordat ze beschut liggen, maar staan wel bekend om een de grote hagelstenen (soms zo groot als een tennisbal!).

In het noorden is het weer doorgaans onvoorspelbaarder dan in het zuiden.

Cultuur

De Italianen zelf

De bewoners van Italië worden Italianen genoemd. Italianen staan bekend om de handgebaren die ze maken tijdens het praten. Eigenlijk kun je hier stiekeme hints aan aflezen. Als een Italiaan zijn vingers tegen zijn kin aanzet en zijn elleboog op de tafel, tijdens een gesprek, kun je daar uit aflezen dat het onderwerp hem/haar helemaal niet boeit. Als Italianen zwaaien met hun hand en dan hun duim tegen de andere vier vingers aan hebben, weten ze niet wat je bedoeld. Een rondje met de duim en wijsvinger en de andere drie vingers tegen de handpalm betekend: "Perfect".

Bij Italianen staat ook het eten hoog. Ze zullen nooit alleen eten en maken graag tijd vrij om uit eten te gaan. Dan kunnen ze immers bijpraten. Van Italiaanse mannen wordt meestal gezegd dat het moederskindjes zijn. Ergens klopt dit ook; Italianen blijven lang thuiswonen aangezien huizen in Italië erg duur zijn en er grote werkeloosheid onder jongeren is. Dat Italianen hun werk niet serieus, is niet waar. Italianen werken haast net zoveel als andere Europeanen, maar nemen langere pauzes. Daarnaast staan Italianen bekend als een dramatisch, modebewust volk.

Feestdagen

Vuurwerk op Ferragosto, de Italiaanse nationale feestdag.

Italië kent de volgende feestdagen:

  • Capodanno - Italiaans voor nieuwsjaarsdag, wordt jaarlijks op 1 januari gevierd.
  • Befana/Epifani - Italiaans voor Driekoningen, wordt jaarlijks op 6 januari gevierd.
  • Pasquetta - Italiaans voor Pasen. Heeft ieder jaar een andere datum.
  • Festa della Liberazione - Italiaans voor Bevrijdingsdag. Op deze dag wordt de val van de regering van Mussolini herdacht. De dag wordt jaarlijks op 25 april gevierd.
  • Festa del Lavoro - Italiaans voor Dag van de Arbeid. Op deze dag zijn veel werknemers vrij. De dag wordt jaarlijks op 1 mei gevierd.
  • Festa della Repubblica - Italiaans voor Nationale feestdag. Op deze dag viert men de stichting van de republiek in 1946. Op de dag zijn verschillende plechtigheden, toespraken en een militaire parade.
  • Ferragosto - Italiaans voor Maria Tenhemelopneming. Op deze dag wordt de hemelvaart van Maria, de moeder van Jezus, herdacht. De dag wordt op 15 augustus gevierd.
  • Ognissanti - Italiaans voor Allerheiligen. Op deze dag worden alle heiligen van de Katholieke Kerk herdacht. De dag wordt op 1 november gevierd.
  • Immacolata Concezione - Italiaans voor Maria Onbevlekte Ontvangenis. Op deze dag wordt Maria herdacht, die te horen kreeg dat ze zwanger was. De dag wordt op 8 december gevierd.
  • Natale & Santo Stefano - Italiaans voor Eerste & Tweede Kerstdag. Op deze dagen wordt kerst gevierd en worden op 25 & 26 december gevierd.

De Italiaanse keuken

Olijfolie, basilicum en tomaat; bekende en veel gebruikte ingrediënten uit de Italiaanse keuken.

De Italiaanse keuken is een van de beroemdste ter wereld. De gerechten worden over het algemeen als lekker en toegankelijk beschouwd. Waar in de Franse keuken de bereidingswijze van belang is, gaat het in de Italiaanse keuken vooral om de ingrediënten. Bij een ontbijt in Italië wordt niet zo heel veel gegeten. In zowel de middag als de avond wordt warm gegeven.

Een diner in Italië begint met de eerst gang; antipasto. De naam zegt het al, het bestaat uit verschillende kleine gerechten, maar geen pasta. Een typisch gerecht is een salade mozzarella, tomaat en pesto, maar ook carpaccio is er één. Hierna volgt het hoofdgerecht, meestal pasta. Er zijn verschillende soorten pasta, zoals farfalle, fusilli, spaghetti en macaroni. De pasta wordt altijd met een saus geserveerd, meestal met groente, vlees en/of vis daarin. Er zijn tal van (authentieke) pastasauzen. Meestal wordt de pasta op smaak gemaakt met Parmezaanse kaas en kruiden als basilicum, rozemarijn, tijm, oregano en laurier. De kruiden worden meestal meegekookt, maar basilicum wordt meestal achteraf toegevoegd. Qua groenten worden vaak tomaat, courgette, aubergine, broccoli en paprika gebruikt. In de gerechten zijn meestal de kleuren van de Italiaanse vlag te zien, het groen van de groenten, het rood van de tomatensaus en het wit van het bord (of eventueel de saus). Een bekend nagerecht is tiramisu, net als Italiaans ijs.

Tussen de verschillende regio's van Italië bestaan verschillende op het gebied van eten, vooral tussen het noorden en zuiden. In het noorden is bijvoorbeeld risotto een populair gerecht, maar in het zuiden wordt dit niet als gerecht gezien. Italianen zijn trots op hun koffiecultuur. Overal over de wereld worden Italiaanse koffies gedronken, zoals de espresso, de cappuccino en de latte macchiato. Ook worden de wijnen die in Italië gemaakt worden populair. Merken als Grand d'Italia en Bertolli spelen handig in op de populariteit van de Italiaanse keuken.

Muziek

Nabucco, een van de bekendste Italiaanse opera's

Op het betreft van muziek is Italië erg bekend. In Italië is namelijk de opera ontstaan. In precies 1600 maakte Jacopo Peri de eerste opera. Opera's zijn technisch gezien gezongen verhalen, die vaak veel drama bevatten. Bij opera denken de meeste mensen vaak dat dit verhaal zich afspeelt in een oude tijd (meestal ergens tussen de Oudheid en 19e eeuw), waarin de liederen erg zwaar zijn en men uitbundige, grote, ouderwetse kostuums draagt. Dit is een operagenre, genaamd de Grand Opera, maar er zijn ook modernere en lichtere opera's. Er zijn zelfs opera's die als doel hebben om het publiek te laten lachen (een operette). Een opera verschilt echter van een musical, aangezien een opera altijd (haast) helemaal gezongen is en een musical vaak ook gesproken tekst bevat. Opera staat tevens bekend om zijn aparte manier van zingen. Dit komt doordat de zangers geen microfoon hebben! In een grote zaal moet iedereen het toch goed kunnen horen, dus zingen ze op die manier om het meeste uit je stem te halen. Eén van de bekendste opera's uit Italië is waarschijnlijk Nabucco van Giuseppe Verdi. Het stuk Het Slavenkoor is vrij bekend, mede dankzij de film Sissi – De woelige jaren uit 1957. De Oostenrijks-Hongaarse keizerin is tijdens het staatsbezoek dan in Milaan waar een opera wordt opgevoerd. Vooraf wordt door de boze Italiaanse inwoners Het Slavenkoor gezongen, uit protest naar de heerschappij van Oostenrijk-Hongarije over het noorden van Italië. Eén van de beroemdste operazangers was Luciano Pavarotti.

De Engelse musical The Phantom of the Opera is geïnspireerd op Italiaanse opera's, wat in vele nummers te horen is.

Op het gebied van klassieke muziek is vooral Antonio Vivaldi populair. Hij is bekend vanwege zijn muziekstuk de Vier Jaargetijden, waarin de vier jaargetijden onder leiding van een viool worden nagespeeld. Het stuk is populair in de klassieke muziek. Toch zijn er in de moderne muziek ook veel bekende Italiaanse nummers geweest. Eén van de bekendste nummers is Time to Say Goodbye van Andrea Bocelli, waarvan de versie met de Britse Sarah Brightman het bekendst is.

Op het Eurovisiesongfestival is in elk lied Italiaans te horen geweest. Geen een lied is in het Engels geschreven, wat in vergelijking tot andere landen erg apart is. Jarenlang, toen elk land nog in de eigen officiële taal een lied moest schrijven, had Italië een voorsprong. Niet omdat Italiaans een veel begrepen taal is, maar omdat men Italiaans mooi vindt klinken. Toch is het 4 keer voorgekomen dat een liedje deels in het Engels gezongen werd. Alleen in 1991 was er geen Italiaans liedje, toen werd het in het Napolitaans gezongen. Italië won het Eurovisiesongfestival twee keer. Dit was in 1964 met Non ho l'età van Gigliola Cinquetti en in 1990 met Insieme: 1992 van Toto Cutugno. De bekendste inzending was Volare van Domenico Modugno. Dit groeide uit tot een internationaal succes.

Literatuur

Dante met De Goddelijke Komedie in zijn hand.

Er zijn een hoop Italiaanse schrijvers geweest en boeken geschreven. Het bekendste Italiaanse boek is toch wel De Goddelijke Komedie van Dante Alighieri. In zijn werk uit 1321 beschrijft hij een tocht van de hemel naar de hel met zichzelf als hoofdpersonage. In het boek wordt veel gebruik gemaakt van symboliek, die verwijst naar de Katholieke Kerk, bekende personen en ook zijn jeugdliefde Beatrice. Het boek heet overigens zo omdat het het "goddelijke" beschrijft en goed afloopt (zoals een komedie). Een ander bekend boek is Decamerone van Giovanni Boccaccio. Dit boek beschrijft in tientallen gedichten het leven van 3 mannen en 7 vrouwen die gedurende 14 dagen op de vlucht zijn voor de pest en daarom Florence verlaten hebben.

Een moderne schrijfster is Elisabetta Dami. Zij bedacht in 1999 de muis Geronimo Stilton. Inmiddels zijn er tientallen boeken geschreven en zijn de boeken in 35 talen vertaald.

Bevolking

Immigratie

Tijdens de Vluchtelingencrisis in 2015 zag je dat veel immigranten via Italië en Griekenland Europa binnenkwamen.

Italië telt anno 2016 62 miljoen inwoners. Nog steeds groeit de Italiaanse bevolking, in 2011 was het namelijk nog 59 miljoen inwoners. In de jaren 90 was dit wel anders. Italië had toen een sterfteoverschot. Dit betekend dat er meer mensen sterven dan er worden geboren. In Italië was toen ook vergrijzing. Dit houd in dat een groot gedeelte van de bevolking oud is. Nog steeds heeft Italië, net als ieder ander Europees land, te maken met vergrijzing.

De reden waarom de Italiaanse bevolking groeit, ligt naast bij de mensen die worden geboren ook bij de mensen die naar Italië verhuizen. Vooral mensen uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten proberen te vluchten naar Italië. Via bootjes op de Middellandse Zee proberen ze Italië te bereiken. Naast Italië hebben ook Spanje en Griekenland te maken met dit probleem, aangezien zij het dichtste bij Italië liggen. Al sinds jaren 90 heeft Italië hier last van, vooral de route via het eiland Lampedusa is populair.

In Noord-Italië merkt men dat de migratiestroom ook misdaad met zich mee brengt. Italië is voor veel migranten helemaal niet de eindbestemming. Veel willen doorreizen naar Nederland, Duitsland, Zweden of het Verenigd Koninkrijk, aangezien deze landen als rijk worden beschouwd. Sinds 2009 is een speciale wet die het aantal migranten moet terugdringen en zorgt ook dat illegale immigratie strafbaar wordt. De laatste jaren tijdens de vluchtelingencrisis roept Italië op om samen te werken in de Europese Unie en de immigranten eerlijk te verdelen. De EU zelf is het niet helemaal eens. In West-Europa wil men wel vluchtelingen opvangen, maar in Oost-Europa ziet men het niet echt zitten. Ook is overigens kritiek hoe Italië met vluchtelingen omgaat. Mensenrechtenorganisatie Amnesty International heeft bijvoorbeeld gemerkt dat immigranten niet via een wet worden beschermt en ook keurt de organisatie het uitzetten van immigranten naar Libië af.

Godsdienst

Italië is een Rooms-katholiek land. Niet gek als je je bedenkt dat Rooms-katholiek naar Rome verwijst en de paus daar ook woont. Tot 1984 was het Rooms-katholicisme de staatsgodsdienst van Italië en heeft nog steeds veel invloed op de cultuur. Veel Italianen zien zich ook als Rooms-katholiek, zo'n 87,8%. Toch blijkt slechts een derde van deze groep ook echt Rooms-katholiek te zijn. In 2005 werd er onderzoek gedaan naar het geloof van Italianen. 74% zegt te geloven in een God, 16% gelooft dat er een hogere macht is (iets bovennatuurlijks) en slechts 6% zegt dat er helemaal niets is.

Hoe dan ook heeft het Rooms-katholicisme veel invloed gehad op Italië, maar ook andersom. De meeste pauzen zijn immers Italiaans geweest, maar liefst 208 van de 248. Daarnaast zijn ook veel heiligen en andere belangrijke figuren Italiaans, denk maar eens aan Fransiscus van Assisi. Ook hebben veel Italiaanse kunstenaars beelden gemaakt voor de kerken. Zo schilderde Michelangelo het dak van het Sixtijnse Kapel en heeft Rafaël talloze schilderijen van Bijbelse voorstellingen gemaakt. Het werk van deze kunstenaars heeft vervolgens weer kunstenaars in andere landen beïnvloed. Ten slotte ligt ook de hoofdstad van het katholieke geloof, Vaticaanstad, prominent in het midden van Italië.

Economie & Politiek

Economie

Italië staat bekend om zijn wijn, zoals uit de streek Rosazzo.

Italië ontpopte zich na de Tweede Wereldoorlog als een echt industrieland, maar na 1980 zakte de industrie in en bracht dit grote werkloosheid met zich mee. In Italië is er een grote kloof tussen het noorden en zuiden. Het noorden is overwegend rijk, terwijl het zuiden overwegend arm is. In het noorden vind men veel industrie, terwijl het zuiden nog agrarisch is. Toen het heel goed ging met het noorden wilde men het zuiden helpen. Er werd veel geïnvesteerd in de aanleg van wegen en spoorlijnen, maar er werden ook machines gekocht. Dit bespaarde boeren werk, waardoor ze minder personeel nodig hadden en er ontstond dus werkloosheid. Men heeft toen besloten om fabrieken in het zuiden te bouwen, wat beter lijkt te werken. Toch is de kloof nog duidelijk zichtbaar.

Tegenwoordig werkt nog amper 4% van de bevolking in de landbouw. De meeste boerenbedrijven zijn aan de kleine kant. De meest verbouwde producten zijn graan, maïs, rijst en aardappelen. Italië is tevens de grootste producent van sojabonen in Europa. Qua fruit wordeen in het zuiden vooral sinaasappels en citroenen verbouwd en in het noorden appels, peren en pruimen. In heel Italië vindt men gaarden met druiven en olijven. Van de druiven wordt meestal wijn gemaakt. De beroemdste wijnstreek is Toscane. Aan de Adriatische kust vind veel visserij op tonijn, sardines en schaaldieren plaats. Qua vlees zijn runderen, schapen en geiten populair. Veel melk wordt echter uit Duitsland gehaald.

Een van de bekendste Italiaanse merken; Fiat.

Veel industrie staat in het noorden. Voornamelijk Turijn en Milaan zijn echte industriesteden. Door de grote industrie is Italië het vierde industrieland van Europa, na Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Producten die voornamelijk worden ingevoerd zijn olie, textiel, hout, auto's en levensmiddelen. Er worden voornamelijk producten uit Duitsland, Frankrijk, China, Rusland en Nederland ingevoerd. Qua export verkoopt Italië voornamelijk wijn, machines, citrusvruchten en plastic. Hiervan gaat het meeste naar Duitsland, Frankrijk, de Verenigde Staten, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. Qua energie heeft Italië niet veel hulpbronnen. Het land haalt hierdoor 80% van de energie uit het buitenland. Toch zorgt het gebrek aan hulpbronnen ervoor dat Italië ook duurzame energie maakt. Een groot gedeelte (een derde) komt van wachtkrachtcentrales en de rest komt uit thermische centrales. Het gas en de olie die voor de rest nodig is komt voor een groot gedeelte uit Algerije en Rusland.

Politiek

Het Italiaanse parlementsgebouw.

Italië is een republiek en werd een president. De huidige president van Italië is Sergio Mattarella. De president is het staatshoofd en is als het ware het gezicht van het land. De president gaat op staatsbezoek, ontvangt belangrijke gasten, maar mag ook verkiezingen en referenda uitroepen en zelfs oorlog verklaren. Onder de president staat de premier. De huidige premier is Paolo Gentiloni. De premier is de voorzitter van de regering. De regering bestuurd het land; zorgt dat wegen worden onderhouden, dat leraren betaald krijgen en dat er politie is. Alle taken worden in categorieën onderverdeeld en voor elke categorie wordt een minister gezocht. De ministers en de premier samen zijn de regering.

Tegenover de regering staat het parlement van Italië. Om te zorgen dat alles goed gaat in een land, houd het parlement de regering en de president in de gaten. Daarnaast stemt het parlement ook over wetten, die de regering vervolgens moet uitvoeren. Het Italiaanse parlement bestaat uit twee kamers. Als eerste is er de Kamer van Afgevaardigden; bestaande uit 630 leden. De tweede kamer heet de Senaat van de Republiek en bestaat uit 315 leden. Alle leden van het parlement, beide kamers, worden gekozen door de bevolking. Daarnaast mag de president 5 senatoren benoemen en ook de Italianen die buiten Italië wonen mogen er 3 kiezen.

Problemen met de politiek en economie

Italië staat net als Spanje, Portugal, Cyprus en Griekenland bekend als de EU-landen met grote schulden. De EU moest ze dan ook helpen, maar hoe dit eigenlijk? Italië is in principe een rijk land en een sterke economie, maar heeft een enorme staatsschuld. Dit betekend dat de Italiaanse regering een hoop geld heeft geleend bij banken en die banken willen hun geld terugzien. De Italiaanse schuld (die van de staat, burgers en bedrijven) is inmiddels net zo groot als die van Frankrijk en Duitsland bij elkaar. In Italië heeft de staat (de regering) haast geen geld, terwijl de inwoners vrij rijk zijn. De Italianen willen daarom geen geld van de Europese Unie, aangezien de burgers zelf genoeg geld hebben. Als de burgers meebetalen om de schulden af te lossen (in de vorm van hogere belastingen), dan hoeft de Italiaanse regering aan minder voorwaarde te voldoen, dan als het land geld leent van de EU. Landen als Griekenland en Spanje hebben deze burgers niet. Italië heeft dus eigenlijk meer keuzes.

Tijdens de Europese Staatsschuldencrisis was men bang dat wanneer Griekenland zou omvallen van de schulden, de economisch zwakkere landen (Italië, Spanje, Portugal), eerst zouden vallen en tenslotte de sterke economische landen (zoals België, Nederland en Duitsland).

Daarnaast heeft Italië ook te maken met een krimpende economie. Maar waarom eigenlijk? Sinds dat Italië de euro gebruikt is er erg veel concurrentie met bedrijven uit andere EU-landen. Grote Italiaanse bedrijven, zoals Fiat, profiteren juist van de concurrentie en de EU-zone. Echter werken de meeste Italianen bij kleinere bedrijven, waar nog geen 50 man werkt. Deze bedrijven hebben het erg zwaar en gaan dan ook failliet. In Italië denkt men vanwege dit probleem ook na over een uittreden uit de Eurozone. In principe is dit ook nog mogelijk! Waarschijnlijk zou het na een eventueel vertrek uit de Eurozone een tijdje slecht gaan met de Italiaanse economie, maar de regering zou een groot deel van deze klap toch kunnen opvangen, ook al hebben ze geen geld. Hoe? Italië heeft een van 's werelds grootste goudvoorraden. Een land heeft goud om schulden te kunnen aflossen bij een echte grote economische klap. Goud is namelijk altijd gewild en de prijs is vrij stabiel.

In de politiek staat Italië bekend als instabiel land. Kabinetten komen en kabinetten gaan. Sterker nog, sinds de Tweede Wereldoorlog heeft geen een kabinet de volle 5 jaar gezeten! De reden is dat tot in de jaren negentig er een soort van strijd was tussen de socialisten en de christendemocraten. Uiteindelijk werd daarom besloten het kiesstelsel aan te passen, waardoor andere partijen meer kansen kregen. De politiek werd wel iets stabieler, maar echt stabiel is het niet. Mede de haperende Italiaanse economie zorgt voor onrust in de politiek. De reden voor de grote staatsschuld is simpel. In Italië zijn veel bedrijven in de handen van de staat. Dit zorgt weliswaar voor inkomsten tijdens goede economische periodes, maar zorgt er ook voor dat Italië de bedrijven geld moet geven tijdens een crisis. Anders kan een bedrijf failliet gaan en zijn mensen werkloos. Aangezien dit geld er niet was, leende men dit geld bij de bank. Dit gebeurde bij meerdere bedrijven. Hierdoor kregen Italië een grote staatsschuld. Daarnaast speelt ook het uittreden uit de Europese Unie van belang. In de EU is de regel dat een vluchteling wordt opgevangen door in het land waar het het eerst aankomt. Dit zijn vaak Griekenland, Italië of Spanje en het gaat de laatste jaren om grote aantallen. Hoewel Italië bekend staat als politiek instabiel land, zijn veel andere landen niet bang dat het land failliet gaat. Er is dus hoop dat alles goed gaat.

Fotogalerij

Volkslied

Externe links

Links

Bronnen

  • Lesboek: BuiteNLand, 4 havo - voor stukje over het landschap
  • Lesboek: GeschiedenisWerkplaats, 4 havo - voor stukken over de geschiedenis (Romeinen, Renaissance, Eenwording en Eerste Wereldoorlog)
  • www.belpease.nl - voor stukje over de natuur
  • www.ditisitalie.nl - voor stukje over het landschap
  • italiesite.wordpress.com - voor stukje over de keuken
  • www.economie-mach-maatschappij.com - voor stukje over de problemen in de economie
  • RTL Nieuws: diverse nieuwsberichten - voor stukje over de problemen in de Italiaanse politiek
  • www.landenweb.nl - voor stukje economie


Lidstaten van de Europese Unie Vlag van de Europese Unie
België · Bulgarije · Cyprus · Denemarken · Duitsland · Estland · Finland · Frankrijk · Griekenland · Hongarije · Ierland · Italië · Kroatië · Letland · Litouwen · Luxemburg · Malta · Nederland · Oostenrijk · Polen · Portugal · Roemenië · Slovenië · Slowakije · Spanje · Tsjechië · Verenigd Koninkrijk · Zweden

Kandidaat-lidstaten: Albanië · Macedonië · Montenegro · Servië · Turkije

Landen in Europa LocationEurope.png
Onafhankelijke gebieden: Albanië · Andorra · Armenië · Azerbeidzjan · België · Bosnië en Herzegovina · Bulgarije · Cyprus · Denemarken · Duitsland · Estland · Finland · Frankrijk · Georgië · Griekenland · Hongarije · IJsland · Ierland · Italië · Kosovo · Kroatië · Letland · Liechtenstein · Litouwen · Luxemburg · Macedonië · Malta · Moldavië · Monaco · Montenegro · Nederland · Noorwegen · Oekraïne · Oostenrijk · Polen · Portugal · Roemenië · Rusland · San Marino · Servië · Slovenië · Slowakije · Spanje · Tsjechië · Turkije · Vaticaanstad · Verenigd Koninkrijk (Engeland · Schotland · Wales · Noord-Ierland) · Wit-Rusland · Zweden · Zwitserland

Andere gebieden: Ålandseilanden · Faeröer · Gibraltar · Guernsey · Jan Mayen · Jersey · Man · Spitsbergen

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Italië&oldid=499469"