Communisme

Uit Wikikids
Ga naar: navigatie, zoeken
De twee belangrijke symbolen van het communisme: de rode ster en de gele hamer en sikkel
In veel landen van de voormalige Sovjet-Unie vind je nog standbeelden van Lenin. Dit standbeeld stond in Oekraïne. Het is in februari 2014 gesloopt.
Een communistische propagandaposter uit Oezbekistan in de voormalige Sovjet-Unie

Communisme is een politieke en economische leer die privé-eigendom en een op winst gebaseerde economie wil vervangen door gemeenschappelijk eigendom van de productiemiddelen. Voorbeelden van productiemiddelen zijn land, grondstoffen, machines, gebouwen en geld.

Er zijn verschillende vormen van communisme, bijvoorbeeld het anarcho-communisme en het christelijk communisme. De marxistische varianten van het communisme zijn de bekendste.

Deze ideologie streeft naar een land zonder regering, een "staatloze" en "klasseloze" maatschappij, waarin geen politieke en economische verschillen, zoals inkomensverschillen bestaan. Ook bestaan er geen landen meer.

Het alledaagse communisme zoals we dat uit de geschiedenis kennen, komt of kwam voor in staten met een éénpartijenstelsel, zoals de Sovjet-Unie. De Sovjet-Unie noemde zichzelf socialistisch. Socialisme is bedoeld als een tussenfase tussen kapitalisme en communisme. De levensbeschouwing van de communisten is atheïsme. Ze geloven in een heilstaat als een paradijs voor de arbeiders, niet in God.

In landen zoals Nederland en België hebben communistische partijen nooit veel macht gehad. De CPN (Communistische Partij van Nederland) had bijvoorbeeld nooit meer dan 7 zetels in de Tweede Kamer. In landen als Italië en Frankrijk hebben wel grote communistische partijen bestaan. Tegenwoordig hebben deze echter een groot deel van hun aanhang verloren.

Theorie

Communisten vinden dat het kapitalisme oneerlijk is. Zij vinden het eerlijk dat mensen die werken de opbrengst van hun werk geheel zelf mogen houden. Op de vraag waarom ze de wereld oneerlijk vinden antwoorden ze dat je moet kijken naar de manier waarop 'de productie' is georganiseerd. Voor de productie van iets heb je 'productiemiddelen' nodig:

  • arbeid (zelf werken)
  • kapitaal (werktuigen, gebouwen en geld)
  • natuur (grondstoffen zoals olie, kolen en ijzer)

Het feit dat deze productiemiddelen in het bezit zijn van een kleine groep mensen zorgt ervoor dat de opbrengst voor een groot deel naar deze kleine groep gaat en niet naar geheel degenen die werken.

De kapitalisten zorgen voor de oneerlijkheid volgens de communisten omdat ze zelf niet of weinig werken maar de arbeiders laten werken terwijl de kapitalisten veel meer verdienen.

Communisten geloven dat de enige manier om communisme te bereiken een revolutie is. Tijdens deze revolutie nemen de arbeiders de politieke macht en de productiemiddelen over en delen het eerlijk via democratie. Dit heet de dictatuur van het proletariaat omdat de kapitalisten niets te zeggen hebben (niet te verwarren met een normale dictatuur waarin één iemand alle macht heeft).

Veel communisten zoals de marxistische communisten geloven dat communisme pas bereikt kan worden na een tussenfase die ze "socialisme" noemen. In het socialisme (de marxistische variant) bestaat er wel een staat en bestaan er ook nog landen. In een socialistische staat zijn de "productiemiddelen" (bedrijven en fabrieken bijvoorbeeld) in handen van de arbeiders en is de samenleving er een zonder rangen en standen ("klasseloze maatschappij"). De inkomstenverschillen zijn er gering. Een dokter verdient dus niet heel veel meer dan een havenarbeider omdat communisten geloven dat al het werk even belangrijk is. Landen met een communistische beweging worden ook 'socialistische landen' of 'arbeidersstaten' genoemd.

Het communisme is onder te verdelen in verschillende stromingen, de bekendste stromingen zijn het marxisme, leninisme en maoïsme.

  1. Het marxisme beschrijft de tegenstelling tussen het proletariaat en de bourgeoisie (moeilijk woord voor kapitalist). Deze tegenstelling zie je terug bij een huisbaas en een bewoner, de huisbaas wil dat de huur zo hoog mogelijk is en de bewoner wil dat deze zo laag mogelijk is. Een andere tegenstelling is die van de baas en de werknemer: Een werknemer wil zoveel mogelijk verdienen voor zo weinig mogelijk werk terwijl de baas het tegenovergestelde wil. Karl Marx noemde de verzameling van deze tegenstellingen de klassenstrijd.
  2. Het Leninisme werkte hier op voort en kwam met een aantal nieuwe ideeën. Lenin geloofde dat deze klassenstrijd gevoerd moest worden door een georganiseerde partij die sturing gaf aan de arbeidersklasse (de vanguard partij). Ook geloofde hij in het democratische centralisme, dit houdt in dat binnen de groep iedereen over een onderwerp mocht stemmen en dat vervolgens iedereen verplicht was om zich aan de uitkomst te houden. Dus ook als je het niet eens was met de beslissing. Vooral dit democratisch centralisme is de reden dat het communisme door sommige mensen ondemocratisch genoemd wordt. Zij vinden dat iedereen mag doen wat hij of zij wil ondanks wat de uitslag van de stemming is. Lenin geloofde ook dat het kapitalisme alleen kon overleven door imperialisme en door kolonies. Rijke landen hadden volgens hem deze kolonies nodig om goedkoop grondstoffen vandaan te halen.
  3. Ten tijde van Mao Zedong was China nog een land zoals wij dat in de middeleeuwen waren. Hij vond dat je het marxisme-leninisme niet overal kon kopiëren en dat je het moest aanpassen aan de situatie van het land zelf. In China waren bijvoorbeeld geen fabriekswerkers die in opstand konden komen, Mao vond daarom dat de boeren de revolutie moesten leiden en dat de verandering van het platteland moest komen. Mao introduceerde ook de massalijn als tegenhanger van de vanguard partij. Hij vond dat je niet als partij moest bepalen wat er moest gebeuren maar dat je continu aan de massa moest vragen wat zij belangrijk vonden en hun toestemming moest vragen om je plannen door te voeren.

Geschiedenis

Het communisme bestaat als gedachte al heel lang. Plato beschrijft het in zijn 'Staat' (Politeia) als een toestand waarin de heersende klasse (de wachters) al hun bezittingen, vrouwen en kinderen delen. In kloosters hadden monniken hun bezit gemeenschappelijk. Iedereen had toen hetzelfde idee, namelijk het christendom. Zo hield men zich eigenlijk wel aan een soort van communistisch ideaal. Tijdens de Franse Revolutie was het streven naar communisme ook groot. Karl Marx en Friedrich Engels waren theoretici die aan de wieg van het 20ste-eeuwse communisme hebben gestaan.

In de 20ste eeuw nam het socialisme een hoge vlucht. Het vroegere Rusland, de Sovjet-Unie, was een grote socialistische staat. Alleen in Amerika heeft het nooit vaste voet kunnen krijgen.

Lenin heeft als eerste het communisme (bolsjewisme heette het toen meestal) in de praktijk gebracht bij de Russische Revolutie, een staatsgreep aan het einde van de eerste wereldoorlog. Rusland werd toen (herfst 1917) een communistisch land met de naam Sovjet-Unie. Toen Lenin overleden was, werd Stalin verkozen als leider van de communistische partij.

In China was Mao Zedong de leider van de communisten die na een tientallen jaren lange burgeroorlog de macht greep. In Cuba was Fidel Castro jarenlang staatsleider.

Toen in 1989 de Berlijnse Muur viel en Oost-Europa onafhankelijk werd, stortten ook de socialistische landen grotendeels in. Tegenwoordig zijn er nog maar weinig socialistische landen. Een aantal zijn nu ook lid van de Europese Unie, zoals Polen en de Baltische Staten (die na de Tweede Wereldoorlog door de Sovjet-Unie zijn geannexeerd).

Communistische landen

Wereldkaart van communistische landen (rood) en voormalige communistische landen (oranje)

Het bekendste was natuurlijk de Sovjet-Unie, maar er zijn nog steeds communistische landen in de wereld. Hier staan ze opgesomd:

Noord-Korea wordt soms ook tot de communistische landen gerekend, maar de Arbeiderspartij van Korea hangt een andere ideologie, bekend als juche, aan. Juche en communisme vertonen overigens wel veel overeenkomsten.

Van deze landen is eigenlijk alleen Cuba echt communistisch. China, Laos en Vietnam noemen zichzelf nog wel socialistisch, maar hebben eigenlijk meer een kapitalistische economie. In Nepal staat aan het hoofd van de regering een communist, maar dit land is niet officieel communistisch. Laos en Noord-Korea noemen zich democratisch, maar dat zijn ze niet. Een land waarin het socialisme voorkomt hoeft natuurlijk niet meteen een niet-democratisch land te zijn.

Videoclips


Link

Het communistische denken

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Communisme&oldid=548514"