Oorlog van 1812

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oorlog van 1812

USS Constitution vs Guerriere.jpg

Datum 1812 - 1815
Locatie Verenigde Staten, Canada, Atlantische en Grote Oceaan
Overwinning voor Onduidelijk (beide kanten claimden de overwinning)
Strijdende partijen
Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
Vlag van Spanje Spanje (1814)
Leiders
James Madison
Henry Dearborn
Jacob Brown
Winfield Scott
Andrew Jackson
William Henry Harrison
William Hull
Robert Jenkinson
George Prévost
Isaac Brock
Roger Hale Sheaffe
Gordon Drummond
Robert Ross
Edward Pakenham
Charles de Salaberry
Tecumseh
Troepensterkte
Verliezen
2.260 gesneuvelden
4.505 gewonden
ca 15.000 doden
1.600 gesneuvelden
3.679 gewonden
3.321 doden
Portaal Portal.svg Geschiedenis

De Oorlog van 1812 (War of 1812) was een oorlog tussen de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk van 1812 tot 1815. De oorlog wordt ook wel de Tweede Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog genoemd, aangezien het vlak na de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog gebeurde. De uitslag van de oorlog was niet duidelijk, aangezien beide kanten de overwinning claimden.

De oorlog ontstond nadat de Verenigde Staten onder president Thomas Jefferson hun grondgebied hadden verdubbeld in de aankoop van Louisiana van Frankrijk. Jefferson riskeerde een oorlog met het Verenigd Koninkrijk, aangezien de Verenigde Staten met het Frankrijk van Napoleon Bonaparte handelden. Hierdoor besloot Jefferson alle internationale handel stop te zetten, wat voor een diepe economische crisis zorgde. Zijn opvolger, president James Madison, verklaarde het Verenigd Koninkrijk vervolgens de oorlog. Tijdens oorlog legden de Britten de Amerikaanse hoofdstad Washington D.C. in de as.

De twee landen legden het conflict bij in de Vrede van Gent. De Spaanse kolonie Florida ging naar de Verenigde Staten, de VS beloofde de Britse kolonie Canada niet aan te vallen en de Britten vielen de VS niet meer aan. Onder president James Monroe begonnen de Verenigde Staten zich niet meer met Europese zaken te bemoeien, de zogeheten Monroedoctrine. De Verenigde Staten hielden dit vol tot de Spaans-Amerikaanse Oorlog van 1898 en hielden er pas mee op tijdens de Eerste Wereldoorlog. Na oorlog van 1812 wijdden de Verenigde Staten zich enkel op gebiedsuitbreiding op het Amerikaans continent.

Voorgeschiedenis

Oorzaken

Het gebied dat van Frankrijk gekocht werd tijdens de aankoop van Louisiana.

Wat precies de oorzaak was van de Oorlog van 1812 is onduidelijk. Historici hebben over de jaren heen verschillende oorzaken aangeduid. In 1763 won de Britten de Zevenjarige Oorlog van Frankrijk. Hierdoor stonden de Fransen een groot deel van Noord-Amerika af aan de Britten. Na het verlies van de Britse dertien koloniën in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog beginnen de Britten zich meer te richten om hun kolonie Canada uit te breiden naar het westen. De Amerikanen geloofden toentertijd echter dat het Noord-Amerikaans continent voor hun was. Dit leidde ook tot de aankoop van Louisiana. Het Louisianaterritorium behoorde tot Frankrijk, maar Napoleon Bonaparte had geld nodig voor zijn oorlogen in Europa. Hij benaderde president Thomas Jefferson, een erg pro-Frans en anti-Brits was. Jefferson kocht het gebied van hem en later ook nog de stad New Orleans. Hierdoor verdubbelden de Verenigde Staten in grondoppervlak. De Britten waren ondertussen bezig met hun wereldrijk, het Britse Rijk, en wilden hun kolonie in Canada uitbreiden naar het westen. Dit was al een reden voor het conflict.

De band tussen de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk was daarnaast ook zeer slecht. De grootste politieke partij in de Verenigde Staten, de Democratisch-Republikeinse Partij, was erg anti-Brits. Nog erger, zij waren een bondgenoot van aartsvijand Frankrijk. De Britten waren bang dat de Amerikanen ook zouden meevechten in de oorlogen van Napoleon en bijvoorbeeld Canada zouden aanvallen. Hierdoor vielen de Britten ook Amerikaanse schepen aan en blokkeerden de Amerikaanse havens. Daarnaast zouden ze, volgens president James Madison, inheemse volkeren erop aanzetten de Amerikanen aan te vallen. De Britten ontvoerden ook Amerikaanse zeelieden. Volgens de Britten waren deze zeelieden geen Amerikanen maar Britten en zouden moeten dienen in de Britse marine. De Amerikanen vonden dat de Britten hiermee de vrede voor de Britse kusten verstoorden. De Britten verboden de Amerikanen om te handelen met veel landen in Europa. Hierdoor vonden de Amerikanen dat de Britten hen als kolonie behandelen. Daarvoor hadden ze geen onafhankelijkheidsoorlog gevoerd.

Oorlogsverklaring

President James Madison

Als minister van Buitenlandse Zaken hoorde James Madison over de schepen die door de Britten (en in mindere mate door de Fransen) werden aangevallen. Madison vroeg aan president Thomas Jefferson om hier iets aan te doen. In 1807 legde Jefferson een handelsembargo op voor de handel met het buitenland. Hierdoor werd het land zwaar getroffen en ontstond een economische crisis. Vooral New England, het noorden van de Verenigde Staten, was zwaar getroffen. Dit gebied was erg afhankelijk van de handel met het buitenland. Jefferson stelde zich door deze blunder niet verkiesbaar in 1808. Madison werd verkozen tot president en werd trad aan in 1809. Ondertussen had het Amerikaans Congres al een wet doorgevoerd waarmee alleen de handel met het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk verboden was. De Britten waren ondertussen bezig met een oorlog tegen het Frankrijk van Napoleon. Hierdoor zouden ze, volgens Madison, niet snel genoeg kunnen reageren wanneer de Verenigde Staten Canada zouden binnenvallen en veroveren. Madison geloofde, net als veel Amerikanen, dat Canada bij de Verenigde Staten zou moeten horen.

James Madison stelde de oorlog voor aan de Senaat. De Democratisch-Republikeinen waren voor, maar de Federalistische Partij was tegen de oorlog. Toch kon Madison de Senaat overtuigen. 19 senatoren van de 30 stemden voor, waarmee de oorlog was aangenomen.

Verloop

Slechte voorbereiding?

De Hartford-conventie werd gehouden in de Capitool van de staat Connecticut.

De oorlog ging vooraf aan jaren van spanningen. Toch waren de Verenigde Staten totaal niet voorbereid op de oorlog. Dit was in tegenstelling tot de Britten. De Britten waren al militair voorbereid vanwege de oorlogen tegen Napoleon Bonaparte. De Britten hadden ook veel militairen in Canada, aangevuld met Canadese troepen. Madison verwachtte dat deze troepen snel verslagen zouden zijn. De dienst in het Amerikaanse leger was toentertijd vrijwillig en erg onpopulair. De betalingen waren laag en er was weinig getraind personeel. Hoewel iedere staat eigen troepen had, vochtten deze erg slecht buiten geen eigen staat.

De oorlogsverklaring zorgde ervoor dat het dienen in het leger nog onpopulairder werd. Voornamelijk in New England, waar men erg pro-Brits was, was de oorlog het meest onpopulair. In Massachusetts braken zelfs rellen uit. Daarnaast kon de overheid niet genoeg geld voor de oorlog bijeenhalen. De noordelijke staten spraken hun zorgen uit in de conventie in Hartford. De Britten hoorden dit. Hierdoor hebben zij nooit de havens van de staten die tegen de oorlog waren bezet.

De Grote Meren en de Westelijke Territoria

Bij de Grote Meren begon de oorlog toen de Amerikaanse generaal William Hull de Detroit overstak. Toen hij in de Canadese provincie Ontario aankwam eiste hij dat de Canadezen zich direct zouden overgeven. Hij stelde dat de Amerikanen kwamen om de Canadezen te bevrijden van de Britten. De Canadezen zouden veiligheid en vrijheid krijgen als ze Verenigde Staten zouden toetreden. Ook stelde hij alle Britse soldaten te vermoorden evenals de inheemse stammen die aan de kant van de Britten vochten. Vrijwel onmiddellijk kwam er een leger naar Ontario toe om Hull te verslaan. Hull wist echter het Britse leger te verslaan. Volgens besloot de Britse generaal Isaac Brock de Amerikaanse stad Detroit aan te vallen, wat succesvol was. Ze omsingelde het plaatselijke fort voor lange tijd. Hierop omsingelde Hull weer twee Britse forten. Na de succesvolle omsingeling van Fort Detroit trokken de Britten naar het Eriemeer. De Amerikaanse generaal Stephen Van Rensselaer probeerde hier een tweede aanval op Canada voor te bereiden. Van Rensselaer vermoordde hierbij Brock. De Amerkaanse generaal Henry Dearborn wilde hierna verder gaan, maar het Amerikaanse leger weigerde buiten Amerikaans gebied te treden.

Nadat Fort Detroit viel trok generaal William Henry Harrison met zijn leger naar de stad om het weer terug te veroveren. Zijn leger werd echter verslagen aan de Raisin op 22 januari 1813. De Britse kolonel Henry Procter omsingelde Fort Meigs, maar dit fort werd niet ingenomen. De soldaten op Fort Meigs vochten terug, waarna Procter terug naar Canada vluchtte. Ondertussen probeerden ze op de terugweg Fort Stephenson te veroveren, maar ook dit lukte niet. De Amerikaanse kapitein Oliver Hazard Perry bocht vervolgens de Slag op het Eriemeer, waarna Detroit teruggewonnen werd. Generaal Harrison lanceerde een nieuwe aanval op Canada, dit maal was deze succesvol.

Zowel de Britten als de Amerikanen wilden controle over de Grote Meren. De Britten hadden daarom al oorlogsschepen op het Ontariomeer en hadden hierdoor een kleine voorsprong. De Amerikanen besloten dit ook te doen. Aan de Amerikaanse zijde van het meer kwam zelfs een klein dorp voor de 900 soldaten en hun schepen. Op 27 april 1813 was de Slag bij York, waarbij de Amerikanen de Canadese hoofdstad York (tegenwoordig Toronto) vernietigden. De Amerikanen staken toen alle overheidsgebouwen, zoals het stadhuis en het parlement, in de brand. De Britten trokken zich terug uit Ontario, aangezien de situatie niet langer houdbaar was. De Amerikanen besloten echter niet de Britten gevangen te zetten, waardoor veel ontsnapten en een plan bedachten om Ontario terug te veroveren. In het midden van de nacht op 5 juni lanceerden de Britten een verrassingsaanval op de Amerikanen in de Slag bij Stoney. De Britten wonnen deze slag en de Amerikanen trokken zich terug. Hierdoor werd duidelijk dat de Amerikanen niet langer konden winnen. De Britten kregen daarom hulp van de inheemse volkeren, zoals de Irokezen.

Laura Secord waarschuwt James FitzGibbon voor het Amerikaanse leger

De Amerikanen planden een tegenaanval, maar toen de Canadese Laura Secord dit hoorde waarschuwde ze de Britse generaal James FitzGibbon. Secords zorgde ervoor dat de Britten voorbereid waren en de slag bij Beaver Dams wonnen. Secord wordt nog steeds in Canada als heldin gezien. De Britten lanceerden vervolgens een tegenaanval. Zo wisten ze Fort Niagara in te nemen en staken de stad Buffalo in de brand. De Amerikanen wilden hierop wraak. Ze lanceerden hierop twee aanvallen op Montreal onder leiding generaal Wade Hampton en generaal James Wilkinson. Hampton werd echter al vrij snel verslagen door de Britten, nog voordat hij de stad kon bereiken. Wilkinsons leger was wel groter dan dat van de Britten, maar hij was vertraagd door het weer. Toen Wilkinson hoorde dat het Britse leger eraan kwam, trok hij zich terug.

Toch vielen de Amerikanen in 1814 opnieuw het gebied binnen. Hoewel de Amerikanen aanvankelijk succesvol waren, was ondertussen in Europa Napoleon verslagen. Hierdoor konden de Britten meer troepen halen naar Noord-Amerika. Uiteindelijk trokken de Amerikanen zich terug in de slag van Lundy's Lane en de Britten besloten Amerika niet aan te vallen. Toch hielden de Amerikanen Fort Erie bezet, waardoor de Britten verzwakt raakten. Toch eindigde de Slag bij Prairi du Chien in een Britse overwinning. Generaal Zachary Taylor lanceerde een aanval op de Britten, maar ook deze konden de Britten weerstaan. De Britten verdreven de Amerikanen vervolgens naar de andere kant van de Mississippi.

De Atlantische Oceaan

De aanvallen tussen de schepen op zee

Ondertussen vielen de Britten de Verenigde Staten ook aan vanaf de Atlantische Oceaan. Aanvankelijk waren dit enkel aanvallen van enkele schepen. Toch raakten vele schepen hierbij beschadigd of zonken. Een paar maanden later besloten de Britten om de Amerikaanse kust te blokkeren met hun schepen. Hierdoor was handel niet mogelijk. Dit was het directe gevolg van de Amerikaanse poging om het Britse eiland Bermuda aan te vallen, dat mislukte. De Britten blokkeerden New England niet, aangezien zij zelf profiteerden van de handel. Ook was New England niet de oorlog en wilde dat deze zo snel mogelijk stopte. De blokkade begon aan Chesapeake Bay bij de staten Delaware, Maryland en Virginia. De Britten verwoesten alle havens en schepen aan de baai. Aangezien hierdoor alle grote Amerikaanse goederenschepen verwoest waren, werd het vervoeren van goederen enorm duur. De Britten bevrijdden bij hun aanvallen ook veel slaven van hun plantages. Veel slaven vluchtten vervolgens naar Canada of werden gedwongen in het Britse leger te dienen in ruil voor de Britse nationaliteit. In 1814 werd zelfs besloten dat elke Amerikaan die wilde overstappen naar de Britse zijde, de Britse nationaliteit zou krijgen. Zo'n 2.400 slaven en families werden op deze manier Brits staatsburger en werden overgebracht naar Bermuda, Nova Scotia en New Brunswick. Na de oorlog zouden de Britten de Amerikanen betalen voor alle bevrijdde slaven.

Op 11 juli 1814 wisten de Britten Maine, toen nog onderdeel van Massachusetts, in te nemen zonder ook maar één schot te lossen. De Amerikanen wisten de Britten later te verjagen. De Britse admiraal George Cockburn richtte zich vervolgens om de Chesapeake Bay. De Britten vielen de baai binnen en kwamen aan land. Dit leidde uiteindelijk tot de Slag bij Bladensburg. Hoewel president James Madison ervan overtuigd was dat het Amerikaanse leger zou winnen, had hij de hoofdstad Washington D.C. al vroegtijdig verlaten. Bladensburg lag dicht bij Washington D.C. en angst bestond dat het leger vervolgens door zou trekken naar de hoofdstad. Terwijl de Britten de hoofdstad benaderden, wist zijn vrouw Dolly Madison een aantal historische voorwerpen uit het Witte Huis te redden, waaronder de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring en het portret van George Washington. De Britten zetten vervolgens alle overheidsgebouwen in de stad in de brand, waaronder het Witte Huis, het Capitool en de Library of Congress. Zoals de regel toen was werden huizen en winkels gespaard. Het was de Britse wraak voor de Amerikaanse verbranding van York. De Brand van Washington zou erger kunnen zijn, was het niet dat de brand snel geblust werd door een storm. Het was de storm die ervoor zorgde dat zowel Britten als Amerikanen omkwamen.

De Britse generaal Robert Ross trok met zijn leger naar Baltimore, maar werd verslagen door de Amerikanen. In de Slag bij North Point zou hij vervolgens om het leven komen, dat het einde was de gevechten op het vasteland. Hoewel de Atlantische oceaan nog steeds geblokkeerd was verliep dit vrij rustig. De Amerikaanse overwinning in de Slag bij Baltimore inspireerde Francis Scott Key om het Amerikaanse volkslied, de The Star-Spangled Banner. Toen de Britten in Baltimore kwamen was Key gevlucht, maar keek toe hoe Fort McHenry gebombardeerd werd door de Britten, maar zich weerhield. Dit leidde tot het gedicht The Defence of Fort McHenry, dat later van muziek werd voorzien en The Star-Spangled Banner werd. Het volkslied is vernoemd naar de originele Amerikaanse vlag op het Fort McHenry, dat nu in het National Museum of American History te zien is.

Oorlog in het zuiden

In het zuiden woonden een volk dat bekend stond als de Muscogee (of Creek), waardoor dit gedeelte van de oorlog bekend staat als de Creekoorlog. De Muscogee wilden vrede met de Verenigde Staten, maar een kleine groep de Red Sticks wilden dit niet. Zij waren geïnspireerd door de inheemse generaal Tecumseh, die aan de kant van de Britten stond. De Muscogee stonden al eeuwen aan de kant van de Britten en de Spanjaarden. Hierdoor besloten de Muscogee om de Amerikanen in het zuiden aan te vallen. Een voorbeeld is de aanval op Fort Mims, waarbij tussen 400 en 500 mensen vermoord werden. De Muscogee wisten snel territorium te winnen. De Muscogee werden gesteund door de Cherokee, die in North Carolina en South Carolina barricades opzetten. Op deze manier werd Georgia afgezonderd van de rest van de Verenigde Staten, maar het Amerikaanse leger trok naar Georgia en Tennessee. Generaal Jon Floyd viel vervolgens de Muscogee aan, waarbij 200 mensen omkwamen. Generaal Andrew Jackson wist een groot leger te verzamelen in Tennessee en voegde dat samen met dat van Georgia. Jackson wist een verdrag te bereiken met de Muscogee en de Cherokee, waarna zij de strijd opgaven.

Ondertussen stuurden de Britten hun leger naar Noord-Amerika. Jackson benaderde de Spaanse gouverneur van Florida, Mateo González Manrique. Jackson hekelde zich aan de Britse schepen die daar lagen. Manrique beschouwde dit als aanval en riep de hulp van de Britten. Hoewel de Britten aanvielen wist Jackson de aanval tegen te houden. Generaal James Wilkinson, die eigenlijk geheim agent voor Spanje was, veroverde een klein gebied in het huidige Alabama. Dit was het enige gebied dat gewonnen werd tijdens de oorlog. Aan het einde van 1814 lanceerden de Britten een dubbele aanval op het zuiden. Aan de Atlantisch kust viel George Cockburn de Verenigde Staten aan, terwijl Alexander Cochrane de Verenigde Staten aanviel vanaf de Golf van Mexico. Cochrane viel New Orleans aan, wat leidde tot de Slag bij New Orleans. Aangezien het enorm duidelijk was dat New Orleans aangevallen zou worden, verdedigde Jackson dit met succes. Cochrane probeerde een tweede aanval uit te voeren, maar zag hiervan af. Admiraal Cockburn legde een blokkade op zee op en wist Cumberland Island te veroveren. Hier bevrijdde ze alle slaven en zo'n 1.485 mensen kozen de Britse zijde. Na het Verdrag van Gent vertrokken de Britten en hieven de blokkade op.

Resultaten

Gevolgen voor de Verenigde Staten

Voor de oorlog voelden veel Amerikanen zich niet verbonden met de Verenigde Staten, maar eerder met hun staat. De oorlog veranderde dat. De oorlog liet zien dat de Amerikanen elkaar nodig hadden en dat ze samen ervoor konden zorgen dat hun land bestaan bleef. Hoewel de Amerikanen zich nog steeds meer verbonden voelden met hun staat, voelden ze zich meer verbonden met het land. Pas na de Amerikaanse Burgeroorlog zou dit veranderen. Een direct gevolg van de oorlog was het instorten van de Federalistische Partij, waardoor de Democratisch-Republikeinse Partij als enige overbleef. Dit leidde uiteindelijk tot de Era of Good Feelings onder president James Monroe. In deze tijd probeerden de Amerikanen er samen uit te komen.

De oorlog van 1812 wordt gezien als het dieptepunt van het presidentschap van James Madison. Madison had de oorlog makkelijk kunnen voorkomen. De oorlog diende als afleiding, waardoor hij voor een tweede termijn in 1812 herkozen werd. Na zijn tweede termijn besloot hij zich niet meer verkiesbaar te stellen en James Monroe werd de nieuwe presidentskandidaat. Door het instorten van de Federalistische Partij was er geen belangrijke tegenkandidaat. Madison overtuigde in de laatste maanden van zijn presidentschap de Amerikaanse regering ervan om Washington D.C. weer op te bouwen. Volgens Madison was dit een teken van kracht. Na 10 jaar was Washington weer opgebouwd. Oud-president Thomas Jefferson doneerde zijn volledige bibliotheek als vervanging van de Library of Congress.

De oorlog zorgde ervoor dat het Spaanse Rijk erg verzwakte, waardoor Andrew Jackson in 1818 Florida binnenviel. Uiteindelijk verkochten de Spanjaarden Florida een jaar later aan de Amerikanen. De oorlog had er ook voor gezorgd dat veel Amerikanen zich tegen de inheemse inwoners, zoals de Muscogee en de Cherokee gingen richten. Later zouden deze volkeren zelfs ontheemd worden en moesten naar het westen trekken. De bevrijde slaven zorgden ook voor controverse in de Verenigde Staten en vertrokken naar bijna allemaal naar Canada.

Gevolgen voor Canada

Hoewel Canada een Britse kolonie bleef, zorgde de oorlog ervoor dat de Amerikaanse waarden (zoals vrijheid, onafhankelijkheid en republicanisme) overwaaiden naar Canada. Dit leidde niet tot opstanden in Canada zoals de Britten vreesden. Veel Canadezen raakten meer bewust ervan wie zij waren en er ontstond een idee van een Canadese identiteit. De Britten hadden hierdoor angst dat ze Canada zouden verliezen. Dit leidde enkele jaren tot overheidshervormingen, waardoor de Canadezen meer rechten kregen en meer dingen zelf mochten beslissen. Hoewel er groepen waren die Canada helemaal onafhankelijk wilden maken, werden deze door de Britten de kop ingedrukt.

De oorlog liet zien dat Canada moeilijk te verdedigen was, waardoor de Britten nieuwe forten bouwden en hun leger zouden uitbreiden. Ook werd immigratie vanuit de Verenigde Staten ontmoedigt.

Bronnen

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Oorlog_van_1812&oldid=665600"