Nederlandse literatuur

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Nederlandse literatuur omvat alle werken die in het Nederlands geschreven zijn. Het is de literatuur van Nederland (inclusief de Antillen), Vlaanderen en Suriname.

Middeleeuwen

Ontstaan van de Nederlandse literatuur

Hebban olla vogala wordt traditioneel gezien als de vroegst bewaarde Nederlandse literaire tekst.

Tot eind 11e eeuw was Nederlandse literatuur grotendeels oraal en werd mondeling overgeleverd in liederen en gedichten. Pas vanaf de 12e en 13e eeuw is er echt sprake van een Nederlandse literatuur die in teksten werd vastgelegd in ridderverhalen, heiligenlevens en didactisch proza.

Doorgaans wordt Hebban olla vogala als de eerste Nederlandse literaire tekst gezien. Van veel middeleeuwse werken is de auteur onbekend. In de middeleeuwen was het met kunstwerken wel vaker zo dat men ze niet signeerde. Zo ook met literaire werken was er vaak geen auteur aan te duiden. De eerste Nederlandstalige schrijver, die bekend is is Hendrik van Veldeke. Van Veldeke schreef onder meer liefdesgedichten en over het leven van heiligen.

Tijdens de middeleeuwen waren Brabant en Vlaanderen het centrum van de Nederlandse literatuur. Dit waren toentertijd rijke regio's en maakten een culturele bloei door. Tot aan de 16e eeuw zou het noorden achterblijven op het zuiden.

Ridderromans

Farm-Fresh bullet go.png Zie Ridderroman voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Het titelblad van Karel ende Elegast

Een van de populairste genres tijdens de middeleeuwen waren de ridderromans. De ridderromans gingen over de levens van ridders. Ze waren in de volkstaal geschreven, aangezien veel ridders zelf geen Latijn konden. De ridderroman komt oorspronkelijk uit Frankrijk, maar bereikte later ook Engeland, Duitsland en de Nederlanden. De ridderroman is door middel van troubadours in de Nederlanden aangekomen. Troubadours waren reizende artiesten die van hof naar hof gingen. Ze vermaakten hun gasten met liederen, verhalen en nieuwtjes uit andere steden of hoven. De eerste Nederlandse ridderroman was Floyris ende Blantseflur. Veel ridderromans in het Nederlands zijn vertalingen van Franse en Duitse ridderromans.

In veel ridderromans speelt de vorst Karel de Grote een belangrijke rol. Zij worden ook wel de Karelromans genoemd. Voorbeelden zijn Karel ende Elegast en het Roelantslied. In Karel ende Elegast krijgt Karel de Grote 's nachts bezoek van een engel, die hem de opdracht geeft iets te stelen. Wanneer hij dit niet doet zal hij sterven. Karel twijfelt hieraan, maar besluit dit toch te doen. Hij ontmoet de Elegast, aan wie Karel zich voorstelt als Adelbrecht. Karel probeert de Elegast te overtuigen om samen bij Karel in te breken. Uiteindelijk blijkt Karel's kwaardaardige broer achter een complot te zitten. Karel ende Elegast is de enige Nederlandstalige ridderroman waarvan de hele test bewaard is gebleven.

Dierdichten

Farm-Fresh bullet go.png Zie Dierdicht voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Reynaerd de Vos uit Van den vos Reynaerde

Een ander belangrijk genre waren de dierdichten. Dierdichten waren gedichten waarin de personages dieren zijn. Deze dieren hebben menselijke eigenschappen en karaktereigenschappen. De dieren gedragen zich als mensen en kunnen ook vaak spreken. Een dierdicht wil een bepaalde boodschap of moraal meegeven aan de lezer.

Van den vos Reynaerde is het bekendste dierdicht uit de Nederlandse taal. Reynaerd de Vos is een gruwelijke moordenaar, die verschillende dieren heeft vermoord of aangevallen. Tijdens de hofdag van koning Nobel verschijnen alle dieren aan het hof, behalve Reyneard. Veel dieren beschuldigen hem van misdaden, maar Reyneard is de dieren die hem willen vangen te slim af. Het dierdicht heeft ook grote invloed in het buitenland gehad en heeft mede bepaald dat wij een vos nu als sluw zien.

Marialegendes

Farm-Fresh bullet go.png Zie Marialegende voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Beatrijs knielt voor Maria

Tenslotte was de Marialegende een belangrijk genre. In de Marialegende speelde het Bijbelse figuur Maria, de moeder van Jezus, een belangrijke rol. Zij wordt gezien als degene die de mensen met God verbindt. God was voor veel mensen niet goed voor te stellen en ontastbaar. Maria zagen de mensen als een aanspreekbaar figuur. Ze was immers een vrouw en een moeder.

De bekendste Marialegende uit de Nederlandse literatuur is Beatrijs. Het verhaal volgt Beatrijs, een jonge non die verliefd is op iemand van buiten het klooster. Samen met haar geliefde gaat ze naar de stad, waar ze zeven jaar goed leven en twee kinderen krijgen. Na deze zeven jaar breekt echter een periode van bittere armoede aan. Beatrijs moet haar lichaam verkopen om haar kinderen eten te geven. Beatrijs biecht al haar zonden op en bid tot god. Maria komt voor in het verhaal als een weduwe, die de kinderen van haar overneemt en de twee groeien op tot twee goede mensen.

De rederijkers

De rederijkers vormden de overgang van de middeleeuwse naar de renaissance-literatuur. De rederijkers waren dichters en toneelschrijvers in de grote steden. Zij wilden het volk normen en waarden bijbrengen. Ze hielden buiten op straat optredens. De rederijkers gebruikten verschillende dichtvormen, zoals de ballade, het acrostichon en het rondeel. De rederijkers vergaderden in zogeheten rederijkerskamers. Bekende rederijkers waren Anna Brijns, Anthonis de Roovere en Peter van Diest.

Renaissance en barok

Het humanisme

Het humanisme was een stroming tijdens de Renaissance. Het humanisme richtte zich op de waarden en was een stroming van de geleerden. Tijdens de Renaissance was er een hernieuwde interesse in de Griekse en Romeinse oudheid. Dit betekende dat men de werken van klassieke schrijvers als Homerus en Horatius ging vertalen. Ook gebruikte men het als inspiratie voor eigen werken. Daarnaast ging men ook christelijke werken vertalen, zoals de Bijbel uit het Latijn. Men kwam erachter dat de priesters veel fouten maakten. De priester was toentertijd de enige die de Bijbel las voor de hele kerk. De Bijbel was in het Latijn geschreven. De Rotterdamse geleerde Desiderius Erasmus ontdekte veel fouten. Hij schreef in zijn boek Lof der zotheid over deze fouten. Hij uitte kritiek op de adel, de geestelijken en de kerk.

Erasmus was niet tegen het christendom. Sterker nog, hij wilde de christelijke waarden verdedigen. Later zouden de protestanten zijn boek gebruiken om hun standpunten te verdedigen.

De Gouden Eeuw

Tijdens de 17e eeuw beleefden de Noordelijke Nederlanden de Gouden Eeuw. Na de val van Antwerpen in 1585 vluchtten veel schrijvers naar het noorden, voornamelijk Amsterdam. Veel schrijvers haalden hun inspiratie uit de barok, een kunststijl die toen populair was, en de klassieke oudheid. De Gouden Eeuw kende vele bekende schrijvers en werken. Het bijbrengen van goede waarden en vermaak voor het volk waren nog altijd bekend. In De klucht van de koe van Gerbrand Adriaensz. Bredero weet een dief een boer ervan te overtuigen zijn eigen koe te kopen. De dief verdient hierdoor veel geld en probeert door het stuk ook de herberg af te zetten. Kluchten waren populaire genres en hadden als doel om het publiek te laten lachen. Tegenover de kluchten stonden de treurspelen, die als doel hadden om mensen kennis te laten maken met verdriet en medeleven.

Tijdens de Gouden Eeuw was ook de Tachtigjarige Oorlog een belangrijk onderwerp. Pieter Corneliszoon Hooft schreef in zijn Nederlandsche Historien over het begin van de opstand tot aan de moord op Willem van Oranje. In 27 boeken beschreef Hooft onder meer uitgebreid de geloofsvervolging, de belegeringen en veldslagen. Hoe wij nu de Tachtigjarige Oorlog zien is beïnvloed door deze boeken. In dezelfde periode werd het Wilhelmus geschreven, vermoedelijk door Filips van Marnix van Sint-Aldegonde. Het Wilhelmus was bedoeld om het volk te laten weten dat Van Oranje terug zou komen. Later werd het het volkslied van Nederland.

Joost van den Vondel is waarschijnlijk de bekendste schrijver uit de Gouden Eeuw. Hij vertaalde verschillende werken en schreef onder meer Gijsbrecht van Aemstel en Lucifer. Tijdens de Gouden Eeuw werd zowel Bijbelse als niet-Bijbelse literatuur geschreven. Daarnaast stond de 17e eeuw in het teken van de Statenbijbel, de Bijbelvertaling in het Nederlands. Na de arrestatie en terechtstelling van Johan van Oldenbarnevelt in 1618 werd er censuur ingevoerd. Hugo de Groot werd een jaar later gearresteerd en kreeg een levenslange gevangenisstraf in Slot Loevestein. Via een boekenkist wist hij in 1621 te ontsnappen en vluchtte naar Parijs. Later zou hij De iure belli ac pacis schreven, een belangrijk rechterlijk werk dat de basis is van het moderne volkenrecht.

Franse tijd

Invloed van het classicisme

Aan het einde van de 17e eeuw en gedurende de 18e eeuw haalden Nederlandse schrijvers veel inspiratie uit het Franse classicisme. Het Franse classicisme gaat terug naar de Klassieke Oudheid. Vooral de Franse schrijver Pierre Corneille was een populair voorbeeld, vanwege zijn grote helderheid. Tijdens het Frans classicisme was het niet belangrijk dat de schrijvers iets nieuws deden, maar dat ze de regels van de literatuur uit de Klassieke Oudheid opvolgden. De toneelstukken werden hierdoor gewelddadiger, terwijl men bij de gedichten op Van den Vondel en Hooft voortging.

De belangrijkste schrijvers tijdens deze periode waren Andries Pels, Lodewijk Meyer, Thomas Asselijn, Pieter Langendijk en Hubert Kornelisz. Poot.

De verlichting

Tijdens de 18e eeuw brak de Verlichting aan in Frankrijk, die ook door Nederlandse schrijvers werd overgenomen. Tijdens de Verlichting geloofde men in de rede (het verstand) en was er sprake van optimisme. De verlichting had alleen invloed op verhalen en romans. De gedichten en toneelstukken bleven in de traditie van het Frans classicisme. De roman en het verhaal waren niet meer bedoeld voor enkel volksvermaak. Het volk moest iets leren van de roman. Ze waren dus didactisch. Ook ontstonden er literaire tijdschriften voor de burgerij, zoals de Hollandsche Spectator. Veel schrijvers keken vooral naar de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau, die zich bezighield met opvoeding. Tijdens deze periode ontstond ook de jeugdliteratuur. Een belangrijk genre was de briefroman. In de briefroman krijgt de lezer een verzameling van brieven in handen, waarmee een verhaal wordt verteld.

Gedurende deze periode werd ook de eerste Nederlandse roman geschreven. Dit was Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart door de vriendinnen Betje Wolff en Aagje Deken. In 175 brieven volgt men het jonge meisje Sara Burgerhart, die verliefd is op Hendrik Edeling. De twee schrijfsters wilden jonge meisjes aansporen zich goed te gedragen en lieten ook in de roman zien wat er gebeurd wanneer je dit niet doet. Dit is kenmerkend voor de verlichting.

Literatuur onder Napoleon

Onder Napoleon werd de Nederlandse taal vervangen door de Franse taal. Nederlandse toneelstukken werden niet meer opgevoerd en Nederlandse gedichten en boeken waren verboden. Ook in het onderwijs werd enkel Frans gesproken. Onder Napoleon was er geen Nederlandse literatuur en pas in 1813 kwam de Nederlandse literatuur weer opgang. Vanaf 1813 bloeide het nationalisme op. Men was trots op Nederland, de Nederlandse cultuur en geschiedenis en vooral de Nederlandse taal. Dit zie je in het gedicht Wien Neerlands bloed van Hendrik Tollens. Dit gedicht was tot 1932 het volkslied van Nederland.

19e eeuw

De Romantiek

Het nationalisme zorgde uiteindelijk voor de Romantiek. Tijdens de Romantiek geloofde men in een nationale cultuur en een nationale geschiedenis. De Romantiek keerde zich tegen de Verlichting. In plaats van de natuurwetenschap kreeg de geschiedenis een belangrijke plaats en in plaats van het verstand werden emoties en gevoel belangrijker. Nederlandse schrijvers haalden inspiratie uit Engeland en Frankrijk. In de Nederlandse literatuur was de historische roman populair. Men zag dat de geschiedenis zorgde voor een nationale identiteit. Belangrijke schrijvers waren onder meer Willem Bilderdijk, Isaäc da Costa, David Jacob van Lennep, Hendrik Tollens en Jan Fredrik Helmers.

In Vlaanderen speelde de Romantiek een belangrijke rol bij het ontstaan van de Vlaamse identiteit. In het jonge België hadden vooral de Franstalige Belgen de belangrijke functies. De rechtspraak, de politiek en het onderwijs waren in het Frans, terwijl een meerderheid Nederlands sprak. De Vlaamse schrijver Hendrik Conscience is een belangrijk figuur binnen de Vlaamse beweging. In zijn boek De leeuw van Vlaanderen maakt hij de Vlamingen bewust van hun positie. Het boek volgt de Guldensporenslag uit 1302, waarin het Vlaamse leger van het Franse leger won. Conscience wordt nog altijd als één van de belangrijkste Vlaamse schrijvers gezien en heeft als bijnaam de man die zijn volk leerde lezen.

Het realisme

Rond 1850 ontstond het realisme. Het realisme keert zich weer tegen de Romantiek. Waar de Romantiek de lezer deed ontsnappen naar het verre verleden of de natuur, liet het realisme de realiteit zien. Realistische romans zijn vaak groot opgezet. De situatie moest zo goed mogelijk beschreven worden en van alle kanten moest er zicht komen op de situatie. Dit was ook een vorm indirecte kritiek op de maatschappij. Door de Industriële Revolutie was er ook veel armoede. Door de verstedelijking was deze zichtbaarder dan ooit. Onder andere de de Schoolmeester en Piet Paaltjens beschreven deze situatie. In de Camera Obscura van Hildebrand krijgt de lezer een beeld van het Nederlandse platteland vanuit een trekschuit. De Camera Obscura is tevens het populairste Nederlandse boek van de hele 19e eeuw. Jan Jacob Cremer schreef in zijn boek Fabriekskinderen over de kinderarbeid, dat leidde tot een verbod op kinderarbeid. Ook taboes als de echtscheiding en prostitutie werden doorbroken.

Eén van de belangrijkste werken uit de Nederlandse literatuur valt ook onder het realisme. Dan praten we over Max Havelaar van Multatuli. In Max Havelaar gaf Multatuli kritiek op de situatie in Nederlands-Indië. Hier was sprake van corruptie en uitbuiting, waarvoor de Nederlandse en inlandse bestuurders mede verantwoordelijk waren. Het boek bestaat uit een verzameling van allerlei verhalen, die op een ingewikkelde manier met elkaar verbonden zijn. Aan het einde pakt Multatuli zelf de pen en maakt de lezer duidelijk dat er iets aan de situatie moet veranderen.

De Tachtigers en het naturalisme

Het gedicht De waterlelie van Frederik van Eeden.

Vanuit het realisme ontstond het naturalisme. De naturalisten schreven vaak over personen die het slachtoffer waren van de maatschappij. Zij konden zelf niets aan hun toestand veranderen en het was niet hun schuld dat ze in die toestand terecht waren gekomen. Men ziet de wereld vaak door de ogen van het hoofdpersonage en er was geen geloof in een God of een hogere macht. De naturalisten werden in Nederland de Tachtigers genoemd, aangezien ze in de jaren 1880 schreven. In De Nieuwe Gids schreven ze over de literatuur. De Tachtigers zagen zich als vernieuwers en maakte kunst omwille van de kunst (L'art pour l'art). De kunst had geen ander doel dan de kunst zelf. Onder de Tachtigers vallen onder meer Willem Kloos, Albert Verwey, Frederik van Eeden (bekend van De kleine Johannes), Lodewijk van Deyssel en dichter Herman Gorter (bekend van zijn gedicht Mei). Louis Couperus, bekend van Eline Vere en Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan..., was geen lid van de Tachtigers, maar was wel een naturalist en werd ook door hen beïnvloed.

De belangrijkste vertegenwoordiger van het naturalisme is waarschijnlijk Marcellus Emants. In zijn boek Een nagelaten betekenis bekent de schrijver al dat hij zijn vrouw vermoord heeft en zij al begraven is. De roman gaat in op wat men tot die moord aanzette en zijn gevoelens vooraf, tijdens en na de moord. Een nagelaten betekenis wordt gezien als het klassieke voorbeeld van een roman.

Na de Tachtigers kwamen de Negentigers, die tussen 1890 en 1910 actief waren. De Negentigers nemen veel symbolen over en hebben meer interesse voor de mysterie en het onverklaarbare. Ze gaan minder op de gevoelens in dan de Tachtigers. Bekende Negentigers op hun beurt zijn J.H. Leopold en P.C. Boutens.

Ontstaan van de moderne literatuur

Interesse in het classicisme en de Romantiek

Rond 1910 ontstaat er een nieuwe interesse in het Franse classicisme en de Romantiek. Deze periode wordt de neoromantiek genoemd. De neoromantiek is een reactie op het naturalisme. De neoromantici nemen eigenlijk alles over van de romantiek. Ze hebben kritiek op de wereld van de stad, die ze als lelijk zien. Daarentegen richten zich op het platteland. In hun werken zie je perfecte landschappen, de romantische dood en de perfecte liefde vaak terugkomen. De dichters J.C. Bloem en A. Roland Hulst hebben veel invloed bij het ontstaan van dit genre. Arthur van Schendel was één van de belangrijkste schrijvers. Hij is onder meer bekend vanwege de boeken Een zwerver verliefd en Een Hollands drama. Een andere belangrijke schrijver is Nescio, die de boeken De uitvreter, Titaantjes en Dichtertje schreef.

Het modernisme en het interbellum

Vanaf 1916 ontstond het modernisme in de Nederlanden. De vele vernieuwingen zorgden voor een moderne maatschappij met veel vernieuwingen. De avant-garde is de naam van de kunstenaars van het modernisme. Zij gingen zich meer bezighouden met de vorm van werk. Belangrijke modernistische schrijvers en dichter zijn E. du Perron, Menno ter Braak en Martinus Nijhoff. Het gedicht Herinnering aan Holland van Hendrik Marsman is een belangrijk gedicht uit deze periode.

Het modernisme was een verzameling aan literaire stromingen, die ongeveer gelijktijdig plaatsvonden. Zo was er het expressionisme, dat vooral in Vlaanderen erg populair was. De belangrijkste vertegenwoordiger van het expressionisme is dan ook Paul van Ostaijen.

Literatuur tijdens de Tweede Wereldoorlog

Door de Duitse bezetters werd de Nederlandse Kultuurkamer opgericht. Schrijvers die wilden blijven schrijven moesten van deze kamer lid worden. Anders werd hun werk niet uitgegeven. Weinig Nederlandse schrijvers en dichters sloten zich aan bij deze kamer. Schrijvers die geen lid waren en toch publiceerden werden vastgezet. Dit gebeurde bijvoorbeeld met schrijver Simon Vestdijk.

Veel schrijvers die zich wél hadden aangesloten werden als collaborateurs gezien. Zij krijgen na de oorlog vaak een verbod op publiceren voor enkele jaren.

Literatuur sinds 1945

De Tweede Wereldoorlog als onderwerp

Harry Mulisch, één van de belangrijkste naoorlogse schrijvers.

Al kort na het aflopen van de Tweede Wereldoorlog ontstaan al boeken over de Tweede Wereldoorlog. Het is een manier van schrijvers, maar ook van lezers, om met de gruwelijkheid van de oorlog om te gaan. Ook waren veel mensen het eens dat zulke gruweldaden nooit meer mochten gebeuren en daarom besloten veel schrijvers het vast te leggen. Een paar van de eerste romans met de Tweede Wereldoorlog als onderwerp zijn Het bittere kruid van Marga Minco en Kinderjaren van Jona Oberski. Het bekendste boek is waarschijnlijk Het achterhuis van Anne Frank. Het achterhuis is uitgave van het dagboek van Anne Frank, die enkele maanden voor het einde van de oorlog stierf. Haar vader, die de oorlog overleefde, gaf het in 1947 uit. De reden was dat Anne Frank schrijfster wilde worden. Het achterhuis is waarschijnlijk het bekendste en meest vertaalde Nederlandse werk.

Na de Tweede Wereldoorlog zijn drie schrijvers heel erg belangrijk. Dit zijn Harry Mulisch (o.a. De aanslag en De ontdekking van de hemel), Willem Frederik Hermans (o.a. Het behouden huis en De donkere kamer van Damokles) en Gerard Reve (De avonden). In veel van hun werken speelt de Tweede Wereldoorlog een rol. In De aanslag van Mulisch wordt dit vooral duidelijk. Het boek volgt vijf periodes uit het leven het personage Anton Steenwijk, wiens ouders in een aanslag tijdens de hongerwinter omkwamen. Anton is gedurende het boek nog steeds opzoek naar wat er die avond precies gebeurde; de oorlog achtervolgt hem. Ook onder meer De tweeling van Tessa de Loo en Oeroeg van Hella Haasse nemen de Tweede Wereldoorlog als onderwerp.

In Vlaanderen speelt de Tweede Wereldoorlog ook een rol, onder meer in De Kapellekensbaan van Louis Paul Boon. Het bekendste Vlaamse boek over de Tweede Wereldoorlog is waarschijnlijk Het verdriet van België van Hugo Claus. Het boek volgt Louis Seynaeve, die opgroeit tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het boek geeft een beeld van de situatie in Vlaanderen voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het boek worden onder meer de Jodenvervolging, het nationaalsocialisme en ook de rol van de Vlaamse Beweging behandeld.

De jaren 50 en 60

De Tweede Wereldoorlog maakte veel indruk, maar er was ook nog andere literatuur. De jaren 50 en 60 waren een periode van welvaart, maar ook van jongerenculturen en aandacht voor vrouwen en minderheden. In Het leven is vurrukkulluk van Remco Campert maakt de lezer kennis met de vrienden Boeli en Mees en het meisje Panda. In het boek komen vele verwijzingen naar de jongerenculturen op dat moment voor, zoals het roken van wiet en de vrije liefde. Niet al deze boeken worden geapprecieerd. Kunstenaar Jan Cremer brengt zijn boek Ik, Jan Cremer uit, dat leidde tot controverse en opschudding. Schrijver Jan Wolkers (bekend van Turks fruit en Terug naar Oegstgeest) ging nog een stap verder. Hij schreef met grote openheid over thema's als seksualiteit en het protestantse geloof.

Het postmodernisme

Met het postmodernisme worden de Nederlandse romans vanaf 1990 bedoeld. Postmoderne romans hebben verschillende kenmerken zoals grote aandacht voor de buitenwereld, het verdwijnen van de grens tussen fictie en non-fictie, het verdwijnen van de moraal en veel intertekstualiteit en verwijzingen naar de populaire cultuur en andere werken. Ook is vaak sprake van verschillende tekstsoorten en zijn de verhalen niet chronologisch (er zijn flashbacks en flashforwards).

Onder andere Ronald Giphart, Arnon Grunberg, Joost Zwagerman en Hafid Bouazza behoren tot het postmodernisme. Ook Cees Nooteboom met zijn boeken Rituelen is een bekende postmoderne schrijver. Het boek Komt een vrouw bij de dokter van Kluun is een voorbeeld van een postmoderne roman. Elk hoofdstuk begint met een liedtekst en er wordt openlijk over ziekten, de dood en seksualiteit gepraat. De oplettende lezer zal ook de verwijzingen naar Turks fruit van Jan Wolkers zien.

Immigratie en identiteit

Ook identiteit wordt een belangrijker thema aan het einde van de 20e eeuw en in de 21e eeuw. Door de immigratie is Nederland een multiculturele samenleving geworden, wat zowel voordelen als nadelen heeft. Veel voormalige immigranten schrijven ook boeken over hun cultuur en de Nederlandse cultuur. Ook voormalige vluchtelingen komen aan het woord, zoals Kader Abdolah, die uit Iran naar Nederland vluchten. In zijn boek Het huis van de moskee geeft hij een beeld over de geschiedenis van Iran gedurende de Iraanse Revolutie. Mano Bouzamour beschrijft in zijn boek De belofte van Pisa over de Marokkaanse cultuur in Nederland.

Ook op andere vlakken ontstaan vragen over identiteit, zoals geloof. In Knielen op een bed violen van Jan Siebelink wordt een gereformeerde sekte beschreven. In Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeifer wordt Europa tijdens de vluchtelingencrisis van 2015 afgebeeld. Pfeiffer komt op de conclusie dat Europa in verval is en eigenlijk door middel van toerisme op zijn verleden doorbouwt. Een zoektocht naar de Nederlandse identiteit in een veranderde maatschappij is terugkerend thema.

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Nederlandse_literatuur&oldid=655460"