Karel de Grote

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Buste van Karel de Grote

Karel de Grote (2 april 742 of 743 - Aken, 28 januari 814) was een belangrijke Europese vorst en volgens velen zelfs de belangrijkste vorst die ooit in Europa heeft geregeerd. Hij was van 768 tot aan zijn dood koning der Franken en vanaf 774 ook de Longobarden; daarbovenop werd hij in 800 na Christus door de paus tot keizer van het Westen gekroond. Karel de Grote was de zoon van Pepijn de Korte en Bertrada van Laon.

In het Latijn heette hij Carolum Magnus en zo werd hij ook wel eens genoemd. In het Frans en het Engels luidt zijn naam Charlemagne. Karel de Grote heette om verschillende redenen de Grote; omdat zijn Rijk steeds groter werd en het heel goed bestuurde. Deskundigen denken ook dat hij 1.92 m was. Dat was met name in die tijd heel erg lang, omdat de mensen vroeger gemiddeld veel kleiner waren dan nu. Dus hij kwam niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk boven iedereen uit. Hij heeft veel gedaan om de eenheid in zijn Rijk te bewaren. Zo heeft hij één munt ingevoerd en één alfabet. Dat alfabet met 26 letters gebruiken we nu steeds. Vanwege zijn grote verdiensten voor Europa is er een Karelsprijs ingesteld voor de beste leider die het meest heeft gedaan voor de eenwording van Europa. Daarom noemen velen hem de vader van Europa.

Karel de Grote zelf

Karel de Grote is mogelijk op 2 april van het jaar 742 (dit kan ook 747 of 748 zijn) ergens in de buurt van Aken (waar precies is onbekend) geboren. In de buurt van die stad is hij ook begraven. In de Dom van Aken staat zijn stoel.

Het groter wordende Rijk van Karel

Hij was heerser van een steeds groter wordend rijk. Hij had kleine maar ook grote landen veroverd. Hij had veel volksgroepen bij zijn rijk gevoegd zoals: Saksen, Lombardije, Beieren en de Spaanse Mark. Hij was koning van de Franken vanaf 768 en vanaf 800 was hij een heilige Romeinse keizer. Hij volgde zijn vader op: Pepijn de Korte. Bij de Franken was het normaal dat de erfenissen gelijk verdeeld werden onder allen zonen. Karel de Grote heeft ook een broer: Karloman. Omdat Karloman in 771 op jonge leeftijd stierf, had Karel daarna het hele Frankische Rijk. Karel was als jongeman soms mee geweest op veldtochten met zijn vader. Hij is grootgebracht in een klooster. Hij trok van het ene plaatsje naar het andere plaatsje. In de tijd van Karel waren er voortdurend veldslagjes en oorlogjes tussen allerlei stammen. Veel stammen dachten rijk te worden door schatten van andere stammen te veroveren. Om die reden vonden ze vechten belangrijker dan leren lezen of schrijven. In die tijd trokken er monniken rond die vertelden dat ze juist niet moesten vechten, maar dat het belangrijker was om de Bijbel te lezen. Toch heeft Karel vaak tegen veel stammen gevochten. De bekendste zijn de Saksen. Ze vielen monniken aan en staken kerken in brand. Op zijn beurt stak Karel hun heilige boom (de Irmunsul) in brand. Toen in 785 de leider van de Saksen, Widukind zich bekeerde tot het christendom, werden de ruzies met de Saksen minder. Pas in 804 echter was er vrede tussen de Saksen en de Franken. Ook tegen de Beieren werd gevochten, maar hier had de diplomatie de overhand. Tegen de Alemannen de Avaren in Hongarije werd ook vaak gevochten. In 795 veroverde hij hun schatten. Die hadden zij op hun beurt weer veroverd op andere volkeren. Karel maakte zich uiterst populair door de schatten niet voor zichzelf te houden, maar door ze uit te delen aan alle belangrijke mensen binnen zijn Rijk.

Karel de Grote vocht ook tegen de Moren in het Zuiden. Dat waren Arabische mensen die zich in Spanje hadden gevestigd. Zij hadden heel Spanje in bezit tot aan de Pyreneeën. Hun bekendste steden waren Córdoba en Granada. De verloren slag bij Poitiers in 732 was het voorlopige einde van de islamitische opmars in Europa. Echter, de Moren voeren na deze slag nog meerdere keren plundertochten uit in het zuiden van het Frankische Rijk in de tijd van Karel Martel en Pepijn de Korte. De aanleiding voor het gevecht tegen de Moren in Spanje was ruzie tussen de Spaanse leiders en de Arabische leider in Bagdad. In Spanje verloor Karel de slag echter. Tijdens de aftocht werd Roland (Roeland), een van zijn officieren, na een legendarisch gevecht gedood. Hij werd het onderwerp van vele liederen en verhalen uit de Middeleeuwen. Dat was het Roelands lied. Karel sluit daarna vrede met beide islamitische leiders. Met de Arabische leider in Bagdad zullen elkaar daarna elkaar bijzondere cadeaus sturen. Het meest bijzondere cadeau dat Karel kreeg, was een olifant. Toen de olifant na een aantal jaren stierf, was Karel lange tijd bedroefd.

Kist met de botten van Karel de Grote

Karel erfde in 768 een rijk dat zijn voorgangers langzaamaan hadden uitgebouwd. Op kerstdag van het jaar 800 werd hij door paus Leo III in Rome tot keizer gekroond. Het keizerrijk van Karel de Grote strekte zich uit over grote delen van het huidige West-Europa. Zijn hele leven lang zou Karel de Grote veldslagen voeren om zijn rijk uit te breiden en te beschermen. Zo'n vijfenvijftig militaire expedities ondernam hij. Zijn legers vochten in Italië tegen de Longobarden om te bezittingen van de paus te beschermen. Hij wist het rijk van de Longobarden in te nemen zonder dat er een slag hoefde te worden geleverd. Aan de zuidelijke grens met Spanje vocht hij waar de moslims een constante bedreiging vormden en in de Duitse gebieden, tegen de opstandige Saksen.

Dood van Karel

Karel de Grote overleed op 28 januari 814. Hij heeft bijna 50 jaar over zijn rijk geheerst. Het is een unieke prestatie, dat door niemand in Europa op die manier heeft kunnen nadoen. Hij ligt nu in de Dom van Aken, maar als je op het plaatje kijkt zie je dat de kist waar hij in ligt niet zo groot is terwijl hij toch best groot was. Dat komt doordat het in die tijd gebruikelijk was om bijvoorbeeld de botten van zo’n belangrijk iemand weg te geven. Het was een hele eer om een botje van Karel de Grote te krijgen. Op het plaatje links zie je een armbotje van Karel in een gouden arm. Na Karels dood kreeg Karels oudste zoon Lodewijk de troon. Hij had nog twee oudere zoons, maar die waren al overleden.

De gouden arm met het botje van Karel

Lodewijk de Vrome bestuurde het land minder goed, omdat hij niet zo een sterke persoonlijkheid had als Karel. Karel heeft hem nog in 813 een jaar voor zijn dood tot keizer gekroond. In 817 liet Lodewijk zich nog door de paus kronen. Hij had drie zoons. En na een ongeluk met een houten loopbrug die instortte en waar hij zelf ook op stond stelde hij een erfdocument op: hij benoemde zijn oudste zoon tot eerste erfgenaam en medekeizer en zijn twee andere zoons en Bernard hun neef tot onderkoning. Uiteindelijk werd het land in 843 verdeeld in drie delen door middel van het verdrag van Verdun. De oudste zoon kreeg het midden, de andere kreeg het westen en de laatste kreeg het oosten. Het oosten en het middelste werden uiteindelijk het Heilige Roomse Rijk, dat nog tot in de 19 eeuw heeft bestaan.

Familie

Karel de Grote was de zoon van Pepijn de Korte die voor Karel koning van het Frankische rijk was. Pepijn was geboren in 714 en is gestorven in 768. De vader van Pepijn de Korte en de opa van Karel is Karel Martel, geboren in 689 en overleden in 741. Hij was hofmeier; dat is het hoofd van de koninklijke huishouding. Pepijn de Korte was ook hofmeier totdat hij in 751 de macht overnam. In 754 zalfde de paus hem tot koning. Karel had gedurende zijn lange leven ook veel vrouwen, wel 5! Sommigen van deze vrouwen scheidden van hem en anderen overleden. Hij had ook veel kinderen, minstens 18 maar misschien wel 34! Z’n vrouwen heetten Himiltrude, Desiderata, Hildegarde, Fastrada en Luitgarde. Karel had dus een hele grote familie.

Het christendom als basis

De basis waarop het rijk van Karel de Grote rustte, was het christelijke geloof. De paus van Rome bezat de geestelijke macht: hij was bevoegd voor geloofszaken en de organisatie van de kerk. De keizer, die door de paus in 800 voor het eerst werd gekroond, had de wereldlijke macht. Hij stond in voor de inrichting en verdediging van zijn rijk. Binnen dit uitgekiende systeem speelden kloosters en Abdijen een sleutelrol. Zij waren de bewaarders en ontwikkelaars van alle menselijke kennis en wetenschap. Ze stonden ook in ziekenzorg en onderricht.

Er waren in die tijd veel mensen die in goden geloofden, zoals in Donar (de hamersmijter van donder, hiernaar is donderdag genoemd), Wodan (de baas van alle goden, hiernaar is woensdag genoemd), Freya (godin van de liefde, hiernaar is vrijdag genoemd) en zo zijn er nog vele andere goden waar ze in geloofden. Karel de Grote geloofde in één God, die van het christendom. Hij wilde bovendien dat iedereen in zijn rijk het christendom ging aanhangen. In die tijd gingen de mensen steeds meer in het christendom geloven, het werd gebracht door zendelingen uit Ierland, onder anderen Willibrord en Bonifatius. In 690 trok Willibrord rond en in 754 werd Bonifatius door de Friezen vermoord in Dokkum. Deze zendelingen zeiden tegen de mensen dat ze niet in oude goden moesten geloven, maar in Jezus.

Bevordering van het onderwijs

Karel heeft niet alleen oorlog gevoerd. Hij bracht eenheid in Europa Hij heeft ook veel voor het onderwijs gedaan. Karel de Grote was altijd al geïnteresseerd in grammatica en filosofie. Hoewel hij zelf niet kon schrijven, liet hij wel scholen bouwen door zijn hele rijk, want hij vond het belangrijk dat alle jongens naar school konden. Hij stuurde monniken door het hele land en die moesten dan scholen oprichten. Veel scholen waren in kloosters en werden kloosterscholen genoemd. Later ging het hogere onderwijs over naar de Kathedralen en werden kathedraalscholen genoemd. Alcuinus was de meest geleerde man uit de tijd van Karel en die mocht het hele onderwijssysteem opzetten. Alcuinus was een christelijke monnik die vond dat de mensen moesten stoppen met vechten en moesten leren lezen, schrijven, rekenen, muziek maken, mooie gebouwen maken, en ga zo maar door. Het Latijn was nogal ingewikkeld, dus Alcuinus ontwikkelde een overzichtelijk alfabet met 26 letters. Dat gebruiken we nog steeds. Ook vond hij dat alle bekende boeken van vroeger niet verloren mochten gaan, dus die werden allemaal overgeschreven. Dat was monnikenwerk. Een monnik kon soms een jaar bezig zijn met het overschrijven van oude boeken, vaak met hele mooie tekeningen erbij. We hebben het aan de monniken te danken dat we nu nog zo veel weten over de Oudheid.

Bevordering van de landbouw

In die tijd werden er ook veel nieuwe dingen voor de landbouw uitgevonden. Zo heeft Karel de Grote het drieslagstelsel ingevoerd. Dat houdt in dat er een akker braak ligt en de twee andere gebruikt worden. Vroeger was het namelijk zo dat de helft braak lag. Dat is dat er geen dingen op verbouwd worden maar dat er dieren op lopen zodat die het met hun poep kunnen bemesten. En dat dan de andere helft gebruikt kan worden om dingen op te verbouwen. Maar als je twee derde van de akkers gebruikt, kan je meer oogsten.

Indeling van het Rijk in Gouwen

Karel de Grote was een krachtige persoonlijkheid, een begaafd staatsman. Het land van Karel de Grote werd al gauw te groot. Hij kon het niet meer alleen besturen. Daarom verdeelde Karel zijn rijk in kleinere delen. Hij koos voor decentralisatie. Hij deelde zijn rijk op in afzonderlijke gouwen en graafschappen. Nu noemen we zo'n deel een provincie. Aan het hoofd van elke gouw stond een graaf (gouwgraaf). Bij aanvaarden van hun taak moesten deze graven hem trouw zweren en erkennen als hun opperste heer. Karel de Grote vaardige wetten uit die van kracht waren voor het hele grondgebied. Bovendien werd zijn reusachtig rijk onophoudelijk doorkruist door een soort reizende ambtenaren (zendgraven) die gezonden waren door de heer ook wel zendgraven genoemd. Zij waren de ogen en oren van de keizer die op deze manier uitstekend op de hoogte bleef van wat er tot in de verste uithoeken van zijn rijk gebeurde. Deze staatsvorm was goed doordacht. Elk volk kon in een aparte gouw zijn eigenheid bewaren, terwijl alle gouwen samen onderworpen waren aan de wetten van de keizer. Een gouw kon ook als baas heette een hertog, graaf of leenman hebben. De baas van een gouw had ook een eigen leger maar dat leger moest meevechten als er oorlog was. In elke gouw stond een palts, dat is een soort paleis. Karel maakte ook marken. Dit waren stukken land aan de grens die een extra groot leger hadden. Een baas van een mark heette een markgraaf. Een paar van zulke marken waren de Spaanse mark, de Bretonse mark de Deense mark en de Ostmark. Karel reisde ook vaak zelf rond door zijn rijk zodat hij de gouwen kon controleren. Hij verbleef dan in een palts. In Aken had hij ook een palts daar woonde hij echt maar omdat hij zo rondreisde had hij door z'n hele land paltsen. En dan had hij ook nog de rijksdag. Dat is een dag in de zoveel jaar dat alle leenmannen, graven, hertogen en markgraven naar Aken moesten komen om daar een vergadering moesten houden en elkaar op de hoogte stellen van wat er gebeurt was. En op die manier kon Karel de Grote toch dat enorme rijk besturen.

Leven op een palts

Karel de Grote woonde natuurlijk in een paleis. Een paleis heette in die tijd een palts. De palts van Karel de Grote stond in Aken.Om de palts heen lagen landerijen.Daar werkten boeren. Zij zorgden voor het eten van de paltsbewoners. Bij de palts stond een kerk en een klooster. Karel de Grote had veel grote stukken land. In iedere gebied stond een palts. Met zijn hofhouding trok hij van palts naar palts. Hij controleerde of zijn land goed bestuurd werd. Tijdens een lange tocht was het moeilijk om eten goed te houden. Daarom stonden bij de paltsen het eten voor de hofhouding en de keizer klaar. Het gebied dat bij de palts hoorde zorgde voor zichzelf, het was dus niet afhankelijk van andere gebieden.

De wegen in de tijd van Karel de Grote waren erg slecht. Een reis van Nijmegen naar Aken duurde zo ongeveer drie dagen. De mensen die werkten waren de hofhouding, boeren, bakker, smid, klerenmaker, timmerman, loodgieter, bewaking en de veehouder. Er staat zelfs nog een oude palts van Karel de Grote in Nijmegen en die is nu te bezichtigen. En als je ook in een ander museum wilt komen van Karel de Grote, moet je naar het Valkenhof.

Het stelsel van de leenheer

De leenheer gaf zijn land in leen en de leenman nam het land in leen. Leenmannen of Vazallen stelden zich vrijwillig hun hele leven lang in dienst van de landheer. De leenheer nam de bescherming van de leenman op zich. De leenmannen die de koning als leenheer hadden gekozen deden dienst in het leger van de koning. De leenman kreeg zijn hele leven het recht op een bepaald stuk land. Het leenstelsel was ook gebaseerd op de noodzaak om zoveel mogelijk troepen op de been te brengen voor de vele oorlogen. In de loop van de ontwikkeling werden de leengoederen erfelijk. Al onder Karel Martel vond landleen in grote mate plaats. Karel Martel was een groot landbezitter. En het was zijn opa.

Pelgrims

Veel christenen uit het rijk van Karel de Grote wilden wel eens naar Jeruzalem. Ze wilden zien hoe Jezus Christus had geleefd. Mensen die zo'n reis gingen maken heten pelgrims. Jeruzalem lag in Palestina. Dat was het rijk van de islamitische koning Sjeik Haroen al-Rasjid. Hij woonde in Bagdad. Karel sloot vriendschap met deze sjeik. Ze gaven elkaar geschenken. De pelgrims konden nu veilig naar Palestina. De christenen noemen dit land het Heilige Land.

Video

Links

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Karel_de_Grote&oldid=675030"