Sociaalliberalisme

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Liberalisme
Yellow flag waving.svg
Stromingen
Klassiek liberalisme
Conservatief-liberalisme
Sociaalliberalisme
Nationaalliberalisme
Economisch liberalisme
Libertarisme
Begrippen
Trias politica
Grondrechten
Rechtsstaat
Vrijhandel
Liberale democratie
Sleutelfiguren
John Locke
Charles de Montesquieu
Adam Smith
Alexis de Tocqueville
Johan Rudolph Thorbecke
Milton Friedman
Portaal Portal.svg Politiek

Sociaalliberalisme, ook wel progressief-liberalisme, radicaal-liberalisme, modern liberalisme of links-liberalisme, is een politieke stroming. De stroming kan gezien worden als een middenweg tussen het liberalisme en de sociaaldemocratie en is daarmee het tegenovergestelde van het conservatief-liberalisme. Het sociaalliberalisme moet niet verward worden met het liberaal-socialisme, een vorm van socialisme met een aantal liberale principes.

Geschiedenis

Het sociaalliberalisme kwam aan het einde van de 19e eeuw binnen het liberalisme op als een tegenreactie op het klassiek liberalisme en het conservatief-liberalisme. Anders dan de andere liberalen op dat moment, vonden sociaalliberalen dat de slavernij afgeschaft moest worden en dat er algemeen kiesrecht moest komen. Ook vonden ze aan het begin van de 20e eeuw dat er algemeen kiesrecht voor vrouwen moest komen.

Aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw speelde ook de sociale kwestie. Deze kwestie ging over het feit dat veel arbeiders soms meer dan zestien uur per dag onder slechte omstandigheden moesten werken in gevaarlijke fabrieken. Kinderen konden niet naar school en moesten ook erg lang werken in de fabriek. Arbeiders en hun kinderen woonden vaak in slechte, vieze huizen die makkelijk in brand konden vliegen. Van dingen zoals vrije dagen of vakantie was al helemaal geen sprake. Als een arbeider door een ongeluk niet meer kon werken had hij gewoon pech: geen werk is geen inkomen. Veel klassieke liberalen van die tijd wilden niet dat de overheid te veel ingreep in deze situatie, omdat zij vonden dat het niet de taak was van de overheid om aan fabriekseigenaren op te leggen hoe ze hun arbeiders moesten behandelen: dit zou tegen de individuele vrijheid van de fabriekseigenaar zijn.

Kinderwetje van Van Houten

Sociaalliberalen gingen hier niet in mee en vonden dat de overheid wel degelijk moest ingrijpen in de fabrieken. In 1874 diende het sociaalliberale Tweede Kamerlid Samuel van Houten een wetsvoorstel om het werken van kinderen in fabrieken aan te pakken. Van Houten wilde eigenlijk een totaalverbod op kinderarbeid, maar in de Tweede Kamer van die tijd zaten veel klassieke liberalen en conservatieven die dat veel te ver vonden gaan. Uiteindelijk kwam wel het Kinderwetje van Van Houten tot stand, waarin kinderarbeid voor kinderen onder de 12 jaar verboden werd. Tegenwoordig lijkt dat heel logisch, maar in die tijd was het een grote stap.

Leerplichtwet

Hoewel het Kinderwetje kinderarbeid verbood, hielden veel ouders zich niet aan de wet, omdat moeilijk gecontroleerd kon worden of kinderen écht niet aan het werk waren. Kinderen hadden op dat moment nog geen leerplicht en ouders die hun kinderen niet naar school stuurden, konden dus niet bestraft worden. In 1900 dienen de liberalen de Leerplichtwet in die een einde moest maken aan kinderarbeid. Het wetsvoorstel werd met de kleinst mogelijke meerderheid aangenomen: 50 stemmen vóór en 49 stemmen tégen. Dit kwam omdat zowel de conservatieven als sociaaldemocraten tegen waren: conservatieven vonden de wet te ver gaan, sociaaldemocraten vonden de wet niet ver genoeg gaan. Eigenlijk zou de wet weggestemd worden, maar dit gebeurde niet omdat het conservatieve Kamerlid en tegenstander Francis David Schimmelpenninck van zijn paard viel en niet op tijd was voor de stemming. Daarnaast kregen de liberalen het voor elkaar om het doodzieke Kamerlid Jacob Johan van Kerkwijk toch naar de Tweede Kamer te krijgen.

Tegenwoordig

Tussen het einde van de Eerste en het begin van de Tweede Wereldoorlog was de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB) de sociaalliberale partij in Nederland. De partij werd nooit heel groot, omdat na invoering van het algemeen kiesrecht de meeste nieuwe kiezers op een christelijke of socialistische partij stemden. Na de Tweede Wereldoorlog ging de VDB samen met de socialistische SDAP en de christelijk-progressieve CDU op in de sociaaldemocratische Partij van de Arbeid.

Een tijd lang bestond er hierdoor geen echte sociaalliberale partij in Nederland. Pas in 1966 werden de Democraten '66 (D'66) opgericht door Hans van Mierlo. In de eerste jaren van haar bestaan richtte de partij zich vooral op democratische vernieuwing zoals een gekozen burgemeester en een gekozen minister-president. Ook wilde de partij het districtenstelsel invoeren in Nederland. Onder leiding van Jan Terlouw in de jaren '70 werd de partij nadrukkelijk liberaal en verzette zij zich vooral tegen het kabinet-Van Agt I (gevormd door CDA en VVD). De partij sprak zich negatief uit over de voortdurende tweestrijd tussen het CDA en de PvdA.

In de jaren '90 en '00 werd de partij nadrukkelijker progressiever. Zo heeft zij in de Kabinetten-Kok I en II aangedrongen op de legalisering van abortus (1984), het toestaan van homohuwelijken (2001) en legalisering van euthanasie (2002). In 1998 werd de partij officieel sociaalliberaal.

Ideologie

Een ideologie is een verzameling van ideeën over hoe de samenleving gevormd moet worden en aan de hand van welke waarden en normen ze (de samenleving) moet functioneren. Ook het sociaalliberalisme is eigenlijk zo'n verzameling van ideeën over de samenleving.

Vrijheid

In het liberalisme staat het principe van vrijheid centraal. Toch zijn er verschillen tussen de verschillende vormen van het liberalisme. Anders dan de klassieke liberalen en conservatief-liberalen, vinden sociaalliberalen bijvoorbeeld dat de individuele vrijheid van mensen níét in strijd is met de wensen van de samenleving in het geheel. Sociaalliberale filosofen zeggen juist dat een individu alleen maar vrij kan zijn als iedereen in de samenleving dat is. Daarom zijn sociaalliberalen vaak vóór samenwerking in internationale organisaties en wijzen ze vormen van nationalisme af. Ook zijn ze vaak voor een uitbreiding van het aantal mensenrechten, waaronder ook burgerrechten en politieke rechten. Hierin verschillen ze van andere liberalen: klassieke liberalen denken dat de vrijheid van mensen alleen bevordert zou moeten worden door middel van vrijhandel en niet via internationale organisaties. Conservatief-liberalen vinden vaak dat sociaalliberalen te veel macht van de staat willen overdragen aan internationale organisaties.

Economie

Het sociaalliberalisme is binnen het liberalisme een beetje een afwijkende stroming, omdat het vindt dat de overheid zich wél moet bemoeien met de economie en het leven van individuen. Dit heeft ermee te maken dat sociaalliberalen vinden dat mensen alleen maar vrij kunnen zijn als ze dezelfde kansen hebben. De bestrijding van bijvoorbeeld inkomensongelijkheid en armoede vanuit de overheid zien sociaalliberalen als goed voor de vrijheid, omdat mensen met een lager inkomen op die manier meer vrij zijn, doordat ze meer geld hebben om dingen te kopen en dus ook uit meer dingen kunnen kiezen. Conservatief-liberalen en klassieke liberalen wijzen deze manier van denken af, omdat zij vinden de overheid niet te veel moet ingrijpen in de economie. Zij zien de herverdeling van inkomens als schending van de vrijheid van het ene individu voor meer vrijheid voor een ander individu.

Sociaalliberalen gaan niet zo ver als sociaaldemocraten: sociaalliberalen benadrukken dat de overheid niet te veel direct moet zorgen voor individuen, maar individuen moet helpen om voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook binnen de sociaaldemocratie is er een stroming die zo denkt: de derde weg.

Cultuur

Sociaalliberalen wijzen het nationalisme af en vinden in tegenstelling tot conservatief-liberalen dat trots zijn op je eigen land niet logisch is, omdat je niet zelf hebt bijgedragen aan het groot maken van het land. Daarnaast zijn ze tegen het behouden van tradities en vinden ze het belangrijk dat de samenleving vooruitstrevend is. Ook vinden sociaalliberalen dat niet zomaar alle culturen met elkaar vergeleken moeten worden: waarden en normen zijn in elke cultuur op een andere manier ontstaan. Daarom kan niet gezegd worden dat de ene cultuur beter is dan de andere cultuur. Dat maakt dat ze ook vinden dat verschillen tussen culturen gerespecteerd moeten worden, zolang dit niet ten koste gaat van de rechten en vrijheid van mensen.

Politiek

In Nederland zijn D66 en Volt sociaalliberale partijen. In België bestaan geen sociaalliberale partijen, maar een deel van de leden van de liberale partijen Open VLD en MR en groene partijen Groen en Ecolo kan gezien worden als sociaalliberaal.

In het Verenigd Koninkrijk kunnen de Liberal Democrats gezien worden als sociaalliberaal, in Frankrijk geldt dit voor de partij LREM. Op Europees niveau is Volt Europa actief, hoewel de partij zichzelf niet uitdrukkelijk sociaalliberaal noemt.

In de Verenigde Staten is de Democratische Partij sociaalliberaal, maar daar wordt de stroming vaker aangeduid als 'modern liberalisme'.

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Sociaalliberalisme&oldid=671256"