Lissabon

Uit Wikikids
Ga naar: navigatie, zoeken
Uitzicht over Lissabon en de Taag.

Lissabon is de hoofdstad van Portugal. Het ligt aan de Atlantische kust in de zuidelijke helft van het land. Lissabon is gebouwd op de steile noordoever van de rivier de Taag. Lissabon is een grote stad en telt ongeveer 550.000 inwoners. In het hele gebied wonen 3,3 miljoen inwoners. Lissabon is steeds meer in trek als vakantiebestemming, zowel bij toeristen die de stad willen bekijken als zonaanbidders die af komen op de mooie stranden. Lissabon heeft een zeeklimaat. Het is er in de winter nooit echt koud en in de zomer nooit te warm. In Lissabon is het gemiddeld 17,1 tot ongeveer 26,3 graden

Geschiedenis

Volgens een oud verhaal zou Lissabon gesticht zijn door een Griekse held. Rond 1200 voor Christus gingen er Feniciërs wonen om handel te drijven. In 205 voor Christus hadden de Romeinen de stad veroverd. Toen Julius Caesar daar de baas was, werd de stad rijk en machtig. Toen het Romeinse Rijk uit elkaar viel, viel Lissabon in handen van andere volken uit het Noorden. Daarna ging het niet zo goed.

In 711 liepen de Moslims uit Noord-Afrika Portugal en Spanje onder de voet. Onder de Moslims werd Lissabon weer een belangrijk handelscentrum. De eerste koning Afonso Henriques van Portugal jaagde de Moren (Moslims) in 1147 weg uit de stad met hulp van onder andere de Engelse kruisvaarder Gilbert of Hastings. Het kasteel (São Jorge) dat de Moren gebouwd hadden, werd toen het koninklijk paleis. Lissabon werd eerst officieel een stad in de 13de eeuw en werd in 1256 onder Afonso III de hoofdstad van het land.

De eeuwen daarna ging het weer goed met de stad door de handel en met de cultuur. In 1290 werd bijvoorbeeld de Universiteit van Lissabon gesticht. Er werden ook nieuwe wijken gebouwd. Maar zo nu en dan werd Lissabon ook getroffen door de pest waardoor veel mensen dood gingen. In de tijd van de ontdekkingsreizen ging het heel goed met Portugal. Een beroemde ontdekkingsreiziger was Vasco da Gama. Rond 1497 ontdekte hij hoe je het makkelijkst naar Indië kan varen. Uit Indië haalden ze kruiden waar ze veel geld mee verdienden. Daardoor werd Lissabon de belangrijkste handelsstad van Europa. Uit dankbaarheid bouwde koning Manuel I tussen 1515 en 1521 de Torre de Belem. Het is een soort kasteeltje. Van daaruit vertrokken veel zeelieden op nieuwe reizen. Ook liet hij het klooster Mosteiro dos Jeronimos bouwen met het geld wat ze er met de ontdekkingsreizen verdienden.

Op 1 november 1755 was er een zware aardbeving die de halve stad in puin legde. Er waren wel 15.000 doden. Onder de eerste minister markies De Pombal werd de stad herbouwd. De koninklijke familie vluchtte in 1807 voor Napoleon naar Brazilië. Toen werd Rio de Janeiro tijdelijk de hoofdstad van Portugal. Maar toen ging het niet meer goed met Lissabon.

In de tweede helft van de 19de eeuw ging het weer goed met Lissabon. Er werden wegen, spoorwegen en een rioleringssysteem aangelegd. De tram verscheen in de stad en men vernieuwde de haven. In 1908 werd de koning vermoord. Van 1926-1968 was Antonio Salazar de baas van het land. Hij was een dictator. Een dictator regeert een land heel streng en hij luistert niet naar wat anderen willen. Hij ging door met Lissabon te vernieuwen. In 1966 werd de hangbrug over de Taag geopend. De brug heette Ponte Salazar. In 1974 werd die herdoopt in Ponte 25 de Abril. De brug heet nu zo omdat 25 april 1974 de dictator werd verjaagd.

Openbaar vervoer

De tram van Lissabon.

Lissabon heeft veel oude trams, liften, kabeltrams, bussen en de ondergrondse metro (politano).

Vervoer per metro

De snelste en handigste manier om je in de stad te verplaatsen is met de metro (politano). De metro is in 1959 aangelegd. Er zijn nu 37 stations op vier metrolijnen: Linha Azul (blauwe lijn), de Linha Amarela (gele lijn), de Linha Verde (groene lijn) en de Linha Vermelha (rode lijn). Deze lijnen sluiten aan op de bus, de tram en de trein en ze maken de verbinding van de buitenwijken met het zakencentrum van de stad, langs de noordoever van de rivier. Er zijn plannen om de metro uit te breiden.

Vervoer per tram

De hoofdstad kent twee typen trams: de oude modellen van voor de Eerste Wereldoorlog en de veel langere, nieuwe trams met airconditioning.De tram (electrico) rijdt maar een klein stukje door de stad maar brengt je wel naar de bezienswaardigheden van de stad. De rit duurt langer dan met de bus maar juist de gezellige oude trammetjes zijn echt leuk om in te rijden. De bekendste tram is lijn 28.

Vervoer per bus

De bussen van Lissabon zijn geel of oranje.Er zijn rammelende oude bussen,maar ook soepel rijdende bussen met airconditioning. Ze rijden vaak maar zitten wel vaak vol.

Kabeltrams en liften

Aan het eind van de 19de eeuw werden in Lissabon negen kabeltrams (elevadores) aangelegd waarvan er nu nog 3 rijden. Er is ook nog een stadslift. De kabeltram en liften zijn ideale hulpmiddelen om de hogergelegen delen van Lissabon (in het bijzonder Bairro Alto) te bereiken. Deze vormen van vervoer komen zeer van pas als je de steile heuvels op wilt.

Kaartjes

Een kaartje voor de bus,trams of kabeltrams kun je kopen bij het instappen,maar het is goedkoper om van tevoren een meerrittenkaart te kopen. Andere mogelijkheden zijn een 1-dagkaart en een 3-dagenkaart als je van plan bent in korte tijd veel van de bus en tram gebruik te maken. Maar je moet het wel stempelen als je in stapt. Een metrokaartje koop je bij een automaat of bij het loket op het station.

Toeristische trekpleisters

In Portugal zijn veel mooie stranden en oude kastelen die je kan bezoeken. Er zijn veel mooie plekken met veel natuur en daar kun je met een treintje reiden.

Castelo de São Jorge

Castelo de São Jorge

Het kasteel São Jorge is erg leuk om heen te gaan. Het is het bekendste gebouw van de stad. Volgens een oud verhaal legden de Romeinen de eerst stenen voor het kasteel. Maar het werd verbouwd tot een moorse vesting. De Moren hebben er vijf eeuwen in gewoond. In 1147 veroverde Afonso Henriques Lissabon en verbouwde het moorse kasteel tot een koninklijk paleis. Tot 1511 heeft de koninklijke familie er in gewoond. Door de aardbevingen in 1531 en 1755 was er veel schade aan het kasteel, toen bleef er een ruïne over. Er hebben ook militairen gewoond en het was ook een gevangenis. Tot 1938 bleef het een ruïne, toen begon de dictator Salazar met een grote restauratie. De "middeleeuwse" muren werden weer opgebouwd en men legde tuinen aan met watervogels. Van het oorspronkelijke kasteel zijn er nog een paar torens over. Je kan over de muren wandelen, dan heb je een prachtig uitzicht op Lissabon.

São Vicente de Fora

De kerk en het klooster Mosteiro de São Vicente de Fora zijn ook een bezoekje waard. Het is een groot wit gebouw met aan beide kanten torens. De heilige van Lissabon, de heilige Vincentius, ligt daar begraven. Maar het klooster wordt vooral bezocht vanwege de 18de eeuwse tegeltjes. Het Portugese woord voor tegels is azulejos. Op veel van die tegeltjes staat veel van de geschiedenis. Op heel veel andere tegeltjes staan sprookjes van de Franse schrijver La Fontaine. In een grote ruimte liggen in graftomben (sarcofagen) bijna alle koningen en koninginnen begraven, van Joao IV, die in 1656 overleed, tot Manuel II de laatste koning van Portugal.

Azulejos

In 1580 waren de Spanjaarden de baas in Portugal. De koning met al zijn mensen en de kunstenaars zaten in Madrid in Spanje. In Portugal was geen geld genoeg en alleen de kerk kocht kunst. De azulejo is goedkoop en gemakkelijk te onderhouden en kwam in plaats van schilderijen, tapijten en beelden, die men niet meer kon betalen. Vervolgens kreeg men de smaak te pakken en begon kerken, gasthuizen, paleizen en villa's ermee te bedekken. Nog steeds zie je huizen en gebouwen met tegeltjes in allerlei kleurtjes.

Elevador Santa Justa

De lift de Santa Justa is ook leuk om heen te gaan. Deze gietijzeren lift is in 1902 door de Fransman Raoul Mesnier du Ponsard gebouwd. Hij was een leerling van Alexandre Gustva Eiffel, de ontwerper van de Eiffeltoren in Parijs. De lift scheidt de benedenwijk Baixa van hoger gelegen en nog sjiekere wijk Chiado. Je kunt met een lift naar een hoogte 32 meter, vanaf daar kan je via de brug de bovenwijk in lopen. De toenmalige koning, die tot de bouw van de lift opdracht had gegeven, moest te paard over de brug rijden om te bewijzen dat hij stevig was. Maar als je uit de lift komt ben je nog niet helemaal boven want je moet nog twee wenteltrappen omhoog om bij het hoogste punt van de toren te komen en om bij een terras te komen. Vanaf daar heb je een mooi uitzicht.

Torre de Belém

Torre de Belém

Belém, Portugees voor Bethlehem, is de wijk aan de rivier de Taag die bekend is geworden door de zeevaart. In de tijd van de ontdekkingreizen zijn hier veel nieuwe gebouwen neergezet. Een van die gebouwen is de Torre de Belém. Het is een van herkenningspunten van Lissabon. Hij is gebouwd tussen 1515 en 1521 in opdracht van koning Manuel I. Oorspronkelijk stond de toren in het midden van de Taag. Het is was fort om de haven te beschermen. Van daaruit vertrokken de zeelieden op ontdekkingsreizen. In de loop van de tijd is de Taag anders gaan stromen. Nu staat de toren vlak bij de oever. De toren bestaat uit twee delen. Een van twee verdiepingen aan de kant van de Taag en een toren met vijf verdiepingen. Op de hoeken staan mooie uitkijktorentjes.

Padrão dos Descobrimentos

Het beeld Padrão dos Descobrimentos (Monument der Ontdekkingen) werd in 1960 gebouwd in Belém. Het is gebouwd omdat Hendrik de Zeevaarder 500 jaar dood was. Het is 52 meter hoog en gebouwd in de tijd van Salazar. Het herinnert aan de zeelieden en de ontdekkingsreizigers. Het heeft de vorm van de voorkant van een boot. Voorop staat Hendrik de Zeevaarder. Verder staan er ook beelden van beroemde Portugezen zoals koning Manuel I en de ontdekkingsreiziger Vasco da Gama.

Mosteiro dos Jeronimos

In Belém is ook een klooster met een mooie binnenplaats. Dit klooster heet Mosteiro dos Jeronimos. Dit klooster is in opdracht van Manuel I gebouwd op de plaats van de kapel van de maagd van Bethlehem, waar de zeelieden hun gebeden zeiden. Het is alleen al groot door zijn afmetingen (de gevel is 300 meter breed) en de lange duur van de bouw (150 jaar). Het bestaat uit meerdere gebouwen: Santa Mariakerk en het klooster. Binnen in de kerk zijn de grafmonumenten van de ontdekkingsreiziger Vasco da Gama en de beroemde Portugese dichter Luis de Camões, een prachtig gewelf en met bladmotieven versierde zuilen. Het klooster is het bekendste voorbeeld van de Manuelstijl, genoemd naar koning Manuel I. Deze manier van bouwen is vooral bekend door allerlei versieringen die met de ontdekkingsreizen te maken hebben:ankers, schelpen,=

De muziek

Portugal heeft zijn eigen muziekstijl: Fado. Fado is ontstaan in de 18de eeuw. Fado komt van het Latijnse woord Fatum. Dit betekent ‘lot’. De fadisto of fadista (zanger of zangeres) betreedt het podium geheel in het zwart gekleed. Hij gaat rechtop staan tussen de muzikanten, met opheven hoofd en afwezige blik.

De Portugese twaalfsnarige gitaar (vaak zijn het er twee) brengen een wat metalig geluid voort dat het gehele lied begeleidt als langgerekte snikken. Gelukkig zijn de violas (Spaanse gitaren) er nog. Deze zorgt voor enkele hoopvolle tonen.

Pas op, er is fado en fado! Als je kiest voor de typische restaurant-fado of deftige fado, dineer je bij gedempt licht, terwijl je naar verschillende artiesten luistert. Deze gelegenheden zijn duur en toeristisch en je moet een goede keuze maken om waar voor je geld krijgen: een goede voorstelling met professionele zangers en lekker eten.

Een van de beroemdste fadozangeressen was Amálla Rodrigues (1921-1999). Ze heeft een heel beroemd nummer geschreven en dat is Bailaricos. Ze is meer dan vijftig jaar de belangrijkste fadozangeres geweest. Zij gaf de muziekstijl in de jaren na de oorlog een vaste vorm en maakte deze in de hele wereld bekend.

Partnersteden


Externe link

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Lissabon&oldid=560995"