Stad

Uit Wikikids
Ga naar: navigatie, zoeken
Tokio, de grootste stad van de wereld.

Een stad is een woonplaats waar veel (dat wil zeggen, meer dan een paar duizend) mensen wonen, waar je veel winkels en eetgelegenheden vindt.

Wanneer is een stad een stad?

Eerst waren steden alleen plaatsen met stadsrechten, zoals bijvoorbeeld het hebben van een stadsmuur of het houden van een markt. Tegenwoordig wordt het onderscheid tussen een stad en een dorp vooral gemaakt door naar het aantal inwoners en de bevolkingsdichtheid te kijken. Een dorp heeft minder inwoners dan een stad, maar waar de grens precies ligt is niet duidelijk. Een dorp heeft meestal geen erg grote winkels en vaak ook geen middelbare school, terwijl een stad dit allemaal wel heeft. Grotere steden hebben vaak ook een universiteit.

Steden zijn vaak het centrum van de economie: mensen vinden er dus werk en drijven er handel.

Veel (met name grotere) steden zijn ontstaan uit afzonderlijke dorpen die bij elkaar in de buurt lagen en op den duur helemaal aan elkaar vast zijn gegroeid. Ze zijn daardoor deel gaan uitmaken van dezelfde gemeente en woonwijken geworden. Hierdoor krijg je dus dat steeds meer mensen in steden wonen in plaats van in dorpen. Tegenwoordig woont al meer dan de helft van de wereldbevolking in steden.

Grote steden

Delen van een stad

  • Stadskern + Stadswijken = Binnenstad
  • Binnenstad + Stadsrand = Stedelijke agglomeratie

Stadskern

In de meeste steden is het stadscentrum vaak het oudste deel. Winkels en horeca komen het meest in dit stadsdeel voor. Oude gebouwen en waardevolle huizen werden afgebroken om plaats te maken voor appartementen

Stadswijken

Dit is een dichtbebouwd stadsdeel. Een binnenstad bestaat uit verschillende stadswijken. Amsterdam bestaat bijvoorbeeld uit 14 stadswijken. Het meest zie je rijhuizen in dit stadsdeel.

Stadsrand

Dit is het recentste deel van de stad. De straten zijn er breder en je vindt meer open ruimte dan in de stadskern. Dit is een dunbebouwd stadsdeel. Villa's zie je hier het meest. Aangrenzende dorpen en industrieterreinen kunnen ook tot de stadsrand behoren. In Rotterdam behoort bijvoorbeeld de haven tot de stadsrand.

Stedelijke agglomeratie

Een stedelijke agglomeratie bestaat uit de stad zelf en uit de aangrenzende dorpen. Tokyo is een voorbeeld van een stedelijke agglomeratie. Yokohama grenst aan Tokio en samen met de andere omliggende dorpen heeft Tokio meer dan 30 miljoen inwoners. In Nederland vormt Rotterdam met Delft een stedelijke agglomeratie. Een ander voorbeeld is Twente: dat bestaat uit de drie steden Almelo, Enschede en Hengelo.

Functies van een stad

Een stad heeft verschillende functies. Hier enkele voorbeelden;

  • Bestuursfunctie: administratie, vredegerecht, belastingcontrole, burgerlijke stand
  • Dienstenfunctie: ziekenhuis, bankinstelling, brandweer, station, transportbedrijf
  • Woonfunctie: villa's, eengezinswoningen, flatgebouwen
  • Werkfunctie: Veel volwassenen hebben hun baan in de stad
  • Recreatieve functie: café, speeltuin, park, zwembad, bioscoop, stadion
  • Culturele functie: museum, opera, concertzaal, kerk
  • Handelsfunctie: slager, bakker, winkelcentrum, supermarkt, drankgroothandel
  • Industriële functie: fabriek, brouwerij, haven

Bestuur van een stad

De leider van een stad is de burgemeester. Hij is misschien wel de belangrijkste man van de stad. In Nederland mogen mensen iedere vier jaar voor het bestuur van hun stad stemmen. Bestuurders die dan genoeg stemmen hebben gekregen, mogen de volgende vier jaar hun stad besturen. Zij mogen bijvoorbeeld beslissen waar gebouwd wordt en ze kunnen ook geld uitgeven aan sportverenigingen. Dat doen de bestuurders samen met de burgemeester. Op een feestdag kun je de burgemeester herkennen aan zijn grote ketting. De burgemeester van Amsterdam heet Job Cohen.

Infrastructuur van een stad

Omdat in een stad heel veel mensen samenkomen, is een goede infrastructuur erg belangrijk. De infrastructuur bestaat uit de wegen en de fietspaden. Met al die mensen kan het in een stad erg druk zijn. Daarom ontstaan er vaak files. Om files te voorkomen is er het openbaar vervoer. Dat bestaat uit de trein, de bus, de tram en de metro. Deze horen ook bij de infrastructuur. Soms is dat zelfs niet genoeg: in Londen worden auto's uit de binnenstad geweerd om files en vervuiling te voorkomen. Men denkt dus ook veel aan het milieu. Tijdens de Olympische Spelen van 2008 in Peking was er ook een grote actie om de lucht te verschonen zodat er geen vuile lucht was tijdens de Spelen. Nog steeds is deze actie er: het heeft dus ook zeker aan het stadsbeeld van Peking meegeholpen.

Sommige steden hebben ook een luchthaven. Schiphol is de luchthaven van Amsterdam

Stad van vroeger, nu en toekomst

Stad van vroeger

Plattegrond van een middeleeuwse stad

Een stad in de middeleeuwen ziet er heel anders uit dan nu. De steden leken op grote kastelen, met hoge, dikke muren om de stad om de stad te verdedigen tegen de vijand. Je herkende een stad in de middeleeuwen aan de volgende dingen:

- De stad had stadsrechten

- Er woonden ongeveer duizend mensen in de stad

- Er stond een stadsmuur om de stad

- De mensen leefden van de landbouw

- De markt was eigenlijk het winkelcentrum van nu

- Er waren veel kromme en smalle straatjes

- Er waren veel pleinen, gevels, torens en poorten.

Een stad werd vaak aan een rivier, kruispunt of kasteel gebouwd. Via een rivier of kruispunt kon de stad makkelijk bereikt worden, voor bijvoorbeeld de handel. Een kasteel moest de stad verdedigen. Op het plaatje herken je duidelijk de middeleeuwse stad aan zijn rommelige straatjes en huizenbouw. Dat komt omdat een middeleeuwse stad straatje voor straatje en huis voor huis gebouwd werd.

Plattegrond van Delft

De middeleeuwse stad veranderde ook. In de 14e eeuw kwamen er steeds meer steden bij. De steden die er al waren, bleven groeien. Er kwamen steeds meer mensen in een stad te wonen, daarom werden er steeds meer straten en huizen gebouwd. Veel meer was er niet. Denk maar eens aan de spullen die ze vroeger niet hadden: geen auto’s, geen telefoon, geen computer, geen kledingwinkel, geen supermarkt. De markt en de kerk waren de belangrijkste elementen in de stad. Je kon de stad bereiken met een hoofdweg, deze liep vaak dwars door de stad. Verder waren er weinig (goede) wegen.

De stadswal in de middeleeuwse stad, werd in de 16e eeuw een dikke stenen muur. Zo werd het platteland en dus de boeren, duidelijk gescheiden van de stadsbewoners. Veel mensen gingen daarom in de stad wonen. Alle activiteiten gebeurden binnen de stadsmuren. Buiten de muur was weinig te doen.

In de 17e eeuw werden de steden steeds groter. Hiernaast zie je een plattegrond van de stad Delft, zo ziet een typische Nederlandse stad er van vroeger eigenlijk uit. Je ziet hier heel duidelijk dat de stad nog wel wat weg heeft van de middeleeuwse stad. Er is een aantal hoofdstraten of hoofdgrachten, er is vaak één grote markt met een paar kleinere pleinen, er zijn kerktorens en kleine torentjes van openbare gebouwen en de huizen staan in rijen langs de straat. De kerk is vaak het centrum van de stad. Met het centrum bedoelen we het midden van de stad. Kijk maar eens goed naar het plaatje, daar zie je dat de kerk in het centrum van de stad Delft staat.

In het begin van de 20e eeuw moest tijdens het bouwen van een stad een duidelijke scheiding zijn tussen de plek waar je woont, waar je werkt en de plek waar je in je vrije tijd naar toe kan gaan. In die periode woonden mensen vooral in groepjes. Bijvoorbeeld als je hetzelfde geloof deelde woonde je in dezelfde buurt, maar ook als je veel verdiende, of juist weinig. De bouw van de stad en alles wat daarbij komt kijken heeft ook zeker een rol gespeeld in hoe de stad er nu uit ziet. Zo zie je dat een stad verschillende woonwijken heeft, dit zijn plekken waar veel huizen staan. Dat is het stuk van de stad dat mensen gebruiken om te wonen. Een stad heeft ook nu nog steeds plekken waar mensen in hun vrije tijd naartoe gaan, zoals een park. In een park staan bijna nooit huizen, omdat een park wordt gebruikt als besteding voor vrije tijd en niet om te wonen. Ook hebben veel steden plekken waar mensen naartoe gaan om te werken, zoals grote gebouwen met kantoren. Deze gebouwen staan vaak bij elkaar, zodat er een vaste plek in de stad is waar mensen naartoe gaan om te werken.

Stad van nu

Utrecht

Je weet nu hoe een stad er vroeger uitzag, als je om je heen kijkt, kun je eigenlijk al zien of er veel veranderd is of niet. In de loop van de tijd zijn er weinig steden bijgekomen. De steden zijn vooral veranderd in hun uiterlijk. Vanaf 1900 zijn er veel veranderingen geweest in dit uiterlijk.

De steden die vroeger zijn ontstaan, worden nu groter gemaakt. Nieuwe woonwijken worden als een cirkel om het bestaande deel van de stad gebouwd, met een moeilijk woord noemen we dat concentrisch bouwen. Daarom heb je, als je in het hart van het stadscentrum staat, grote grote kans dat je in het oudste deel van de stad staat, dit deel is ten slotte het eerst gebouwd. Het centrum van de stad lijkt nog veel op de stad van vroeger. Er is veel opgeknapt, maar er zijn nog steeds de kronkelige straatjes, dicht op elkaar staande gebouwen en vaak een groot (markt)plein, net zoals we in de stad van vroeger zagen. Nu kun je wel veel meer dingen doen in de stad, zoals winkelen en werken. Je kunt alles in het centrum vinden. Je hoeft niet zoals vroeger te reizen van stad naar stad. Vergeleken met vroeger wonen er veel minder mensen in het centrum. Veel mensen wonen nu in de wijken om het centrum heen: er zijn speciale woonwijken om het stadscentrum heen gebouwd. De inwoners van de stad werken nu vaak in gebieden buiten de stad, maar niet meer op het platteland. Het centrum, en dus eigenlijk de vroegere stad, is vaak nog omringd door een gracht, hoofdweg of zelfs soms nog met een muur. Zo zie je duidelijk verschil tussen het centrum en de rest van de stad. Op het plaatje zie je Utrecht, daar ben je misschien wel eens geweest. Je ziet daar duidelijk hoe de gracht om het centrum heen ligt, hoe de stad aan een kanaal is gebouwd en de hoofdweg om de stad heen. De stad bestond vroeger uit kleine dorpjes, dat zie je nu nog steeds, alleen is dan alles veel groter. Als je naar de stad van vroeger en de stad van nu kijkt is er nog veel hetzelfde. Een groot verschil is wel dat er veel meer wegen zijn, de verkeersinfrastructuur is verbeterd. Vooral belangrijke dingen in de stad kun je makkelijk bereiken op de fiets, met de auto, de trein, de bus, de tram en soms zelfs de boot!

Het uiterlijk van de stad verandert nog steeds.

Er is in de geschiedenis een heleboel gebeurd. Dat heeft veel invloed gehad op het uiterlijk van de stad. We weten dat de stad groter is geworden, doordat er meer mensen in de stad kwamen wonen. We weten ook dat de infrastructuur is verbeterd en er nu een veel groter wegennetwerk is. Daarnaast is de huizenbouw ook erg veranderd tussen 1900 en het heden. Doordat er plotseling een hoop mensen in de stad kwamen wonen, moesten er veel huizen worden gebouwd. Deze huizen stonden dicht op elkaar en er waren erg smalle woonstraten. Daarna kwamen er een soort blokken gebouwen, deze waren al iets beter om in te wonen. Alle straten en woonblokken waren heel recht op elkaar aangesloten. Als je naar de plattegrond van de stad keek, zag je een soort rechthoekig patroon. Naast die blokken, kwamen er ook dorpen en wijken. Daar was ook meer ruimte voor groen.

Rotterdam

Ook na de oorlog veranderden de wijken. Er waren heel veel mensen die een huis nodig hadden. Daarom begonnen de mensen flats te bouwen, in deze hoogbouw passen namelijk veel mensen. Steeds meer mensen kregen een auto, waardoor er ook meer wegen en parkeerplaatsen kwamen. Iets langer na de oorlog bleven de mensen hoge gebouwen bouwen, omdat dit erg handig is in een ruimte waar veel mensen moeten wonen.

Tijdens de stadsvernieuwing, die maar 40 jaar geleden was, vonden de mensen dat de huizen en de buurten beter moesten worden. De stad verandert nu heel erg. Er komen huizen zoals je die nu ziet: rijtjeshuizen, vrijstaande huizen, maar ook flats en andere hoge gebouwen. Kijk maar eens op het plaatje van Rotterdam, wat een verschil aan gebouwen! De huizen krijgen een eigen tuin en er zijn veel meer pleinen, speelplaatsen en groen. De wegen blijven zich ook uitbreiden. Zelfs nu blijven de mensen de stad vernieuwen. Alles wat nu nog vernieuwd wordt, noemen we de moderne nieuwbouw. In de moderne nieuwbouw verschillen de huizen en wijken heel erg. Huizen verschillen in kleur, materiaal en grootte. Loop maar eens door een straat heen, zie je dan veel van dezelfde soort huizen? Of neem eens een kijkje op google maps en klik dan op Google Earth. Als je dan je eigen woonplaats intypt, kun je kijken hoe jouw wijk er eigenlijk uitziet, misschien kun je ook wel de kenmerken van een stad vinden? Als je uitzoomt kun je heel goed zien hoe het wegennetwerk de verschillende steden in Nederland met elkaar verbindt

Stad van de toekomst

We weten hoe de stad er vroeger uitzag en hoe deze er nu uitziet en daardoor kunnen we een klein beetje kijken naar hoe de stad er in de toekomst uitziet.

De opbouw van de stad zal weinig veranderen, die is namelijk al duizenden jaren zo. De stad zal wel blijven groeien, zoals de stad van tegenwoordig ook doet.

Drukte in de stad!

In de middeleeuwen woonden er ongeveer duizend mensen in een stad. Nu wonen er ongeveer al vijftigduizend mensen in de stad. In Nederland woonden in 1900 ongeveer vijf miljoen mensen. Nu wonen er ongeveer zeventien miljoen mensen in Nederland. Wetenschappers zeggen dat er in 2040 ongeveer 18 miljoen mensen zullen wonen! We weten dus bijna zeker dat de stad nog flink zal groeien. Om al die mensen kwijt te kunnen, moeten er veel hoge gebouwen komen. Dan passen op een klein stukje grond best veel mensen. Er zullen veel mensen dicht bij elkaar wonen.

Als er meer mensen komen, komt er van alles meer, dus ook meer verkeer. Je raadt het vast al: er moeten ook meer wegen en wateren komen. Naast meer mensen en meer verkeer, moet er meer werk komen, meer scholen, meer winkels. Als het zo doorgaat wordt de stad propvol met gebouwen. Waarschijnlijk gaan wetenschappers daar wel een oplossing voor bedenken, maar het is moeilijk om te zeggen wat er in de toekomst allemaal gaat gebeuren. Misschien komen er wel vliegende auto’s, inklapbare huizen of ondergrondse steden!? Hopelijk zullen we het met onze eigen ogen zien.

Als wij nu nadenken over de stad in 2050, dan zeggen veel mensen dat er erg veel nieuwe dingen bij gaan komen. Die dingen hebben vooral te maken met de technologie. Denk bijvoorbeeld maar aan van die grote reclameschermen die je dan in de stad de zien krijgt. Zoals je hebt gelezen zullen er alleen maar meer mensen in de stad komen te wonen, die ook meer dingen nodig hebben. Er zijn mensen die denken dat er een heel groot systeem komt dat alle vervoersmiddelen kan verbinden, zodat je nog sneller op de plek bent waar je moet zijn! Maar anderen denken bijvoorbeeld weer aan nieuwe of verbeterde vervoersmiddelen, zoals en ontzettend snelle tram! Ook moet alles beter bereikbaar zijn voor al die mensen die in de stad komen wonen en ergens naartoe gaan. We kunnen ook denken aan hele grote plekken waar winkels komen, echt een heel groot winkelcentrum bijvoorbeeld. Kortom, heel veel mensen denken dat alles een stuk groter wordt. Als laatste puntje, wat ook wel erg belangrijk is, is dat mensen na gaan denken over duurzaam bouwen, dat heeft te maken met bijvoorbeeld milieuvriendelijk bouwen. Op welke manier kunnen we blijven bouwen wat we willen, zonder dat het milieu daar last van heeft?

Als je aan je opa of oma vraagt hoe hun stad van de toekomst er uitzagen toen zij jong waren, kan je misschien wel hele andere dingen horen! Vroeger bestonden natuurlijk veel dingen nog niet die wij nu wel al hebben en heel normaal vinden. Vroeger dachten de mensen vooral dat alle gebouwen die er waren ook gewoon bleven staan, maar dat ze er wel een beetje anders uit gingen zien. Ze zouden letterlijk met hun tijd mee gaan.

Als je zelf nou eens nadenkt over het jaar 2050, ver he! Dan heb je misschien ook wel ideetjes hoe de stad van de toekomst er voor jou uit ziet. Zoals het er nu uit ziet gaan er in die periode veel van de gebouwen hergebruikt worden. We weten allemaal dat als gebouwen niet gebruikt worden, ze meestal worden gesloopt. Maar dat willen ze voor 2050 niet. Het idee is ook niet om allemaal nieuwe dingen te bouwen, maar om vooral veel gebouwen een opkikkertje te geven, zodat er weer iets nieuws mee gedaan kan worden. In 2050 bestaat de kans dat er ontzettend veel ruimte over is, waar een nieuw idee voor bedacht moet worden. Er wordt natuurlijk ook nagedacht over het onderwerp energie. Energie heb je nodig en dat halen wij nu bijvoorbeeld uit de zon door zonne-panelen. Maar er is helaas niet altijd zon dus moet daar een oplossing voor worden bedacht. Die oplossing is bijvoorbeeld een plek waar die zonne-energie kan worden opgeslagen en kan worden gebruikt als het nodig is.

Zie ook

Spelletje

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Stad&oldid=463994"