Europese Centrale Bank

Uit Wikikids
Naar navigatie springenNaar zoeken springen
Het hoofdgebouw van de ECB in Frankfurt am Main

De Europese Centrale Bank (ECB) is de centrale bank van Europa. De ECB zit gevestigd in Frankfurt am Main in Duitsland. Het is één van de zeven instellingen van de Europese Unie, naast onder meer het Europees Parlement en de Europese Commissie. De ECB is vooral belangrijk voor de eurozone. Dit zijn de 19 landen die met de euro betalen en bij de EU horen.

Taken

De ECB is anders dan een normale bank. Een normale bank is een commercieel bedrijf, waar burgers en bedrijven geld kunnen lenen en kunnen sparen. De Europese Centrale Bank is een overheidsorgaan en is niet gericht op het maken van winst. De ECB probeert de prijzen in de eurozone stabiel te houden. Hoewel de ECB geen directe invloed heeft op de prijzen, kan het de inflatie (prijsstijging) wel een beetje sturen. Dit doen ze door middel van de rente over sparen en op lenen. Wanneer de rente verlaagt wordt, zullen de burgers dit eerder uitgeven. Ook wordt lenen aantrekkelijker, aangezien je minder geld hoeft terug te betalen. Andersom zullen de burgers minder geld uitgeven, wanneer de rente hoger wordt. Dan wordt het immers aantrekkelijker om te sparen en ook minder aantrekkelijk om te lenen. De uitgaven van de burgers hebben in beide gevallen invloed op hoe duur iets is. Als iets meer gevraagd is, stijgt de prijs, en als iets minder gevraagd is, daalt de prijs. De ECB bepaald de stijging en daling van de rente aan de hand van allerlei cijfers, zoals de koers van de euro en de cijfers van het consumentengedrag van verschillende Europese lidstaten. Op deze manier probeert de ECB de prijzen stabiel te houden. Jaarlijks wil het ECB de prijzen laten verhogen met een bepaald percentage, aangezien de dit economie bevorderd.

Daarnaast houd het ECB, net als andere centrale banken, toezicht op de commerciële banken, zoals ABN AMRO en Rabobank. Het ECB kijkt of ze voldoende geld in kas hebben en er geen witwassen plaatsvindt. Dit is verplicht voor de eurolanden en de andere EU-landen, zoals Zweden en Tsjechië, mogen hier vrijwillig aan meedoen. Hierbij krijgt het ECB hulp van de centrale banken van de Europese lidstaten. In Nederland is dit De Nederlandsche Bank (DNB) en België de Nationale Bank van België (NBB). Het ECB werkt ook samen met deze banken om landen voor te bereiden op bepaalde besluiten of besluiten te bespreken. Daarnaast houd de ECB ook valutareserves bij. Dit zijn munteenheden van andere landen, zoals de Deense kroon en de Britse pond. Dit wordt vooral gebruikt tijdens het geld omwisselen. Daarnaast mag de Europese Centrale Bank als enige euro-bankbiljetten drukken. De euromunten mogen door de landen zelf worden gebruikt. Hierdoor hebben euromunten ook allemaal een andere nationale zijde (zoals de Duitse adelaar of de Ierse harp).

Invloed van de ECB

De ECB is één van de bekendste Europese instellingen en komt haast wekelijks in het financiële nieuws. De ECB is namelijk een belangrijk orgaan, dat een groot deel van de geldzaken van 19 landen regelt. Hieronder vallen ook de grootmachten Duitsland en Frankrijk en kleinere machten, zoals Italië en Spanje. Tevens is de euro een belangrijke internationale munteenheid. Het beleid van het ene land kan invloed hebben op het andere land, als een groep landen dezelfde munt heeft. Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk de eurocrisis uit eind 2009.

De eurocrisis kwam voort uit de kredietcrisis in de Verenigde Staten uit 2007. Deze crisis zorgde al voor onrust wereldwijd en ook kromp de economie in de Europese Unie. Eind 2009 werd bekend dat Griekenland jarenlang cijfers over de staatsschuld had verzwegen en het bleek dat het land haar enorme staatsschuld niet meer kon terugbetalen. In het verdrag van Maastricht uit 1992 werden bepaalde regels afgesproken over staatsschuld, namelijk hoe groot deze maximaal mag zijn en met hoeveel procent deze jaarlijks mag toenemen. Dit is om een crisis te voorkomen. Het probleem was (en is) dat veel landen deze regels niet naleven. In principe is dit niet erg, aangezien economisch sterke landen dit risico kunnen nemen. Sterke landen, zoals Nederland en België, hoeven zich minder zorgen te maken dan een economisch zwak land. Na Griekenland bleek dat meer landen een veel te grote staatsschuld hadden. Dit waren Italië, Spanje, Portugal en Ierland. Later bleek ook Cyprus dit te hebben. De ECB heeft toen veel staatsleningen gekocht. Op deze manier werd er geld geleend aan zo'n land en moest deze over een looptijd van een aantal jaar terug betalen. De voorwaarde was dit soort landen de regels van de Europese Commissie gingen opvolgen en moesten daarom ook erg bezuinigen. In Griekenland ging bijvoorbeeld de pensioenleeftijd omhoog en werden overheidsbezittingen verkocht of tijdelijk stilgelegd. De crisis was in alle eurolanden te merken en ook buiten deze landen was deze te merken.

Inmiddels zijn veel landen gered en is de crisis over. Ierland, Spanje, Italië en Portugal zijn niet omgevallen. Bij Cyprus ging het om een kleiner bedrag dan Griekenland en daardoor werd dit ook voorkomen. Griekenland werd pas in midden 2018 schuldenvrij verklaard. Nog steeds zijn daar de gevolgen van de eurocrisis te merken. Hoewel veel landen blij met de ECB, zijn andere landen dit minder. De bezuinigingen zorgden voor vele onvrede. De prijzen werden hoger en veel mensen werden ontslagen. Spanje, Portugal en Italië willen een ruimer beleid, waarin de landen meer geld kunnen lenen. Voor de Italiaanse vicepremier Matteo Salvini heeft vaak kritiek op de ECB. Andere landen willen een crisis voorkomen en roepen de ECB op strenger te controleren. Zij willen zelfs de ECB meer invloed krijgt in de Europese landen en er een minister van Financiën komt voor de gehele eurozone. Vooral de Franse president Emmanuel Macron is hier voorstander van.

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Europese_Centrale_Bank&oldid=563422"