Hond

Uit Wikikids
Ga naar: navigatie, zoeken
Hond
Canis lupus familiaris

Hond.JPG

Niet bedreigd
Leefgebied Overal
Leefomgeving Vrijwel overal
Familie Hondachtigen

Leefgebied Wereldwijd.jpg

Portaal Portaal.png Biologie

De hond (Wetenschappelijke naam: Canis lupus familiaris) is een zoogdier en een bekend huisdier. De hond stamt af van de wolf. Maar de hond is niet zo erg wild (domesticatie). Honden eten hondenbrokken of hondenvoer. Als een hond veel chocola eet kan hij ziek worden. Sommige mensen zeggen die dat hij dan dood gaat, dat is niet zo: dat is een raar weetje.

Je moet een hond gemiddeld drie keer per dag uitlaten. Een hond vindt het fijn om te spelen. Je kan een bal weggooien en dan gaat hij er achteraan. De hond vindt het dan leuk, dat is vaak te zien als hij met zijn staart kwispelt. Als een hond zijn staart tussen zijn poten heeft is hij bang. De kat is de grootste vijand van de hond. Honden zijn niet zindelijk, maar dat kan je ze wel aanleren. Net als: Poot, lig, zit, rol, bal, spring, af en nog meer. Honden worden, afhankelijk van het ras, gemiddeld 8 tot 12 jaar oud. Jonge hondjes noem je een puppy

Soorten honden

Arrow.gif Zie ook lijst van hondenrassen

Er zijn veel soorten honden, zoals: een Tjackrussel, een Duitse herder een Labrador, een Golden Retriever, een Pitbull, een Husky (spreek uit als huskie), een Flatcoat, een boxer, een oude hond, een Sint-Bernard, een Maltezer een Papillot, een Afrikaanse wilde hond, een Beagle, een Border Collie, een Friese Stabij, een Rottweiler. IJslander. Er bestaan ook honden die een kruising zijn van twee hondensoorten, bijv. een Labrador en een Poedel (Labradoodle, en een Spaanse Waterhond. Een tekkel Veel mensen hebben een hond als huisdier. Veel honden zijn vriendelijk en betrouwbaar. Honden kunnen ook snel leren om goed te luisteren als ze naar de hondenschool gaan gaat het sneller en leren ze om met andere honden (van eigen grootte) in contact te komen, niet te grommen, en niet achter een fietser aan te rennen...

Zintuigen

Net zoals de mens heeft de hond 5 zintuigen; gehoor, zicht, reuk, tast en smaakvermogen. De zintuigen van honden zijn sterk ontwikkeld.

- Gehoor Het bouw van het oor bestaat uit 3 (basis) delen; het buitenoor, middenoor en het binnenoor. Het buitenoor bestaat uit de oorschelp en de gehoorgang. Het middenoor bestaat uit de gehoorbeentjes; hamer, aambeeld en stijgbeugel. De laatste, het binnenoor, bestaat uit het slakkenhuis en labyrint. Zodra er een geluid te horen is, komt deze binnen via de oorschelp. De oorschelpt vergroot het geluid. Zodra de oren van de hond hangen, zorgt dat voor afsluiting van de gehoorgang. De geluidsgolven gaan door de gehoor en het trommelvlies begint te trillen. Deze trilling worden opgevangen door de gehoorbeentjes, hierdoor wordt het geluid versterkt. Zodra het bij het slakkenhuis is wordt het omgezet in signalen doordat de haarcellen in het slakkenhuis gaan trillen. Via het gehoorzenuw wordt het signaal doorgegeven naar de hersenen. Een hond kan 200.000 Hz per seconden waarnemen terwijl de mens maar 35.000 Hz kan.

- Zicht Tot verkort dacht men dat honden niet in staat waren om kleuren waar te nemen. Ze dachten zelfs dat ze zwart/wit zagen. Het gezichtsvermogen van de hond is vele malen minder dan dat van de mens, maar kleuren kunnen ze wel degelijk waarnemen. De kleuren zijn vaak wat grauwer. De warmere kleuren zoals; rood, worden niet waargenomen. Daarnaast hebben honden meer staafjes dan kegeltjes. Deze zitten achter in het oog en bepalen kleuren en licht/donker zicht. De kegeltjes staan voor kleur en zijn bij de mens verspreid. Bij de hond staan ze middenin, waardoor de hond minder kleur kan waarnemen. De kegeltjes zorgen ook voor zicht op daglicht. De staafjes zorgen voor zicht in het donker hebben. Honden hebben meer staafjes dan kegeltjes en kunnen beter zien in het donker dan de mens. Honden hebben een binoculair gezichtsvermogen en kunnen hierdoor goed diepte bepalen. Dit is belangrijk om een prooi te lokaliseren.

- Reuk Het reukvermogen van de hond is zeer goed ontwikkeld. Hoe langer de neus hoe beter de hond kan ruiken. Doordat de neus langer is, zijn er meer geurcellen aanwezig. Een mens heeft ongeveer 5 miljoen geurcellen en een hond 125-300 miljoen. De hond heeft ongeveer 1000 geurreceptoren per cel, de mens maar 350. Geurcellen bepalen in hoeveel mate je geuren kan ontvangen. Geurreceptoren zijn verschillende soorten geuren die je kan onderscheiden. De 4 basis geurreceptoren zijn; bitter, zoet, zuur en zout. Doordat er bij de honden (net als bij de mens) een schot zit tussen de 2 neusgaten, kan de hond ruiken waar de geur vandaan komt. Zodra de hond honger heeft, verminderd zijn reukvermogen.

- Tast De bek en neus van de hond zijn erg gevoelig. Op de snuit hebben ze snorharen ook wel tastharen genoemd. De tastharen zorgen voor oriëntatie in de omgeving waarin een hond zich voortbeweegt. Ze spelen ook een rol bij het lokaliseren en het herkennen van dingen. De mens heeft twee soorten temperatuurgevoelige cellen. De ene registreert warmte en het ander koude. Honden hebben alleen koude receptoren. Pasgeboren pups hebben speciale warmtesensoren in de neus, zodat ze hun moeder kunnen vinden. Naarmate ze ouder worden, verdwijnt het. 

- Smaak Mensen hebben ongeveer 9000 smaakpapillen. Honden hebben maar 1700 smaakpapillen. Net als bij de mens heeft de hond vier basissmaken; zout, zoet, zuur, bitter.  In het wild bestaat 80% van het eten uit vlees. De hond heeft daarom speciale smaakpapillen voor vlees, vetten en vlees met geassocieerde chemische stoffen. Ook hebben honden speciale smaakpapillen voor water, die de mens niet heeft. Deze smaakpapillen bevinden zich op het puntje van de tong. Die worden gevoeliger als de hond is zouts of zoets eten.  

Poep opruimen

Honden mogen niet overal poepen. Daar heb je speciale poepveldjes voor nodig. Honden poepen ook heel veel en sommige mensen die ruimen de poep niet op, omdat ze dat vies vinden. Sommige mensen vinden dat vervelend omdat ze vaak erin trappen. Naast speciale poepveldjes heb je ook hondenpoepzakjes. Die doe je om je hand en daarna pak je de poep op. Dan draai je het zakje om en gooi je hem in de vuilnisbak


Verzorging

Een hond is speels en vraagt veel aandacht en tijd, want je moet hem steeds uitlaten,en eten en drinken geven. Je moet hem drie keer per dag uitlaten, je kan hem ook regelmatig naar buiten sturen en zelf een poepveldje voorzien. Honden zijn soms natuurlijk ook ziek en dan moet je naar de dierenarts met de hond. Als je hond geopereerd moet worden kost dat veel geld. Grote honden eten meer brokken, dus moet je meer voorzien, maar ook kleine honden zijn duur. Een pup moet altijd een prik krijgen voor ziektes en anderen, deze moeten regelmatig herhaald worden!

Speeltjes

Je hebt ook speeltjes voor de hond zoals een tennisbal en een stok, je hebt ook een lekke voetbal (je kan hem ook zelf achter een niet lekke bal aan laten lopen en hem dan stuk laten bijten). Er zijn er nog veel meer. Vaak vinden honden een stok uit het bos of een ouwe sok nog veel leuker dan een speeltje uit de dierenwinkel. Pups mag je nooit laten vallen of bang maken!

oppassen na het eten

als een hond gegeten heeft moet je niet met de hond gaan rennen. als de hond overgeeft dan moet je stoppen.je hond kan kramp krijgen! Je kan er best een gewoonte van maken om hem na het eten naar buiten te sturen, zo gaan ze vanzelf een kakje doen.

Hondensporten

Er zijn ook sporten voor honden .Je hebt heel veel verschillende sporten voor honden: je hebt Dogfrisbee,(dan gooi je een frisbee, je hond vangt hem en brengt hem terug) behendigheids sporten (agility,dan lopen ze een parcours),dansen, honden rennen en nog veel meer. Je hebt ook sporten die handig zijn voor mensen bijvoorbeeld: Schapendrijven, dat is een sport voor honden. Bij die sport zorgen de honden ervoor dat de schapen bij elkaar blijven en dus niet weglopen van de groep. Boeren en mensen die schapen hebben die kopen een border collie want dat is de enige hond die De sport mag doen. Elke border collie wordt een keer getest of hij/zij het wel kan. er wordt getest of de hond niet aan de staarten van de schapen gaat hangen en of de hond ze wel bij elkaar kan houden.Honden die dat niet kunnen die mogen het ook niet doen en blijven bij hun baasje thuis wonen. Honden die het wel kunnen die gaan op de boerderij wonen,bij mensen die zo'n hond nodig hebben.

Weetjes

Spreekwoorden met honden

Er zijn veel spreekwoorden waarin honden voorkomen. Enkele voorbeelden:

  • Je moet geen slapende honden wakker maken: Je moet geen argwaan wekken.
  • Een hondenleven hebben: Een slecht en/of geen leuk leven hebben.
  • Zo trouw als een hond zijn: Zeer aanhankelijk zijn.
  • De hond in de pot vinden: Alle eten op vinden.
  • Blaffende honden bijten niet: Wie dreigt is ongevaarlijk.
  • Je kamer lijkt wel een hondenhok Rommel op je kamer.
  • Zo ziek als een hond zijn: Verschrikkelijk ziek zijn.
  • Als kat en hond leven: Veel ruzie met elkaar maken.
  • Een hondenneus hebben.: Zeer scherp kunnen ruiken, weten waar men zijn voordeel kan halen.

Externe link

Videolinks

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Hond&oldid=487813"