Platentektoniek

Uit Wikikids
Naar navigatie springenNaar zoeken springen

Plantentektoniek verklaart de bewegingen van de tektonische platen, waaruit de aardkorst bestaat. Dit wordt gedaan vanuit wetenschappelijke theorie.

Onze aarde bestaat uit 7 grote stukken land, deze grote stukken land noemen we ook wel continenten. De 7 continenten zijn: Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Europa, Afrika, Azië, Oceanië en Antarctica . Een continent is een ander woord voor werelddeel. Op elk werelddeel of continent liggen een heleboel landen, zo liggen er bijvoorbeeld wel 56 landen op het werelddeel 'Europa'.

Al duizenden jaren vindt het proces van platentectoniek, oftewel het drijven van continenten, plaats. 220 miljoen jaar geleden lagen al deze continenten aan elkaar vast en bestond de wereld uit maar 1 continent. Dit continent noemen we het oercontinent 'Pangea'. Vanaf toen is dit grote continent uit elkaar geschoven en daardoor hebben we nu verschillende stukken land op aarde in plaats van 1 groot stuk land.

Tektonische platen

verdeling van de verschillende platen

De continenten bevinden zich op nog grotere platen. Dit worden tektonische platen genoemd. Deze platen worden verdeeld in oceanische platen of continentale platen. Een oceanische plaat is een plaat die voor het grootste deel wordt bedekt door de oceanen. Een continentale plaat is een plaat die voor het grootste gedeelte wordt bedenkt door de continenten waar bij op wonen. Deze verschillende platen hebben ook namen. Dit zijn de grootste:

  • Pacifische plaat
  • Amerikaanse plaat
  • Afrikaanse plaat
  • Euraziatische plaat
  • Indische-Australische plaat
  • Antarctische plaat

Op dit moment verschuiven de verschillende continenten nog steeds, zonder dat je het echt doorhebt. Het continent Afrika schuift bijvoorbeeld elk jaar 1 centimeter onze kant op en de continenten Europa en Noord- Amerika schuiven elk jaar ongeveer 2 centimeter verder uit elkaar.

De aarde van binnen

Endogene krachten zijn krachten die binnen in de aarde werken. Deze krachten kun je niet zien en je merkt er zelf ook niets van. Voorbeelden van endogene krachten zijn bijvoorbeeld het ontstaan van een berg. Maar soms merk je wel wat van de endogene krachten, zoals bij een vulkaanuitbarsting of een aardbeving.

De aarde van binnen verdeeld in lagen.

Exogene krachten zijn krachten die buiten de aarde beginnen. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de wind die heel hard langs een berg waait, waardoor de steentjes en het zand wat de wind meeneemt, langs de berg komt en zo stukjes van de berg afschuurt. Dit kan ook gebeuren in een rivier. Als het water in de rivier snel stroomt, neemt het ook het zand en de steentje mee die in de rivier liggen. Deze steentjes en dit zand schuurt dan hard over de bodem, waardoor er steeds een laagje van de bodem afgaat en daardoor wordt de rivier steeds dieper of breder. De twee voorbeelden worden ook wel erosie en verwering genoemd.

De aarde

De aardbol waar wij op leven bestaat uit 3 lagen:

  1. De kern: dit is de binnenste laag van de aarde. Het is een bol die bestaat uit nikkel en ijzer en is heel erg heet, ongeveer 3.700 graden Celsius. De kern van de aarde is 3.450 kilometer dik.
  2. De mantel: dit is de middelste laag van de aarde en ook de dikste laag in de aarde. De mantel is 2.900 kilometer dik.
  3. De aardkorst: dit is de dunne buitenste laag van de aarde en is zo'n 65 kilometer dik. De aardkorst bestaat uit 6 grote en heel veel kleinere platen. Deze buitenste laag drijft, als een laagje ijs op een vijver, op de mantel.

Plaatbewegingen

De platen die op de mantel van de aarde drijven kunnen op verschillende manieren bewegen. Twee platen kunnen uit elkaar drijven. Twee platen kunnen naar elkaar toe drijven of twee platen kunnen langs elkaar drijven.

Divergente platen

Divergente platen zijn platen die uit elkaar drijven. Als deze platen uit elkaar drijven stijgt er magma op. Magma is gesteente wat gesmolten is en daardoor nu vloeibaar is. Doordat het magma vloeibaar is kunnen de platen hierop drijven. Als het magma vanuit de mantel omhoog komt breekt het de aardkorst en hierdoor ontstaat er een scheur. Magma is heel erg heet en als het in het water van de zee terecht komt, koelt de magma heel snel af omdat het zeewater koud is. Als magma de aardkorst uitkomt noem je het lava. Doordat de lava afkoelt, wordt het in plaats van vloeibaar weer hard en vast. Deze harde en afgekoelde laag lava vormt een nieuw laagje op de oceaanbodem.

Convergente platen

Convergente platen zijn platen die naar elkaar toe drijven. Hierbij zijn 3 mogelijkheden:

  1. Twee continentale platen (landplaten) drijven naar elkaar toe: dan ontstaan er plooiingsgebergte. Allebei de platen zijn van hetzelfde materiaal en daardoor duwen ze elkaar omhoog. Tijdens het omhoog duwen van de platen verkreukelen de twee platen in elkaar en hierdoor ontstaan er hoge bergen, zoals de Himalaya en de Alpen.
  2. Twee oceanische platen (zeeplaten) drijven naar elkaar toe: daarbij schuift de ene plaat onder de andere. De zwaarste en oudste plaat schuift onder de lichte en jongere plaat. Als de ene plaat onder de andere plaat schuift noem je dit 'subductie'. Gebieden waar dit gebeurd noem je 'subductiegebieden'. In deze gebieden komen veel zware aardbevingen voor en er barsten vaak vulkanen uit.
  3. Één continentale en één oceanische plaat drijven naar elkaar toe: hierbij is er ook sprake van subductie. De zware oceanische plaat schuift onder de lichtere continentale plaat. Ook hierbij komen veel zware aardbevingen voor en barsten er vaak vulkanen uit.

Transversale bewegingen

Transversalen bewegingen komen voor als twee platen langs elkaar schuiven. Doordat twee plaatranden langs elkaar schuiven kunnen er scheuren of breuken in de platen komen. In deze breuken of scheuren kunnen aardbevingen ontstaan, omdat de platen allebei erg zwaar zijn en met veel kracht langs elkaar schuiven.

Gevolgen plaatbewegingen

Mid-oceanische ruggen

Wanneer er twee platen van elkaar bewegen die in de zee liggen, komt er ruimte tussen de twee platen. Deze worden opgevuld door de magma die hierbij vrij komt. Als dit omhoog komt, ontstaan er bergen. Deze bergen onder water worden met een moeilijk woord mid-oceanische ruggen genoemd.

Rift-zones

Als de oceanische plaat van een continentale plaat beweegt, ontstaat er een riftzone. Dit is een langwerpig landschap, waar een diep dal in zit, een rift.

Gebergten

Wanneer er oceanische en continentale plaat tegen elkaar aan botsen, worden er bergen gemaakt. Dit komt doordat de platen allebei zwaar zijn en botsen tegen elkaar op. Uiteindelijk zal de zwaarste plaat onder de andere plaat schuiven, maar dit geeft wel een 'deuk' in het landschap. Er ontstaat een gebergte. Een voorbeeld van een gebergte die ontstaan is door het tegen elkaar botsen van twee platen is de Himalaya.

Vulkanen

Bij het ontstaan van bergen, kunnen er ook vulkanen ontstaan. Wanneer er platen bewegen, kan er een gat ontstaan op de grens van deze platen. Als er een gebergte ontstaat op zo een gat. Dan spreek je van een vulkaan.

Aardbevingen

De grenzen tussen twee platen worden breuklijnen genoemd. Bij deze breuklijnen is er meer kans op aardbevingen. De scheuren bij deze breuklijnen zorgen voor veel spanningen. Deze spanning wordt vrij gelaten tijdens een aardbeving.

Bronnen

Plantentektoniek. (2017). Geraadpleegd van http://www.vulkanisme.nl/begrippenlijst/platentektoniek.php

Peters, A., & Westerveen, F. (2010). Geowijzer. Groningen/Houten, Nederland: Noordhoff.

Aardrijkskunde (z.j.) Platentektoniek. Opgehaald van Wikispaces op 6-10-2017 van https://aardrijkskunde0.wikispaces.com/platentektoniek

Vulkanisme, (2009). De vulkaan en vulkanen informatiesite. Opgehaald van Vulkanisme op 6-11-2017 van http://www.vulkanisme.nl

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Platentektoniek&oldid=515915"