Help mee! Maak een account en maak WikiKids beter!

Toonsoort

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1 - De belangrijkste majeur toonladders in 7 toonsoorten, een halve toon verhoogd. De eerste noot geeft de toonsoort aan.

In de muziek is de toonsoort of sleutel van een stuk de groep toonhoogtes of toonladders die de basis vormen van een muziekcompositie in klassieke muziek, westerse kunst en westerse popmuziek.

De toonsoort heeft een tonische noot (de laagste en de hoogste van de toonladder) en de bijbehorende akkoorden, ook wel een tonisch of tonisch akkoord genoemd.

De toonsoort kan in majeur of mineur zijn, hoewel muzikanten vanzelfsprekend van majeur uitgaan als dit niet is aangegeven (op de bladmuziek), bijv. "Dit stuk staat in C" geeft aan dat de toonsoort van het nummer C majeur is. Populaire liedjes zijn meestal in een toonsoort, net als klassieke muziek. Langere stukken in het klassieke repertoire kunnen delen van het muziekstuk in tegengestelde toonsoorten hebben. Wat ook nog wel eens voorkomt, is dat een lied met meerdere coupletten en refreinen, bij het laatste couplet de toonsoort een halve toon wordt verhoogd. Van bijvoorbeeld in C majeur gaat het dan naar C ♯ (Cis) majeur. Dit veranderen van toonsoort heet modulatie.

Het is voor een begeleidende gitarist of pianist best lastig om de toonsoort te 'pakken' van de zanger of zangeres als die begint te zingen zonder begeleiding en er niet tevoren is afgestemd. Andersom is het makkelijker voor de zanger of zangeres de gitarist of pianist te volgen als deze al is begonnen met spelen. Vandaar ook dat men bij een koor een stemfluitje, stemvork of de piano gebruikt om op de juiste toonhoogte en dus in de juiste toonsoort te beginnen. Doe je dit niet, dan klinkt het vals. Ook de verschillende zangstemmen moeten zo op elkaar afgestemd worden.

Ook sommige instrumenten staan in een bepaalde toonsoort gestemd. Moderne trompetten en klarinetten zijn bijvoorbeeld meestal in de toonsoort B ♭ (Bes) gestemd. De basistoon is dan de B ♭ (Bes).

Bij een toonsoort hoort ook een toonladder. Die van de C majeur is c-d-e-f-g-a-b-c'. Op en piano zijn dit alleen maar witte toetsen achter elkaar (zie afbeelding 1). Maar je kunt niet willekeurig bij een witte toets beginnen. Dat moet echt de 'c' toets zijn (de eerste witte toets voor twee zwarte). Begin je bij een andere toets, dan hoor je dat de toonladder niet klopt. De toonladder van de G majeur is g-a-b-c-d-e-fis-g'. Bijna allemaal witte toetsen op één na, namelijk de fis die zwart is. Een toonladder is dus een geordende reeks noten die typisch in een toonsoort wordt gebruikt. Van laag naar hoog heet dit ook wel een oplopende schaal.

2 - Kwintencirkel, beginnend bij de C bovenaan

Toetsen en toonsoorten

Van de lage c naar de hoge c' is een hele toonladder ofwel een octaaf en bestaat dus uit alleen maar 8 witte toetsen (zie afbeelding 1 en muzieknoot). De zwarte toetsen doen in dit geval niet mee(bij een toonladder in C), maar je ziet eerst een groepje van twee zwarte toetsen en vervolgens een groepje van drie zwarte toetsen. Dit herhaalt zich telkens weer op het toetsenbord van een piano en dergelijke. Tellend vanaf de lage c (en de hoge c' niet meetellend) zijn er dus telkens 7 witte plus 5 zwarte toetsen, is samen 12 toetsen. Dat is precies het aantal toonsoorten dat er bestaan. Deze vindt je ook terug op de kwintencirkel. Alleen zal je merken dat de volgorde dan anders is als je met de klok mee de kwintencirkel rond gaat (zie afbeelding 2). De buitenste toonsoorten (rood) zijn in majeur en de binnenste (groen) in mineur. Bij veel liedjes in majeur zijn de drie toonsoorten (tegelijk de namen van de akkoorden) die telkens naast elkaar staan (bijvoorbeeld C-G-D) die bij de begeleiding van belang zijn. De middelste van de drie geeft dan de toonsoort van dat liedje aan. In de kwintencirkel zie je ook stukjes notenbalk met een tekentje erin (behalve bij de C). Op de bladmuziek kun je dus voor aan elke notenbalk ook hier aan zien in welke toonsoort het liedje staat (zie afbeelding 3).

Omdat sommige instrumenten in een andere toonsoort gestemd staan, moet er iets gebeuren om toch met andere instrumenten samen te kunnen spelen. Als een trompet in B ♭ (Bes) een liedje zonder verhoogde of verlaagde tonen speelt, dan zal bijvoorbeeld de pianist wel twee zwarte toetsen (een bes en een es) in de reeks van 12 moeten gebruiken om het liedje hetzelfde te laten klinken. Dat omzetten heet transponeren.

3 - Toonladders in de toonsoorten C, G en F

De majeur toonladders in de 12 toonsoorten

Een halve toon omhoog krijgt het achtervoegsel 'is' en een halve toon omlaag krijgt het achtervoegsel '(e)s'. De zwarte toetsen op de piano (cis/des, dis/es - fis/ges, gis/as, ais/bes), hieronder dikgedrukt:

  • C: c-d-e-f-g-a-b-c'
  • G: g-a-b-c-d-e-fis-g'
  • D: d-e-fis-g-a-b-cis-d'
  • A: a-b-cis-d-e-fis-gis-a'
  • E: e-fis-ais-b-cis-dis-e'
  • C ♭ (Ces) of B: b-cis-dis-e-fis-gis-ais-b'
  • G ♭ (Ges) of F ♯ (Fis): fis-gis-ais-b-cis-dis-f-fis'
  • D ♭ (Des) of C ♯ (Cis): cis-dis-f-fis-gis-ais-c-cis'
  • A ♭ (AES): aes-bes-c-ces-des-f-g-aes'
  • E ♭ (ES): es-f-g-aes-bes-c-d-es'
  • B ♭ (BES): bes-c-d-es-f-g-a-bes'
  • F: f-g-a-bes-c-d-e-f'
Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Toonsoort&oldid=661595"