Help mee! Maak een account of meld je aan.
Stem nu op: Amsterdam

Theatermuziek

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Pierre Palla (AVRO) Concertorgel in 2020

Theatermuziek verwijst naar vele vormen van muziek die is gecomponeerd of aangepast voor uitvoering in een theater. Genres van theatermuziek omvatten opera, ballet en verschillende vormen van muziektheater, van pantomime tot operette en moderne toneel-musicals en revues. Een andere vorm van theatermuziek is toneelmuziek, die, net als bij radio, film en televisie, wordt gebruikt om de actie te begeleiden of om tussen de scènes van een toneelstuk te spelen. De theatermuziek wordt vastgelegd op bladmuziek en wordt een partituur genoemd. De partituur beschrijft de muziek voor één of meer muziekinstrumenten en als er teksten zijn, wordt ook de tekst mee afgedrukt of erop geschreven.

Hoe het begon

Sinds het begin van het theater speelt muziek een belangrijke rol in toneeldrama. In het Griekse drama in de vijfde eeuw voor Christus werden voor een koor odes (lofzangen) geschreven om te worden gezongen en gedanst tussen de gesproken delen van zowel tragedies als komedies. Alleen fragmenten van de muziek zijn bewaard gebleven. Componisten van Andrea Gabrieli tot Mendelssohn tot Vaughan Williams hebben koormuziek gecomponeerd voor producties van toneelstukken van Sophocles, Aristophanes en anderen. Toneelschrijvers inclusief Racine, Yeats en Brecht schreven originele toneelstukken in stijlen die waren afgeleid van oud drama, met gezongen commentaren door een koor of verteller. In het late 16de eeuwse Florence werden pogingen gedaan om het oude Griekse drama, met gezongen vocale bijdragen weer op te voeren. Hieruit ontwikkelt zich de moderne opera. Volkstheater heeft altijd gebruikt gemaakt van dansmuziek en zang.

In de 16e en 17e eeuw werd theatermuziek uitgevoerd tijdens de actie van toneelstukken. Christopher R. Wilson, die Shakespeares gebruik van muziek bespreekt, noemt verschillende muziekvormen: 'toneelmuziek' (fanfares om belangrijke personages te introduceren of gevechtsscènes te begeleiden), 'magische muziek' (zoals in het slaapliedje in A Midsummer Night's Dream van Felix Mendelssohn), 'personagemuziek' (zoals in Twelfth Night van William Shakespeare, die de hoge, lage, droevige of vrolijke aard van de personages illustreert) en "atmosferische muziek" (zoals Ariel's "Where the bee sucks", in The Tempest ook van William Shakespeare). Dit kun je goed vergelijken met de hedendaagse filmmuziek. Aan het begin van de 18e eeuw was muziek heel gewoon geworden als onderdeel van praktisch alle theatervoorstellingen in Europa, of het nu om opera, dans of gesproken drama ging. De muziek werd ofwel speciaal gecomponeerd voor de productie of er werd gebruik gemaakt van bestaande muziek. Net zoals mensen een familiefilm maken en daaronder bestaande stukken muziek zetten.

Overgang van theater naar film

Aan het begin van de twintigste eeuw toen de stomme film (film zonder geluid) in (rondreizende) theatertjes werd getoond, speelde er een pianist live mee met de film. Ook deze muzikant zorgde ervoor dat daar waar het spannend werd er spannende muziek werd gespeeld en daar waar er vrolijkheid te zien was dat er vrolijke muziek te horen was. In de grotere (film)theaters maakte men zelfs gebruik van een groot theaterorgel. Net als een kerkorgel was dit een pijporgel. Theaterorgels zijn meestal te herkennen aan de kenmerkende hoefijzervormige opstelling van stoptabs (tongvormige schakelaars) boven en rond de toetsenborden van het instrument. Gezien hun opvallende plaatsing in gebouwen van populair amusement, waren theaterorgelconsoles meestal op allerlei manieren versierd, met felgekleurde stoptabs en geverfd in felrood en zwart, of massief goud, of ivoor met gouden rand, met ingebouwde verlichting om de bladmuziek te kunnen lezen en de knoppen en toetsen te zien.

Er waren tussen 1915 en 1933 meer dan 7.000 van dergelijke orgels in Amerika en elders gebouwd. Slechts minder dan 40 instrumenten zijn nog op hun oorspronkelijke plek bewaard gebleven. Hoewel er nog maar weinig originele instrumenten in hun oorspronkelijke gebouwen te vinden zijn, worden tegenwoordig honderden theaterpijporgels (meestal gered uit ter ziele gegane theaters of uit locaties die hun orgels niet meer gebruiken en onderhouden) op openbare locaties over de hele wereld gerestaureerd en herbouwd, terwijl er zijn er nog veel meer terug te vinden zijn in privéwoningen. Nederland had er ooit 84, waarvan er nog zo'n 15 overgebleven zijn. Het meest bekende Nederlandse theaterorgel is het zeer grote AVRO-concertorgel dat is gerestaureerd en te vinden is in het Muziekcentrum van de Omroep (MCO) te Hilversum. Uit dergelijke instrumenten konden hele orkesten 'getoverd' worden.

Verder zijn er nog dergelijke theaterorgels (met merknaam) in Nederland in:

  • Stadsschouwburg, Amsterdam, Strunk
  • Pathé Tuschinski , Amsterdam, Wurlitzer-Strunk, 1940
  • Theater aan de Schie, Schiedam, Standaart
  • Gebouw De Meenthe, voormalig in Asta Theater, Steenwijk, Strunk
  • Kunkels Draaiorgelmuseum, Haarlem, Compton
  • Flora Theater, Boskoop, Vara - Standaart
  • Electroplast, Dordrecht, Standaart
  • Eye Filmmuseum, Amsterdam, Standaart
  • Hotel De Zon, Oosterwolde, Standaart

Links

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Theatermuziek&oldid=643744"