Rassenwetten van Neurenberg

Uit Wikikids
Ga naar: navigatie, zoeken
In het Staatsblad worden de drie wetten afgekondigd.

De rassenwetten van Neurenberg, de anti-Joodse rassenwetten of Neurenberger rassenwetten, waren drie wetten die op 15 september 1935 werden ingevoerd in Nazi-Duitsland. De drie wetten zijn het bekendste voorbeeld van de Jodenhaat tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze waren dan ook erg racistisch. Hoewel de wetten officieel gericht waren tegen alle niet-Ariërs, was duidelijk dat ze vooral voor de Joden golden. Volgens de nazi's waren de Joden namelijk een ondergeschikt volk.

Vanaf 1933 probeerde Hitler om de rechten van Joden in te perken en te zorgen dat ze steeds minder een normaal leven konden leiden. De rassenwetten zorgden ervoor dat de rechten van de Joden nog meer werden verkleind. De drie wetten waren:

  • De Burgerschapswet; over het Duitse staatsburgerschap en wie Duitser was en wie niet.
  • De Wet ter Bescherming van het Duitse Bloed en de Duitse Eer; verbood huwelijken en seks tussen Joden en niet-Joden.
  • De Rijksvlaggenwet; zorgde ervoor dat de Hakenkruisvlag de officiële vlag werd.

De drie wetten laten de denkwijze van de Nazi's weergeven.

De wetten zijn vernoemd naar de Duitse stad Neurenberg in de deelstaat Beieren. Na de Tweede Wereldoorlog besloten de Amerikanen om prominente nazi's hier te berechten; eigenlijk om ze belachelijk te maken. Deze rechtszaken staan bekend als de Processen van Neurenberg.

Eerste wet

De eerste wet is de Burgerschapswet of Reichsbürgergesetz. Deze wet verdeelt alle staatsburgers van Duitsland in Rijksburgers en niet-Rijksburgers. De Rijksburgers waren de mensen die volgens de nazi's Ariërs waren. Volgens de nazi's waren de Ariërs het beste menselijk ras. Hieronder vielen de Germaanse volkeren, maar ook de Romaanse volkeren (door bondgenoot Italië). De Rijksburgers hadden stemrecht en konden een baan bij de overheid krijgen (zoals minister, leraar of politieagent).

Eerst werd de wet niet als racistisch gezien. Volgens de originele tekst werden alleen de burgers die konden bewijzen dat ze geschikt waren om het Duitse volk te dienen gezien worden als Rijksburger. Als je het zo zegt lijkt het alsof alleen naar de kwaliteiten van de persoon werd gekeken; dus wat diegene kon. Dat de wet racistisch was werd pas duidelijk toen hij werd uitgevoerd. Door eisen aan deze regel te stellen kon je bepaalde groepen buitensluiten. De nazi's besloten dat een kwaliteit dat de mensen moesten hebben het "Arisch zijn" was.

Een formulier dat uitgelegd wat de uitkomsten van de rondjes betekenen

Om dit allemaal na te gaan moesten alle burgers een soort van formulier invullen. Dit bestond uit zes rondjes. Een zwart rondje betekende Joods en een wit rondje Duits. De eerste vier rondjes stonden voor je grootouders. Daarna volgden twee rondjes voor je ouders en daarna een rondje voor jezelf. Stel je opa was Duits en je oma was Joods dan was je vader of moeder half-Joods (half-zwart rondje). Als hij/zij met een Jood was getrouwd was jij driekwart-joods (driekwart-zwart rondje) en als hij/zij met een Duitser getrouwd was je kwart-joods (kwart-zwart rondje).

In Duitsland werd je als Rijksburger gezien als je rondje helemaal wit was (dus Duits) of slechts voor een kwart zwart was (dus kwart-joods). Voor half-joden (half-zwart rondje) bestonden aparte regels. Deze werden pas als Joods gezien als ze het jodendom aanhingen, met een Jood getrouwd waren en/of een niet-wettelijk kind hadden. Hadden ze dit dan waren ze Joods en konden ze geen Rijksburger worden. De driekwart-Joden en Volbloed-joden kwamen sowieso niet in aanmerking voor het Rijksburgerschap.

Liegen was niet mogelijk doordat Duitsland een goede administratie had. Alle briefjes werden daarom dan ook nagekeken. In die tijd werd een geloof opgegeven in het bevolkingsregister van de overheid. In het bezette Nederland was er ook een goede administratie. Dit zorgde er uiteindelijk voor dat veel Joden werden opgepakt. In bijvoorbeeld Frankrijk, waar bevolkingsregisters vaak ontbraken of onvolledig waren, was het makkelijk om te liegen. De Burgerschapswet zorgde aanvankelijk voor veel discriminatie en geweld. Hoewel half-Joden en kwart-Joden als Rijksburgers gezien werden, werden zij ook gediscrimineerd en hadden zij ook te maken met geweld.

Tweede wet

De tweede wet wordt afgekort de Bloed- en eerwet genoemd. De wet ging over de huwelijken en omgang tussen Joden en niet-Joden. Het doel was om het Duitse bloed "zuiver" te houden en zo te zorgen dat Duitsland bleef voortbestaan. De nazi's wilden dit op de volgende manier uitvoeren:

  • Huwelijken tussen Joden en niet-Joden waren niet toegestaan. De huwelijken die al waren gesloten werden ongeldig verklaard.
  • Seks tussen Joden en niet-Joden was verboden. Mensen die dit overtraden werden naar een tuchthuis gestuurd.
  • Vrouwelijke niet-Joden mochten niet in dienst zijn van Joden als ze onder de 45 jaar waren. Dit werd bestraft met een jaar gevangenisstraf en/of geldboete.

De wet was net als de Burgerschapswet op papier niet tegen Joden gericht. Bij de uitvoering werd pas duidelijk dat het een vorm van Jodenhaat was. In 1936 werd officieel duidelijk dat de wet niet alleen tegen Joden, maar ook tegen zigeuners en mensen een zwarte/gekleurde huidskleur (negers) gericht was. Ook de nakomeling van deze groepen met Ariërs vielen hieronder. Hoofdzakelijk werden de Joden de dupe, aangezien zij als grootste vijand door de nazi's werden gezien.

Derde wet

De derde wet was de Rijksvlaggenwet of Reichsflaggengesetz. In principe wordt deze wet gezien als het minst belangrijke. De wet voerde de hakenkruisvlag in als de officiële Duitse vlag. Op zichzelf was dit niet racistisch. Het liet alleen de macht van de NSDAP zien, aangezien zij het hakenkruis als symbool hadden.

In combinatie met de Bloed- en Eerwet was het wel zo dat Joden de hakenkruisvlag niet mochten hijsen.

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Rassenwetten_van_Neurenberg&oldid=524600"