Episch theater

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het episch theater is een vorm van theater, die vooral aan het begin van de 20e eeuw in Duitsland populair was. Een belangrijke vertegenwoordiger van het epische theater was Bertolt Brecht, wiens Driestuiversopera als voorbeeld ervan kan worden gezien. Het episch theater staat bekend om het zogeheten vervreemdingseffect (Verfremdungseffekt). Dit betekent dat de gebruikelijke normen zo nu en dan doorbroken worden.

In de jaren 1920 en 1930 ontstond een groep in Duitsland die het theater wilde veranderen. De mensen gingen toentertijd naar het schouwburgtheater, waar mensen vooral vermaakt werden met drama en komedie. Volgens Brecht was dit theater niet meer dan een poppenkast, aangezien men er niets van leerde. Volgens Brecht leefden de toeschouwers mee met het toneelstuk om hun eigen zorgen te vergeten. Zodra het stuk was afgelopen, was men zich hier eigenlijk weer bewust van. Het toneelstuk was dus schijn om de omstandigheden waarin men leefde te verhullen. Vooral in de crisisjaren van de jaren 1930 gebeurde dit.

Volgens Brecht en andere toneelschrijvers moest het theater over meer gaan dan enkel vermaak. Theater moest volgens hem inzicht geven, vooral over de maatschappelijke en politieke situatie. Hierdoor kon theater de wereld veranderen.

Technieken van vervreemding

Het episch theater staat - zoals eerder gezegd - bekend om het vervreemdingseffect. Dit effect komt voor als er in het toneelstuk dingen gebeuren, die het publiek niet gewend is. Hierbij gaat het niet om het verhaal, maar juist om de vorm. Hierdoor hield het publiek zijn hoofd bij het stuk. Voorbeelden van bekende en veel gebruikte vervreemdingstechnieken zijn:

  • Een minimaal decor: In plaats van de grootste, gedetailleerde decors maakt het episch theater juist gebruik van een simpel decor. Er zijn vaak maar een paar items op het toneel. Je kunt eigenlijk zeggen dat alles wat niet nodig is, niet aanwezig is. Het publiek ziet ook vaak duidelijk dat het een toneel is waar ze naar kijken en niet bijvoorbeeld een huiskamer.
  • Wisselen van de scènes gedurende de scène: In het episch theater sluiten de gordijnen niet of gaan de lichten niet uit om de decors te wisselen. Sterker nog, terwijl een scene nog bezig is, worden de nieuwe spullen voor de volgende scene alvast klaargezet. In sommige gevallen wordt de decorwisseling aangegeven door het veranderen van een bordje met de naam erop en of slechts een paar items.
  • Gebruik van stereotypen: Het episch theater maakt gebruik van stereotypes. Deze worden gebruikt om allemaal een kant van een discussie te vertegenwoordigen. Ook zijn er vaak grote contrasten tussen de stereotypen. Als een schrijver het verschil tussen goed en kwaad wil uitleggen, gebruikt hij aan de ene kant een boef en aan de andere kant een heilige.
  • Gebruik van liedjes: De gesproken tekst wordt onderbroken door liedjes. Deze liedjes zijn bedoeld om maatschappelijke of sociale kritiek te geven. Eén of meerdere personages geven op deze manier kritiek op wat er gebeurde in de scène.
  • Personages wenden zich tot het publiek: In het episch theater wordt ook vaak de vierde wand doorbroken. De vierde wand is een scheiding tussen het publiek en wat er op het toneel gebeurt. Personages stellen soms vragen aan het publiek of lopen zelfs het publiek in.
  • Personages onderbreken het verhaal: Een personage kan ook letterlijk een scène stilzetten en besluiten dat een toneelstuk (bijvoorbeeld) een ander einde krijgt. Dit zie je in de Driestuiversopera, waar één van de personages besluit dat de boef Mackie Messer toch gered gaat worden. Hij verandert hierdoor het einde van het toneelstuk.
Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Episch_theater&oldid=629236"