Trampolinespringen

Uit Wikikids
Naar navigatie springenNaar zoeken springen

Trampolinespringen is het springen op een trampoline. Behalve springen kan je onder andere ook salto's maken en zittend springen.

Wedstrijden

Je kan trampolinespringen als sport doen, maar je kan er ook wedstrijden van doen. Die wedstrijden worden gehouden op dubbelmini's (een trampoline waar dat je eerst een aanloop voor moet nemen. Dan kan je er 2 sprongen op doen en dan bijvoorbeeld nog een salto. Dan land je op de grond.) en op grote wedstrijdtrampolines. Voor die wedstrijden moet je een opgelegde oefening doen dat betekent, dat je 10 sprongen moet doen waaronder bijvoorbeeld 5 salto's.
Een aantal moeilijke sprongen zijn:

  • barani - een salto en voor je land nog snel een halve draai maken
  • gestrekte salto - in plaats van in een bolletje salto te doen moet je je nu helemaal strekken zoals een plank
  • buikval - opgespannen vallen op je buik
  • rugval - vallen op je rug en als je valt moet je in een u vorm liggen of een gestrekte rug val

Je hebt nog veel andere sprongen bijvoorbeeld de streksprong, hurksprong, spreidsprong, hoeksprong, halve draai, hele draai, salto en de achterwaartse salto.

Trampoline in de tuin

Sommige mensen hebben een trampoline in de tuin staan, maar die springen veel minder goed dan de wedstrijdtrampolines. Dat komt omdat ze minder goede veren hebben.

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Trampolinespringen&oldid=465995"