Boogboor

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Uitgebreider boogboor om gaten in steen te boren

Een boogboor is een eenvoudig met de hand te bedienen soort gereedschap.

Werking

Het bestaat uit een houten staaf (de spindel of booras) die door middel van een koord eromheen in een snelle draaiende beweging wordt gebracht, strak gehouden wordt door een boog (als die van een pijl en boog) die heen en weer wordt geduwd met één hand. De andere hand houdt een klosje vast dat de spindel of booras op zijn plek houdt. Dit gereedschap van prehistorische oorsprong is zowel gebruikt als 'boormachine', om gaten te maken in vaste materialen zoals hout, steen, been of tanden te maken, en als 'aansteker' om een vuur te starten.

De spil kan worden vastgehouden in een vast frame (zie afbeelding), of door een klosje (het handstuk of de vingerhoed) met een gat waarin de bovenkant van de spindel of booras wordt gestoken. Er moet wat smeermiddel worden gebruikt om de wrijving tussen deze twee delen te verminderen. Deze uitvinding is toegeschreven aan de Inuit-volkeren.

De snaar van de boog wordt eenmaal om de spindel gewikkeld, zodat deze strak genoeg is om tijdens het gebruik niet weg te glijden. In de variant die de Egyptische boogboor wordt genoemd, wordt het koord meerdere keren om de spindel gewikkeld.

De bandboor is een eenvoudigere versie, waarbij de boog ontbreekt en het koord strak wordt gehouden door met beide handen aan de uiteinden te trekken en tegelijkertijd naar links en rechts te bewegen. Bij afwezigheid van een frame is het klosje zo gevormd dat deze met de kin of mond kan worden vastgehouden.

Daarvoor (Laatpaleolithicum) werd de spindel nog tussen beide handpalmen heen en terug gedraaid (zoals je in je handen wrijft).

De pompboor werd uitgevonden door de Romeinen. In de middeleeuwen kreeg je de slinger- of omslagboor.

Geschiedenis

De boogboor gebruikt als aansteker

Boogboren met groene jaspis stenen als boorkop werden gebruikt in Mehrgarh (is een neolithische archeologische vindplaats gelegen op de Kacchi-vlakte van Balochistan in Pakistan) zo'n 3.000 - 4.000 v. Chr. om gaten te boren in mineralen als het blauwe lapis lazuli en het bruinrode carneool. Soortgelijke gereedschappen werden een 1000 jaar later gevonden in andere delen van de beschaving van de Indusvallei en in Iran.

Gebruik

Voor gebruik als aansteker moet de spindel een stomp, iets afgerond uiteinde hebben, dat in een kleine holte van een stilstaand stuk hout (de vuurplaat) wordt geplaatst. Door de spindel met hoge snelheid (en neerwaartse druk) heen en terug te draaien, wordt er warmte gemaakt waarbij in de vuurplaat houtskool ontstaat door de wrijving en deze doet ontbranden en een kleine sintel (vuurkooltje) vormt. De sintel wordt in een hoopje makkelijk ontbrandbaar vezel of droog stro gedaan en door hierin voorzichtig te blazen (zuurstof toevoegen) ontbrandt dit. Met dit beginnende vuur kan ander hout in vlam worden gezet.

Voor het boren kan het onderste uiteinde van de spindel worden uitgerust met een harde boorkop van steen die het gat maakt door de schurende of snijdende werking.

Men maakte zelfs kleine boogboren waarmee men in een kies kon boren om tandbederf weg te kunnen halen. Een vroege vorm van tandheelkunde dus.

Links

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Boogboor&oldid=729977"