Knie

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Stap6.gifDit artikel is (gedeeltelijk) geschreven door Pabo-studenten van Hogeschool Utrecht en blijft in ieder geval staan tot de beoordeling is gegeven in februari 2020.Nuvola apps kwrite.png

Je knie zit midden op je been. Je kan hem buigen. Hij heeft een achterkant en een voorkant en hij is rond. Bijna iedereen heeft een knie, het is erg handig. Het kan best pijn doen als je erop valt!

Knie.PNG

De knie is het gewricht tussen je onder- en bovenbeen.
Het is een soort scharnier net als bij een deur.

Bewegen van de knie

Een knie kan strekken en buigen door middel van de spieren in je been.

Spieren

Skeletal muscle and fiber.jpg

De spieren die er voor zorgen dat je knie kan buigen heten dwarsgestreepte spieren. Deze spieren worden zo genoemd omdat je strepen ziet wanneer je naar de spier kijkt onder een microscoop.

Een spier is gemaakt van meerdere spierbundels en in die spierbundels zitten weer meerdere spiervezels. Deze opbouw zorgt ervoor dat de spier erg sterk wordt en hij niet kapot gaat wanneer er hard aan getrokken wordt. Dit kun je eigenlijk vergelijken met een touw. Als je aan één dun touwtje trekt kan deze snel kapot gaan.  Pak je tien touwtjes bij elkaar en trek je eraan dan zullen de touwtjes veel minder snel kapot gaan. En stel je voor dat je dan nog vijf van die bundeltjes met tien touwtjes hebt. Ontzettend stevig dus!

We kunnen zelfs nog meer inzoomen in de spier. Een spiervezel is gemaakt van meerdere spiercellen. Één spiercel wordt ook wel een sarcomeer genoemd. Verschillende sarcomeren zitten bij elkaar als een netwerk. Kijk maar eens naar de afbeelding hiernaast.

Nu hebben we diep genoeg gekeken naar de binnenkant van de spier.

Sarcomeer

Een spier kan zichzelf samentrekken. Elke spiercel wordt dan een beetje korter waardoor de hele spier korter wordt. Dit doet een spier wanneer hij een signaal krijgt van een zenuw. Dit signaal wordt gemaakt in de hersenen in je hoofd. De spier geeft ook een signaal terug wanneer de spier korter is geworden en dus helemaal is aangespannen. Zo weten de hersenen dat je je spier gebruikt.  Deze zenuwen lopen als een netwerk door je lichaam.

Wat spieren ook nodig hebben om korter te kunnen worden is bloed. In het bloed zitten namelijk zuurstof en andere voedingsstoffen die een spier nodig heeft om te kunnen werken. Daarnaast neemt het bloed alle afvalstoffen zoals koolstofdioxide weer mee. Zo blijft dit niet achter bij de spier.

Waaruit bestaat een knie

Knie botten

Nu je weet hoe een spier zichzelf korter kan maken, gaan we kijken hoe deze spieren het voor elkaar krijgen om bijvoorbeeld een knie te laten buigen.

Hiervoor moet je eerst weten hoe een knie opgebouwd is.

De knie bestaat uit verschillende botten:

Gewrichtsbanden in de knie

1.      Dijbeen (Femur)

2.      Scheenbeen (Tibia)

3.      Knieschijf (Patella)

Het dijbeen en de scheenbeen staan op elkaar. Het dijbeen is aan de onderkant enigszins rond (convex) en het scheenbeen is van de bovenkant plat (concaaf). Door deze vorm passen ze goed bij elkaar. Bovendien zit er tussen deze twee botten een soort kussentjes waardoor ze nog beter in elkaar passen en goed ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Zo’n kussentje heet een Meniscus. De twee botten blijven goed bij elkaar doordat ze vast zitten met gewrichtsbanden (Ligamenten). In het midden kruisen twee banden elkaar. Deze worden dan ook wel de kruisbanden (een voorste en achterste kruisband) genoemd. Ook aan de zijkanten, de binnenkant (mediale zijde) en de buitenkant (laterale zijde), zitten gewrichtsbanden aan beide botten vast.

Dan is er ook nog de knieschijf. Deze ligt voor het dijbeen en het scheenbeen.  Hij zorgt ervoor dat de krachten van de knie verdeeld worden en de binnenkant van de knie aan de voorkant wordt beschermd.

Aan de knieschijf en de boven/zijkant van de knie zit de spier vast die ervoor zorgt dat de knie kan strekken. Deze spier heet de vierhoofdige dijbeenspier (musculus quadriceps femoris). Deze spier loopt aan de voorkant van de been en wanneer hij korter wordt trekt hij als het ware de knieschijf naar boven. Omdat de onderkant van de knieschijf en een deel van de spier vast zit met een gewrichtsband aan het scheenbeen beweegt het onderbeen mee en strekt hij zich.

Omdat spieren alleen maar korter kunnen worden vanuit zichzelf en niet meer langer, zijn er andere spieren nodig die het been weer kunnen buigen. Deze spieren zitten aan de achterkant van het bovenbeen. Deze spier wordt de tweekoppige dijbeenspier of hamstrings genoemd (musculus biceps femoris).

Om de hele knie zit een gewrichtskapsel. Dit is een stevige laag met banden om alle delen van de knie heen. Binnen in het kapsel zit een siroopachtige vloeistof. Deze vloeistof zorgt ervoor dat alle delen soepel langs elkaar kunnen bewegen.

Bronnenlijst

Dynamiek van het menselijk bindweefsel (6th ed.). Houten, The Netherlands: Bohn Stafleu van Loghum.

H. M. Lohman, A. H. M., & Zuidgeest, A. (2015). Vorm En Beweging: Leerboek Van Het Bewegingsapparaat Van De Mens (13th ed.). Houten, The Netherlands: Bohn Stafleu Van Loghum.

Naturalis. (n.d.). Natuurinformatie - Hart, bloedvaten en bloed werken samen met andere systemen in het lichaam. Retrieved October 29, 2019

Solvo. (n.d.). Spieren - Menselijk lichaam | Gezondheidsplein.nl. Retrieved October 28, 2019

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Knie&oldid=580401"