Engelse Burgeroorlog

Uit Wikikids
Versie door Mike1023 (overleg | bijdragen) op 20 mei 2019 om 15:42 (Categorie:Verenigd Koninkrijk verwijderd; Categorie:Engeland toegevoegd met HotCat)
(wijz) ← Oudere versie | toon huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken
William Shakespeare schreef het boek The Wounded Cavalier. Hierin raakte een Cavalier gewond en wordt bijgestaan door een Puritureins meisje.

De Engelse Burgeroorlog was een oorlog tussen Koninkrijk Engeland, Koninkrijk Schotland en Koninkrijk Ierland. Hoewel de oorlog tussen drie koninkrijken was, werd de oorlog eigenlijk alleen maar uitgevochten in Engeland. De oorlog speelde zich tussen 22 augustus 1642 en 3 september 1651 af, maar tussen 1645 en 1648 werd er vrijwel niet gevochten. De Engelse Burgeroorlog is eigenlijk de naam de drie oorlogen met hetzelfde doel en dezelfde groepen, waardoor het vaak één oorlog genoemd wordt.

In de Engelse Burgeroorlog waren er twee grote groepen. Dit waren de Cavaliers en de Roundheads. De Cavaliers stonden aan de kant van de Engelse koning Karel I en de Roundheads aan de kant van het parlement (het Long Parliament). De eerste twee oorlogen van de Engelse Burgeroorlog hadden weinig resultaat, pas in de derde oorlog wonnen de Roundheads. Zij stichtten een republiek, de Engelse Gemenebest, wat uiteindelijk in 1660 werd opgeheven.

Wat er vooraf gebeurde

De Britse koning Karel I.

Sinds de tijd dat de Engelse koning Jacobus I koning was, ontstond er een soort van gat tussen de koning en zijn volk. De Puriteinen (een christelijke stroming) kregen steeds meer aanhangers hierdoor. Niet alleen in de zin van godsdienst, maar ook op het gebied van politiek. Hiervoor was er ook al een soort van scheiding. In de tijd dat koning Elizabeth I namelijk koningin was, had ze een andere godsdienst dan haar eigen volk. Elizabeth I steunde namelijk de protestanten in de rest van Europa, die aan andere stroming hadden dan in Engeland. Omdat Elizabeth I kinderloos stierf, kreeg Engeland een ander koningshuis. Dit was Huis Stuart en Jacobus I was de eerste koning hiervan. Dit huis was alleen katholiek en de rest van Engeland was meer protestants. Jacobus I had een protestantse opvoeding gehad. Hij liet de bijbel vertalen en bemoeide zich zelf met de strijd tussen godsdiensten in de Nederlanden. Maar de puriteinen hadden geen vertrouwen meer in hem. Zo duurde met een nog aantal jaren.

In 1621 ontstond een nieuw conflict. In Bohemen was koning (de zogenoemde Winterkoning) Frederik V van de Palts verdreven uit zijn land door de keizer van het Heilige Roomse Rijk. Deze keizer was namelijk katholiek en de Winterkoning was protestants. Het Engelse parlement snapte niet dat de Engelse koning dit zomaar liet gebeuren en waarom hij zich hier niet mee had bemoeid. De vrouw van de Winterkoning was namelijk nota bene de dochter van de Engelse koning. Jacobus was woedend hierover en stuurde een brief naar het parlement. Kamerleden die kwaad zouden spreken over de koning zouden gearresteerd worden. Het parlement liet de rechten die het had opsturen naar de koning en wilde dat het meer rechten kreeg. Jacobus wees dit af en liet de bedenkers hiervan opsluiten en maakte meteen een einde aan de rest van het parlement. Later herstelde het parlement zich weer.

In 1625 kwam er een nieuwe koning, Karel I. Tussen de kroning en het uitbreken van het eerste deel van de oorlog, kwamen er allerlei problemen naar boven. Karel I had een katholieke vrouw en de Engelsen waren hier niet blij mee. De belangrijkste raadgever van de koning, George Veliers, wilde strijden tegen het katholieke Spanje en Frankrijk. De koning vond dit een goed plan, maar het parlement niet. De raadgever vroeg geld, maar het parlement wilde dit alleen geven als het leger kon terug worden geroepen als de oorlog niet goed verliep. Dit lukte de raadgever niet en hij werd in 1626 door het parlement ontslagen. Karel I was boos hierover en stuurde het hele parlement terug naar huis.

In 1628 had de koning geen geld meer en werd het parlement weer bijeengeroepen. Ook de Puriteinen zaten in het parlement. De Puriteinen vonden dat de koning niet serieus genoeg was tijdens de gelegenheden van de kerk. William Laud had hij namelijk tot bisschop van het belangrijke Londen benoemd. William Laud was katholiek en de puriteinen waren woedend. Het parlement was aan het vergaderen, alleen meer over de discussie of de zaken van de koning belangrijker was dan de zaken van het geloof. Karel I wilde handelen en vroeg of het parlement tijdelijk wilde stoppen. Dit wilde het parlement en Karel I stuurde het parlement vervolgens naar huis. Elf jaar lang zou hij regeren zonder parlement en sloot vrede met Spanje en Frankrijk. Aangezien de koning geld nodig had, bedacht hij zelf belastingen waar de bevolking niet erg blij mee was.

Hoe het begon

Hoewel het volk het niet eens was met de kerk, waren deze gebeurtenissen niet meteen de aanleiding. In Schotland (wat ook werd bestuurd door de Engelse koning) werd een nieuw boek ingevoerd met nieuwe gebeden voor tijdens het bidden. Deze gebeden waren gemaakt naar idee van de Anglicaanse kerk. Alleen was er in Schotland een ander geloof, namelijk de Presbyteriaanse kerk. In 1637 leidde dit tot woede. In het St Giles' Cathedral te Edinburgh werden alle gewaden voor tijdens feesten van priesters verscheurd door vrouwen en kinderen. De koning wilde het niet terugkeren en de halve Schotse tekende een verbond, de zogenoemde The Covenant. De vernieuwingen van de Schotse kerk werden vreselijk gevonden en kinderachtig.

Koning Karel I besloot om tegen de op te treden in 1640. Hij had geld nodig en riep het parlement bij elkaar. Na twintig dagen stuurde hij het parlement al weer naar huis. Hierna nam de onrust toe in Schotland. In Newbury werd het kleine leger van de koning verslagen door de Schotten en ze bezetten Newcastle upon Tyne en Noord-Engeland. Het geld van de Engelsen was weer op en de koning riep weer het parlement bij elkaar. De koning kreeg geld, maar zijn macht werd hierdoor veel minder. Het parlement en de koning waren het eens. Het mocht eigenlijk niet baten, want in 1641 brak de Ierse Opstand uit (waar de Engelse koning ook koning van was). De vertegenwoordiger van de koning (in Ierland) werd namelijk beschuldigd van verraad (zonder dat de reden klopte). Ierland was van oorsprong katholiek en de koning was protestants, maar had een katholieke vrouw. Toch kwamen de Ieren in opstand en er kwam een katholiek leger dat aan de kant van de Ieren vocht. De puriteinen dacht dat de koning de opstand had aangewakkerd, vanwege zijn ingeperkte macht. Toch namen de leiders van het parlement de beslissing om achter de koning te staan.

In 1642 wilde de koning vijf parlementsleden laten oppakken voor verraad, maar ze waren al gevlucht. De koning kwam dit aan het parlement uitleggen. Hij zei dat zij op hun vlucht waren beschermd door voorstanders van het parlement (wat je kan opvatten als een aanval op al die voorstanders). De Londense bevolking was kwaad. De koning en zijn familie gingen vluchten naar het vaste land.

De eerste oorlog

Het verloop van de eerste oorlog. In het rood de Cavaliers en in het geel de Roundheads.

Het parlement begon met een eigen leger met als hoofd de graaf van Essex. Karel I had Londen verlaten en ging naar Nottingham. Hij wilde dat het volk niet opstand kwam en dat er geen burgeroorlog zou beginnen. De Cavaliers kozen de kant van de kerk en de koning, maar de Roundheads wilde een republiek stichtten en wilde Engeland hervormen. Grote delen van Wales (wat toen bij Engeland hoorde), Cornwall en Noord-Engeland kozen de kant van de koning. Vaak waren dit gebieden op het platteland. Londen en het zuidoosten van Engeland kozen samen met het midden van het land voor de kant van het parlement. Het parlement had wapens opgeslagen in Londen en Hull. De koning had deze wapens nodig. De graaf van Newcastle, die aan zijn kant stond, ging Hull daarom meteen belegeren. Op 11 oktober werd hiermee begonnen. De koning liet hierna een leger via Shrewburry naar naar Londen marcheren. Het was de bedoeling om de Cavaliers aan te vallen. Op 23 oktober vochten de twee legers in Edgehill. Het gevecht had geen winnaar, maar beide groepen noemde zich wel zo. De Cavaliers gingen verder richting Londen. In Turnham Green kwamen ze het leger van de Roundheads tegen. Zonder een gevecht wisten de Roundsheads te winnen. Dit was de laatste keer dat de Cavaliers zo dicht bij Londen waren geweest. Hierna wisten ze Oxford in te nemen en gingen hier ook zetelen.

In februari 1643 keerde de koningin terug uit Nederland, waar ze munitie had gekocht. Pas in juli bereikte ze Oxford. De koning had ondertussen een plan, met buitenlandse hulp, gekregen. Hij wilde Londen omsingelen, om zou de stad te belegeren en zo mogelijk uit te hongeren. Bij de slagen van Hopton Health en Sourton Down verloren de Cavaliers. Bij de slag van Stamford Hill wiste de Cavaliers te winnen en de Roundheads sloegen op de vlucht. Op 30 juni namen de Cavaliers het grootste deel van Yorkshire in. De slag van Lansdown Hill eindigde onbeslist, maar het leger van de Roundheads ging wel weer terug naar Bath. Op 26 juli wisten de Cavaliers Bristol in te nemen. Het kleine leger van Bristol was geen partij voor het leger van de Cavaliers. De belegering van Cloucester werd uiteindelijk opgegeven door de Cavaliers. Op 11 oktober wisten de Roundheads Lincoln weer in te nemen.

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Engelse_Burgeroorlog&oldid=561072"