Socrates (filosoof)

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Buste van Socrates

Socrates (Athene, ca. 470 v.Chr. - 399 v.Chr.) was een Grieks filosoof uit Athene. Hij was de leermeester van Plato, en die was op zijn beurt weer de leermeester van Aristoteles. Die drie samen zijn de belangrijkste Griekse filosofen.

Socrates blijft een geheimzinnige figuur. Zelf schreef hij niets op, en bijna alles wat we over hem weten heeft Plato ons verteld. Andere tijdgenoten van Socrates die over hem schreven waren Aristophanes en Xenophon. Zo weten we dat hij een klein, lelijk mannetje met een groot hoofd was dat kon praten als de beste. Hij voerde thuis geen klap uit en ging liever wandelen om met iedereen een praatje te maken. De beste plek om dat te doen was toen de markt in Athene en daar klampte Socrates iedereen aan. Ook in openbare badhuizen kon je hem vinden, en in de smalle straten van de stad. Zijn gewoonte om iemand genadeloos te ondervragen over zijn kennis werkten sommigen op de zenuwen. Hij ontzag niemand, ook niet de voorname burgers van Athene. Die voelden zich vaak in hun hemd gezet wanneer Socrates hen publiekelijk ontmaskerde als beunhazen of dommeriken. Tenminste, zo voelden ze dat aan. Daar was het Socrates echter niet om te doen. Hij was niet kwaadaardig. Hij wilde alleen wijzer worden. Uiteindelijk werd hij veroordeeld door een Atheense rechtbank. De voorname burgers namen het niet langer dat hij hen 'belachelijk' maakte en het hoofd van hun zonen op hol bracht met zijn praatjes. Volgens Meletus, een van de aanklagers die Socrates voor de rechtbank daagden, luidde de aanklacht:

Aanhalingsteken openen

Socrates pleegt onrecht door de goden die de stad vereert niet te vereren en door andere nieuwe goddelijke wezens te introduceren. Voorts pleegt hij onrecht door zijn slechte invloed op de jeugd.

Aanhalingsteken sluiten

Plato schrijft in zijn dialoog 'Apologie' dat Socrates tijdens het proces openlijk toegaf sinds zijn jeugd een stem (van zijn 'demon') te horen. Die goedaardige demon gaf hem vaak instructies en adviseerde hem voorzichtig te zijn en niet te snel zijn mening te geven. Socrates werd uiteindelijk ter dood veroordeeld omdat hij de rechters en juryleden bleef irriteren in plaats van zich berouwvol te tonen.

Socrates was getrouwd met Xanthippe. Door wat Xenophon over haar schreef in zijn dialoog Symposion kreeg zij de reputatie een twistzieke en harde vrouw te zijn. Op Xenophons vraag waarom hij niet bij haar wegging zou Socrates geantwoord hebben: "Als ik het met Xanthippe kan uithouden, dan kan ik het met iedereen uithouden." Plato beschrijft haar in zijn Phaedo echter als een toegewijde echtgenote en moeder.

Leven

Over zijn vroege leven is niet zo heel veel bekend. Hij zou de zoon van een steenhouwer geweest zijn. Of hij zelf dat beroep heeft uitgeoefend weten we niet. Als jongeman besloot hij al snel dat hij op zoek wilde gaan naar wijsheid en hij werd dus filosoof. In tegenstelling tot anderen richtte hij geen school op. Hij liet zich ook niet betalen voor het onderricht dat hij aan jongeren gaf. Daardoor leefde hij in armoede, in tegenstelling tot de sofisten, die betaalde leraren waren. Socrates deed dienst als soldaat in de oorlog tegen Sparta (431–404 voor Christus) en gaf les aan de beroemde generaal en politicus Alcibiades. Dat laatste keerde zich tegen hem. Toen Athene de oorlog verloor tegen Sparta en zijn bondgenoten, gaf men Alcibiades de schuld. Ook aan Critias had Socrates lesgegeven, en ook die politicus werd nu als een verrader beschouwd. De Atheense burgers begonnen Socrates als een 'slechte invloed' te zien.

De oude filosoof werd beschuldigd van goddeloosheid en de corruptie van de jeugd. Hij werd berecht voor een tribunaal van 501 burgers. Hij weigerde om zich op een ernstige manier te verdedigen en dat kostte hem uiteindelijk zijn leven. Hij werd veroordeeld om te sterven door het drinken van dollekervel uit een gifbeker. Omringd door zijn vrienden, dronk Socrates de gifbeker en stierf met rustig gemoed.

Zijn dood

De jury was zeer verdeeld, ook al omdat Socrates veel indruk maakte tijdens de rechtszittingen. Uiteindelijk werd hij veroordeeld tot het drinken van de gifbeker. Socrates had ruim de tijd om te kunnen vluchten, maar de deed hij niet. Hij dronk de gifbeker helemaal leeg. Hij verheugde zich op het leven na de dood, want daar kon hij andere overleden grootheden ontmoeten, zoals Homerus en Odysseus. Omdat het gif niet meteen werkte, hield Socrates nog een lang betoog over het leven na de dood. De dood is de scheiding tussen ziel en lichaam. Het lichaam is tijdelijk en onbetrouwbaar. Daarom richt de filosoof zich op de ziel. De ziel moet zich richten op het verwerven van inzicht en het leren kennen van de waarheid. De zintuigen geven geen betrouwbare en nauwkeurige informatie. Je moet vertrouwen op de rede, ofwel het logisch nadenken. We moeten ons bevrijden van ons lichaam. Wanneer de filosofie goed wordt beoefend is zij in feite een voorbereiding op de dood.

Manier van filosoferen

Socrates was bovenal een leraar. Zoals je weet willen leraren mensen wijzer maken, en dat deed Socrates op zijn eigen manier. Zijn methode bestond uit vragen stellen. Daarbij maakte hij duidelijk dat hij zelf niets wist, maar dat hij hoopte een antwoord te vinden door er samen over na te denken. Zijn onderwerp was de mens en hoe die het best zijn leven kon leiden. Dat betekende een koersverandering in de filosofie. Voordien hielden filosofen zich namelijk vooral bezig met de studie van de natuur ('natuurfilosofen' zoals Thales en Anaximander). Ze vroegen zich bijvoorbeeld af wanneer het heelal ontstaan was en uit welke oerstof alles was voortgekomen. Socrates richtte zich in zijn filosofie vooral op de ethiek, op de vraag over goed en kwaad. Voorbeelden van vragen die hij zichzelf en anderen stelde zijn:

"Wat is de Wijsheid?"
"Wat is het Goede?"
"Is deugd aan te leren?"
"Welke deugden moet men vooral nastreven?"
"Wat is vroomheid?"
"Mag kwaad met kwaad worden vergolden?"
"Wat is schoonheid?"
"Is het beter om bewust of onbewust verkeerd te handelen?"
"Wat betekent het om moedig te zijn?"
"Is vriendschap altijd wederzijds?"
"Wat is de juiste opvoeding?"

Daarnaast was Socrates ook erg geïnteresseerd in wat we kunnen kennen en het 'Zijn' van de dingen:

"Wat is kennis?".
"Hebben namen die door de taal worden gegeven betrekking op echte dingen?"
"Beschikt een sofist over ware kennis?"
"Geven onze zintuigen ons ware kennis van de dingen?"

en hij praatte ook over thema's zoals het recht van de sterkste en de rechtvaardigheid, de liefde, de waarde van welsprekendheid, de onsterfelijkheid van de ziel en het belang van het leiden van een filosofisch leven.

Het probleem blijft echter of Plato juist weergeeft wie Socrates echt was. En vooral: of hij Socrates niet af en toe gebruikt als een soort sokpop voor zijn eigen ideeën. We mogen ook niet vergeten dat Plato een schrijver was met veel verbeelding. Hoe dan ook: we kunnen gewoon niet meer achterhalen of Socrates echt al die dingen gezegd heeft. Wat we wel zeker weten is dat Plato hem goed gekend heeft.

Videoclip

Links

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Socrates_(filosoof)&oldid=839552"