Sint-Maarten (feest)

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Martinus geeft de bedelaar de helft van zijn mantel.
Sint Maarten wordt vaak afgebeeld met een gans.

Op 11 november wordt elk jaar op veel plaatsen Sint-Maarten gevierd. Kinderen trekken dan met een uitgeholde pompoen of lampion waarin een kaarsje of lampje brandt langs de deuren om Sint Maarten liedjes te zingen. Ze krijgen dan een snoepje.

De geschiedenis van Sint Maarten

Sint Maarten heette toen hij jong was Martinus. Hij werd geboren in 316 na Christus in Hongarije. Zijn ouders waren Romeinen. Zijn vader was soldaat in het leger van de Romeinse keizer. Toen Martinus groot was, ging hij ook in het Romeinse leger. Als soldaat werd hij gelegerd in Gallië, dat toentertijd een groot deel van West Europa was en waarvan een deel in Frankrijk ligt. Op een avond ontmoette hij aan de poort van de stad Amiens een bedelaar, bibberend in de winterkou. Martinus had geen geld bij zich om aan de bedelaar te geven. Maar omdat de man het zo koud had, sneed Martinus de helft van zijn mantel af en gaf het aan de arme man. ’s Nachts droomde Martinus dat Jezus Christus de bedelaar was die hij een stuk van zijn mantel had gegeven. Martinus was al een tijd geïnteresseerd in het christendom. Door deze droom verliet hij het leger en werd christen. Hij ging als kluizenaar wonen om zich helemaal aan het christelijk geloof te wijden.

Het feit dat we zoveel van Sint Maarten weten, komt doordat zijn goede vriend Sulpicius Severes, een geschiedschrijver, veel over de goede daden van Martinus van Tours heeft opgeschreven.

Martinus wordt bisschop

Martinus werd erg geliefd bij de armen en kreeg veel volgelingen. Toen er een nieuwe bisschop werd gezocht in de stad Tours, wilden zijn volgelingen dat Martinus bisschop zou worden. Als je bisschop bent, ben je een belangrijk persoon in de kerk. Maar andere bisschoppen wilden Martinus niet als bisschop, want hij had niet zo’n goede naam bij hen. Martinus was meestal slordig gekleed en het verhaal gaat dat hij zich niet altijd goed waste en een hekel had aan tanden poetsen.

Martinus zelf had geen zin om bisschop te worden. Hij wilde liever reizen om mensen te bekeren tot het geloof. Hij vertelde over Jezus en haalde hen over om ook christen te worden. Maar zijn fans hielden vol. Toen ze hem naar de bisschopskerk in Tours wilden brengen, vluchtte Martinus. Om aan zijn aanhangers te ontkomen, verstopte hij zich in een ganzenhok. Dat was een domme zet. Want ganzen maken heel veel lawaai als er een vreemde in hun hok is. Martinus werd dan ook al gauw gevonden. En zo kon hij niet meer onder zijn wijding als bisschop van Tours uit. Daarom wordt Sint Maarten vaak afgebeeld met een gans.

Martinus (Sint Maarten) sterft op 8 november in het jaar 397 na Christus. Martinus is de patroon van Frankrijk en Hongarije, maar ook beschermheilige van Utrecht, Bolsward, de stad Groningen, Salzburg (Oostenrijk) en Genk (België).

De tombe van Sint Maarten in de basiliek van Tours.

Hoe wordt het feest gevierd?

11 november, de dag van Sint Maarten, is niet de verjaardag van Martinus, maar de dag dat hij in Tours begraven is. Het was in die tijd niet belangrijk om de geboortedag van iemand te vieren. Mensen herdachten (vierden) liever de sterf- of begraafdag. Men geloofde namelijk dat mensen die goed geleefd hadden na hun dood naar God in de hemel gingen. Dat vond men belangrijker dan dat iemand een jaartje ouder werd.

Het feest van Sint Maarten wordt op 11 november gevierd. Dat is nu een ‘gewone’ dag in november, maar vroeger was het één van de Winterfeesten. Een dag waarop de mensen nog een keer goed konden eten en drinken. Daarna moest men erg zuinig zijn en was het teren op het voedsel en brandstof dat men verzameld had om de winterperiode door te komen. Vaak leden (de arme mensen) honger in deze koude periode van het jaar. Om het voor deze mensen wat gemakkelijker te maken, mochten arme mensen met Sint Maarten, Sinterklaas, Kerstmis, Nieuwjaar en Driekoningen (de Winterfeesten) langs de deur gaan om een liedje te zingen en daarvoor geld, voedsel of brandstof te krijgen. Zo zorgden de mensen voor elkaar. Deze feesten werden ‘bedelfeesten’ genoemd.

Sint Maarten was een populaire heilige, omdat hij het opnam voor arme mensen en bedelaars. In de middeleeuwen was het feest een echt volksfeest. Maar nu is het alleen nog maar een feest voor kinderen. En dan niet eens in heel Nederland. Alleen nog maar in delen van Nederland, bijvoorbeeld Noord-Holland. Het lijkt een beetje op het ‘’Trick-or-Treat’’ van Halloween, waarbij kinderen verkleed langs de deuren gaan voor iets lekkers. (In bijvoorbeeld Amerika.) Bij Sint Maarten zijn de kinderen niet verkleed, maar gaan ze met lampionnen langs de deur, zingen de kinderen liedjes en zeggen versjes op. Ze krijgen van de mensen dan een snoepje of iets anders lekkers.

Een voorbeeld van één van de meest bekende Sint-Maartensliedjes is:

Sint Maarten, Sint Maarten, de koeien hebben staarten.
De meisjes hebben rokjes aan. Daar komt Sint Martinus aan.
Geef een appel of een peer. Ik kom het hele jaar niet weer.
Het hele jaar dat duurt zo lang, tot mijn lichtje branden kan.

Clips van Schooltv

Externe link

Test je kennis

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Sint-Maarten_(feest)&oldid=530011"