Help mee! Maak een account en maak WikiKids beter!

Prekeramisch neolithicum

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Drieperiodensysteem
Holo-
ceen
Historische Tijd
La Tène-periode   Proto-
historie
Hallstattperiode
IJzertijd
  Laat  
Midden
Vroeg
Bronstijd
Neolithicum Kopertijd  
Laat Pre-
historie
Keramisch
Prekeramisch
Mesoli-
thicum
of
Epipaleo-
lithicum
Laat
Midden
Vroeg
Pleisto-
ceen
Paleo-
lithicum
Laat
Midden
Vroeg
Steentijd

Het prekeramisch Neolithicum of pre-aardewerk Neolithicum (Pre Pottery Neolithicum - PPN) is de beschrijving van het vroege Neolithicum in de Levantijnse en bovenste Mesopotamische regio van de Vruchtbare Halve Maan (zie kaartje) van ca. 12.000 - 8.500 jaar geleden. Het volgt de Natufische cultuur van het Epipaleolithische Nabije Oosten op. Het domesticeren (tam maken) van dieren en het zaaien en aanplanten van aanvankelijk wilde gewassen kwam steeds meer op gang, mogelijk veroorzaakt door de Jongere Dryas (ca. 12.900 tot 11.700 jaar geleden). Dit was een tijdelijke terugkeer naar ijzige (koude) klimaat- omstandigheden.

Gebied van de vruchtbare halve maan , circa 9.500 jaar geleden, met de belangrijkste pre-aardewerk neolithische vindplaatsen. Het eigenlijke gebied van Mesopotamië was nog niet door mensen bewoond.

Het prekeramisch Neolithicum is in drie fasen te verdelen (A, B en C). In fase PPN A, zo'n 11.000 jaar geleden, ontstond de stad Jericho (ook genoemd in de heilige boeken als de Joodse Thorah, de bijbel en de koran). Toen ontwikkelde zich voornamelijk de landbouw. Vondsten van zaden tonen aan dat er een gebruik was van tarwe, gerst en peulvruchten. Gevonde sikkel-bladen en maalstenen wijzen op het verwerken van graan.

In het volgende PPN B (10.800 – 8.500 jaar geleden) was er al een groter gebruik van gedomesticeerde dieren (veeteelt), kwamen er andere gereedschappen en ontstonden nieuwe architecturale (bouw)stijlen. Er werd ook nog wel gejaagd, maar voor slechtere tijden werden er voorraden aangelegd.

De potten werden gemaakt uit steen of met gips. Géén aardewerk dus. Het maken van de stenen potten en mortieren was een zwaar en tijdrovend werk, en dat met de gereedschappen van toen!

Op de vindplaats van 'Ain Ghazal in Jordanië heeft men een latere PPN C-periode gevonden. Waarschijnlijk gaat het hier om een nomadisch volk van 8.200 jaar geleden. Zij hadden contacten met de culturen van Fayyum en de oostelijke woestijn van Egypte. Culturen die aan deze nomadische levensstijl deden, verspreidden zich langs de kust van de Rode Zee en trokken van Syrië naar het oosten naar het zuiden van Irak.

Het verspreiden van Neolitische boeren over Europa

Vanuit het gebied van de halve maan trokken stammen en volken tijdens het Neolithicum via Turkije Europa in. Dat ging met een tempo van ongeveer 1 km per jaar. Men denkt dat de eerste neolithische boeren Europa binnenkwamen via een route over zee naar Cyprus en de Egeïsche eilanden. Waarschijnlijk deden ze dat met vlotten. Ook trokken er boeren richting Zuid-Azië (het huidige Pakistan).

Rond 8.000 jaar geleden verschijnen overal in Egypte neolithische nederzettingen langs de Nijl. Vrijwel zeker waren dit migranten van de Vruchtbare Halve Maan in het Nabije Oosten.

Kenmerken

Megalieten staand in een halve cirkel

Behalve de zich ontwikkelende landbouw is het vrijwel zeker dat er op den duur ook handel ontstond.

Ook zijn er de eerste zogeheten megalieten (grote stenen waar de hunebedden ook van gemaakt zijn) gevonden, beginnend bij de Turkse grens in het noorden van Syrië, dichtbij Aleppo, en zuidwaarts tot aan Jemen. Ze kunnen worden aangetroffen in Libanon, Syrië, Iran, Israël, Jordanië en Saoedi-Arabië. De grootste verzameling van deze megalieten is te vinden in het zuiden van Syrië en langs de Jordaanvallei.

Het oprichten (overeind zetten) van dergelijke stenen (ook wel dolmen of menhirs genoemd) wordt in de heilige boeken ook genoemd in het verhaal van Jacob, de kleinzoon van Abraham. En later ook door Mozes, die er 12 oprichtte, de stammen van Israël voorstellend.

De nederzettingen bestonden uit ronde huisjes of hutten, die half onder de grond lagen met stenen funderingen en glad geschuurde vloeren van gebrande kalk en klei, gekleurd met rode oker (kleurstof). Soms waren de huizen ook wel achthoekig. Het gedeelte wat boven de grond uitstak was gemaakt van zonsteen, ongebakken in de zon gedroogde tegels van leem. De vuurplaatsen waren klein en bedekt met keien. Voor het koken werden hete stenen gebruikt, zodat de gevonden huizen vol lagen met door de hitte gebarsten keien. De taken waren gelijk verdeeld en er is nog niet sprake van een soort stamhoofd.

In de PPN B werden de huizen ruimer, soms met kamers. De gladgeschuurde vloeren werden nog gladder gemaakt en mogelijk heeft dit geleid tot het ontstaan van het pottenbakken. Ook het stenen gereedschap werd vanaf dan geslepen. Er ontstaan enkele aparte taken zoals die van een herder. Langzaam maar zeker krijg je zoiets als een stamoudste.

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Prekeramisch_neolithicum&oldid=698396"