Paardrijden

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Paardrijden is een sport waarbij een ruiter op een paard rijdt. De ruiter zit op een zadel en houdt het paard bij de teugels vast. Zo stuurt hij of zij het paard in de juiste richting. Paarden kunnen rennen (galloperen) wat minder hard rennen, (draven) en gewoon lopen (stappen). Ze kunnen over obstakels springen.

Bekende paardrijders

Paardrij spullen

Beschermers En voor de ruiter:

Soorten

Paardrijden kan je in verschillende vormen doen. Hieronder een paar van die verschillende vormen:

Polo

Polo is een snel spel. je speelt het met 4 mensen van je team en 4 tegenstanders. het is duur om Polo te spelen, want je hebt 5 paarden nodig om aan een wedstrijd mee te doen.

Western rijden

Paardrijden op z'n Amerikaans in Westernkleding en Westerenzadel.

Dressuur

Dressuur is een klassieke vorm van paardijden, maar ook de basis. als je leert paardrijden leer je eerst dressuur. een paar elementen die je moet weten zijn; "'diagonaal: een diagonaal in de bak. volte: een rondje bij a, b of bij c. gebroken lijn: die rij je op de lange zijde van de bak, dan rij je de hoek door en stuur je naar de x die is in het midden van de bak. een gebroken lijn kan je maken in 5, 10 of 20 meter. wijken: dan wend je af bij a of c en maak je paard recht en het paard loopt met de benen naar rcht of naar links. dubbele gebroken lijn:dan wend je af en kom je terug op de hoefslag en maak je er nog een.

Springen

Bij het springen moet je in juiste volgorde en binnen een bepaalde tijd over de hindernissen die die er staan springen. Bij de uitvoering over de sprong moet je in verlichte zit gaan staan, deze houding zorgt ervoor dat het paard zo min mogelijk last heeft van de ruiter tijdens de sprong.

Rijtechnieken

Galoperen

Om je paard in de goede galop aan te laten springen is het makkelijk om je paard naar binnen te laten kijken. je binnenbeen op de singel en je buitenbeen op zijn plek. Vervolgens spoor je aan met je binnenbeen. Om je paard in de galop te houden zal je soms flink moeten drijven. Spoor dat bij iedere galopssprong een keer aan. Dit is bij lang niet alle paarden nodig hoor, maar bij sommige wel. Brobeer kleine duwtjes in zijn buik te geven zonder dat je benen van zijn plek afkomen, dan is het makkelijker om door te zitten. Als je doorzitten erg moeilijk vindt onspan je benen dan. Bij een iets te snel paard is het handig om goed achterover te leunen en kleine kneepjes met je teugel de geven.

"'Draven"'

Een telgang die een stuk sneller is dan stap.

"'Stap"'

Traagste gang dat een paard kan gaan.

Wijken voor het been

Om te wijken voor het linkerbeen moet je je rechterbeen achter de singel aandrukken en je linkerbeen op de singel alleen dan wat zachter. Je moet een kleine druk geven op je rechter teugel, niet trekken, met de linker natuurlijk wel contact blijven houden. Je moet niet gaan hangen naar 1 kant maar gewoon vooruit kijken en denken aan de kant waar je heen wil gaan, dan ga je automatisch goed zitten.

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Paardrijden&oldid=629100"