Loevesteinse factie

Uit Wikikids
Naar navigatie springenNaar zoeken springen
De gebroeders de Witt staan symbool voor de "Loevesteinse factie".
De kamer op Slot Loevestein waar volgens overlevering Hugo de Groot gevangen zat

De Loevesteinse factie of de Loevesteiners is een andere naam voor de staatsgezinden in de tweede helft van de 17e eeuw in het gewest Holland. Zij wilden de 'ware vrijheid' bereiken en streefden naar een echte republiek. Daarom waren ze tegen de stadhouders van Oranje, omdat die macht kregen op basis van erfopvolging.

Geschiedenis

De naam Loevestein verwijst naar Slot Loevestein. Daar sloot stadhouder Willem II zes Hollandse Statenleden op bij zijn staatsgreep op 30 juli 1650. (Op dezelfde dag pleegde hij ook een mislukte aanslag op Amsterdam). Onder hen was ook de burgemeester van Dordrecht, Jacob de Witt (de vader van Johan en Cornelis de Witt). Op aandringen van de Staten van Holland werden zij al tussen 17 en 22 augustus 1650 één voor één weer vrijgelaten. Jacob de Witt verloor daarbij al zijn functies, maar toen Willem II enkele maanden na zijn staatsgreep overleed, kreeg Jacob de meeste functies terug. Door deze gebeurtenissen is Loevesteinse factie een andere naam geworden voor de staatsgezinden die tegen een stadhouder waren. Ook de familie De Witt behoorde na dit voorval bij de staatsgezinden.

De term "Loevesteinse factie" is bedacht door de orangisten (aanhangers van de prinsen van Oranje). Zij beweerden dat Jacob zijn zonen had 'vergiftigd met anti-Oranjegevoelens' en hij zou hen elke dag hebben 'Gedenck aan Loevesteyn' hebben gezegd. Of dat laatste echt waar is, is niet zeker. Prinsgezinden gingen vanaf de jaren 1660 de gebroeders de Witt vereenzelvigen met eerdere staatsgezinden zoals Johan van Oldenbarnevelt (geëxecuteerd wegens zijn verzet tegen prins Maurits) en Hugo de Groot (door Maurits eerder al opgesloten in Loevestein, maar ontsnapt). Na de dubbelmoord op de gebroeders De Witt in 1672 gingen hun medestanders dat ook doen, waarmee "Loevesteiner" een geuzennaam werd. In de 18e eeuw werden van Oldenbarnevelt en de Groot met terugwerkende kracht tot de "helden en martelaren van de Loevesteinse traditie" gerekend. Begin 19e eeuw wenste koning Willem I het liefste dat de partijtwisten ten tijde van de Republiek zouden worden 'vergeven en vergeten'. Maar onder meer de fel orangistische historicus Willem Bilderdijk enerzijds en de liberale historicus Reinier Cornelis Bakhuizen van den Brink (naar eigen zeggen "Loevesteiner [...] tot in het gebeente") anderzijds wilden daar niets van weten en de Nederlandse geschiedenis volgens hun eigen opvattingen herschrijven.

Zie ook

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Loevesteinse_factie&oldid=453486"