Help mee! Maak een account en maak WikiKids beter!
Olympic rings without rims.svg WikiKids wenst de sporters op de Olympische Winterspelen 2022 in Beijing veel succes! Olympic rings without rims.svg

Jimmy Carter

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jimmy Carter
JimmyCarterPortrait.jpg
Jimmy Carter
Naam voluit James Earl Carter
Geboren 1 oktober 1924
Geboren te Plains, Georgia
Overleden
Overleden te
Gehuwd met Rosalynn Carter
Relatie met
Partij Democratische Partij
Religie Christen
Stroming
Functie 39e president van de Verenigde Staten
Aantreden 20 januari 1977
Aftreden 20 januari 1981
Voorganger Gerald Ford
Opvolger Ronald Reagan
Functie(s)
39e president van de Verenigde Staten
76e gouverneur van Georgia
Portaal Portal.svg Politiek

James Earl (Jimmy) Carter jr. (in de volksmond: Jimmy Carter) (Plains (Georgia), 1 oktober 1924 - ) was de 39ste president van de Verenigde Staten, gedurende een periode van vier jaar (tussen 1977 - 1981). Carter was een Democratisch politicus, die vaak als bemiddelaar optrad bij strijdende partijen.

Carter was de eigenaar van een pindaplantage en later gouverneur, toen hij zich kandidaat stelde als president. Bij "het grote publiek" kende niemand hem dus nog. De Amerikanen hadden wel genoeg van de politici in Washington, na het rampzalige Watergateschandaal en voortslepende Vietnamoorlog. Carter versloeg zittend president Gerald Ford in 1976. Carters presidentschap werd gemerkt door economische stagnatie (de economie bleef stilstaan). Op buitenlands gebied had hij meer succes. Hoewel hij een einde maakte aan de dictatuur in Nicaragua, brak onder zijn presidentschap in Perzië de Iraanse Revolutie uit en was een Amerikaanse boycot op deelname aan de Olympische Spelen van 1980 in Moskou. Ook gaf Carter veel geld aan opleidingsprogramma's voor islamitische extremisten om Sovjettroepen te weren, wat achteraf voor veel strijd in de regio zorgde. De Iraanse gijzelingscrisis en de slechte staat van de economie zorgde ervoor dat Ronald Reagan de verkiezingen van Carter won in 1980.

Na zijn presidentschap zette Carter zich in voor de mensenrechten in onder meer Somalië, Ethiopië en Bosnië en Herzegovina. Ook probeerde hij de band tussen Palestina en Israël te verbeteren. In 2002 werd Carter onderscheiden met de Nobelprijs voor de Vrede, vanwege zijn inzet voor mensenrechten en vrede.

Levensloop

Jeugd en opleiding

Het huis waar Carter opgroeide

Carter werd geboren op 1 oktober 1924 in Plains, Georgia. Carter was de eerste president die in een ziekenhuis geboren werd. Hij was de oudste zoon van Bessie Lillian Gordy en James Earl Carter Sr. Hij was vernoemd naar zijn vader, maar had Jimmy als roepnaam. De familie kwam oorspronkelijk uit Engeland en stamde als van de kolonist Thomas Carter, die in 1635 naar Engeland kwam. Carter groeide op in het kleine stadje Plains, waar zijn vader een winkel had en daarnaast investeerde in landbouwgrond. Zijn moeder werkte als verpleegster in het lokale ziekenhuis. Tijdens zijn jeugd is de familie vaak verhuisd, tot dat ze in Archery eindigden. Archery was een achterstandwijk, waar veel Afro-Amerikanen leefden. Belangrijk is om te weten dat er toen rassensegregatie was in Georgia. Afro-Amerikanen moesten gescheiden leven van blanke Amerikanen. Carters vader was voorstander van de rassensegregatie, maar Carter zelf was hier tegenstander van. Hij had Afro-Amerikaanse vriendjes en zijn vader stond hem toe samen met hen te spelen. Tijdens zijn jeugd kreeg hij van zijn vader een stuk grond. Dit gebruikte hij later om pinda's te verbouwen. Ook verhuurde hij een gedeelte.

Tijdens de Grote Depressie kreeg de familie te maken met armoede en de familie was dan ook afhankelijk van de New Deal. Carter was erg goed op school en zat ook in het basketballteam. Daarnaast zat hij in een jeugdorganisatie en deed hij aan houtbewerken. In 1941 studeerde hij af en ging naar de marine-academie. Hier trad hij in 1943 toe. Tijdens deze periode ontmoette hij Rosalynn Smith en de twee trouwden in 1946. Datzelfde jaar studeerde Carter af aan de marine-academie. In de komende jaren verhuisde het paar veel. Ze woonden o.a. in Virginia, Hawaï en Californië.

Marine en boerderij

Carter en zijn vrouw op bezoek in een onderzeeër

In 1952 werd Carter gevraagd deel te nemen aan de ontwikkeling van de nucleaire onderzeeër. Hiervoor ging hij eerst voor training naar Washington D.C. en vervolgens naar New York. In 1953 trad Carter uit dienst en in 1961 werd hij tot luitenant benoemd. Ondertussen was zijn vader overleden en liet hem veel geld en land na. Carter nam de pindaplantage van zijn vader over en wilde deze meer winstgevend maken. Hiervoor nam hij lessen in landbouw en las hij veel onder boerderijen. Carter was vrij succesvol en na een aantal jaar begon de winst te stijgen.

Begin politieke carrière

Carter was tegen de rassensegregatie, maar hield zich buiten de discussie. Ook na de uitspraak in Brown v. Broad of Education hield hij zich er buiten. Dit was een uitspraak van het Hooggerechtshof dat een einde aan de rassensegregatie in scholen maakte. Carter moedigde dit aan, maar begon zich pas in 1961 publiekelijk uit te tegen tegen de rassensegregatie. Carter besloot zich verkiesbaar te stellen voor de Senaat van de staat Georgia en kreeg daar een zetel. Carter was een Democraat en fan van president John F. Kennedy. In deze tijd was er al veel strijd tegen de rassensegregatie en Carter begon speeches te houden tegen taaltesten voor het stemmen. In 1964 werd Carter herkozen.

In 1966 stelde hij zich verkiesbaar voor het gouverneurschap van Georgia. Hij verloor echter, maar in 1970 stelde hij zich opnieuw verkiesbaar. Carter ontmoette allerlei mensenrechtenactivisten, zoals Martin Luther King Jr. Ook wilde hij stemmen winnen bij voorstanders van de rassensegregatie en beloofde George Wallace uit te nodigen. Wallace was een van de belangrijkste verdedigers van de rassensegregatie. Carter wilde gematigd overkomen en nam hiervoor zelfs racistische meningen over. Het resultaat was dat Carter met grote meerderheid won. Later kreeg Carter veel kritiek hierop.

Gouverneur van Georgia (1971-1975)

De verkiezingsuitslag van 1976

Hoewel Carter racistische uitspraken in zijn campagne had gedaan, verklaarde hij met zijn beëdiging tot gouverneur van Georgia dat de tijd van discriminatie en racisme voorbij was. Dit was een shock voor de voorstanders van de rassensegregatie, die hem gesteund hadden. Dit maakte Carter meteen erg onpopulair bij de inwoners van de staat. Carter probeerde dit te herstellen door het onderwijs en de zorg voor kinderen met een handicap te verbeteren. Ook gaf hij meer geld uit aan scholen in arme gebieden. Carter stelde daarnaast een hoop Afro-Amerikanen bij de overheid van Georgia aan. Dit leidde tot protesten van de Ku Klux Klan. Ook hervormde hij de doodstraf in Georgia. Hiervoor heeft hij veel spijt gehad, aangezien hij liever de doodstraf volledig afgeschaft had.

In 1972 stelde Carter zich verkiesbaar voor om de Democratische presidentskandidaat te worden voor de verkiezingen van 1972. Uiteindelijk koos men George McGovern, die verloor van Richard Nixon. In 1974 stelde hij zich opnieuw kandidaat voor de verkiezingen van 1976. Carter was relatief onbekend en lang werd gedacht dat George Wallace de Democratische presidentskandidaat zou worden. Wallace was echter erg controversieel, aangezien hij erg extreem was. Ondertussen brak het Watergateschandaal af en de Republikeinse president Nixon moest aftreden. Dit werkte in Carters voordeel. Carter was een onbekend iemand, wat betekende dat men weinig afwist van zijn fouten. Zij imago was nog vers en uiteindelijk kozen de Democraten hem tot presidentskandidaat. Carter nam het op tegen president Gerald Ford, die Nixon had opgevolgd. Carter wilde zich inzetten voor integratie van Afro-Amerikanen, een eerlijker belastingstelsel, een anti-kernwapenverdrag met de Sovjet-Unie en het uitbreiden van de verzorgingsstaat. Carter won de verkiezingen met 297 van de 538 kiesmannen. Hij won 50,1% van de stemmen, landelijk gezien.

Presidentschap (1977-1981)

Carter sluit vrede tussen Egypte en Israël

Carter werd beëdigd op 20 januari 1977. Carter erfde gigantische problemen van zijn voorganger. De Verenigde Staten zat door de Vietnamoorlog diep in de schulden. Daarnaast was er een economische crisis en inflatie. Tijdens Carters termijn was er zogeheten stagflation. Dit betekende dat er geen economische groei was (stagnation), die gepaard ging met inflatie (inflation). De werkloosheid liep hoog op en daarnaast hadden de Verenigde Staten te maken een energiecrisis. Ook was het vertrouwen van de burger in de overheid door het Watergateschandaal beschadigd. Dit waren allemaal problemen waar Carter zelf niets aan kon doen, maar wel moest oplossen. Carter wilde de energiecrisis oplossen door groene energie en besparingen. Ook richtte hij het ministerie van energie op. Niet alleen was er een energiecrisis, maar ook een tekort aan aardolie en aardgas. Dit leidde tot problemen in transport en industrie. Carter wilde daarnaast de gezondheidszorg verbeteren en gratis maken. Hoewel Carter hiervoor plannen had gemaakt, werden deze nooit uitgevoerd.

Carter had meer succes in het buitenlandse beleid, toen hij probeerde te bemiddelen in een conflict wat Israël had met Egypte, Palestina en Syrië. Het leidde tot een aantal akkoorden, die gesloten werden in Camp David (het vakantiehuis van de president). Deze akkoorden worden de "Camp David-akkoorden" genoemd. Jimmy Carter zag, lijnrecht tegen het beleid van voorganger Richard Nixon in, het belang in van de rechten van de mens. Ook in het buitenland. Nixon deed zaken met staatshoofden, die het niet zo nauw namen met de mensenrechten. Dat deed hij al helemaal als het een bevriend regime betrof. Carter daarentegen stopte bijvoorbeeld de steun die de VS jarenlang aan de dictator Somoza had verleend. De regering die na Somoza zetelde kreeg miljoenen dollars aan steun van Carter. Zijn eigenbelang en de rechten van de mens kwamen met elkaar in botsing toen het een staatshoofd uit het Midden-Oosten betrof. Carter vond dat een waardevol leider, maar het beleid van dit staatshoofd was onderdrukkend en bruut. Maar toch verleende Carter geen steun aan het staatshoofd toen de bevolking tegen de Sjah in opstand kwam. De shaj werd afgezet en verbannen naar een ver land.

De verkiezingsuitslag van 1980

Tijdens zijn termijn daalde zijn populariteit enorm. De problemen waarmee de Verenigde Staten te maken kregen leken niet opgelost te worden. Hoewel er op buitenlands gebied successen waren, kreeg Carter ook te maken een grote nederlaag. Na de Iraanse Revolutie namen Iraanse studenten de Amerikaanse ambassade in Iran over. Ze hielden het personeel gegijzeld. Dit werd door veel Amerikanen als een blunder voor hun land gezien. Ronald Reagan gebruikte het ook tegen Carter. Een tweede blunder was de Sovjet-inval in Afghanistan in 1980. Hierdoor besloot Carter de Olympische Spelen van 1980 in Moskou te boycotten. Dit betekende dat de Verenigde Staten niet meededen aan die spelen. Carter stelde zich voor een tweede termijn verkiesbaar, maar verloor van de Republikein Ronald Reagan. Carter won slechts 49 van de 538 kiesmannen en gaf zijn campagne al op voordat de stembussen in het westen van het land gesloten waren.

Latere leven

Carter in 1988

Carter werd over het algemeen gewaardeerd vanwege het belang wat hij hechtte aan mensenrechten. Zo richtte hij in 1982 het Carter Center op, dat zich specialiseerde in het bewaken van rechten van de mens, maar ook de verbreiding van de democratie, het tegengaan van (ernstige, internationale) conflicten en armoede. Carter schreef jaren later nog een boek over de langdurige onderhandelingen en de voortdurende bemiddeling tussen Israël en Egypte. Het boek werd bekritiseerd, omdat lezers van mening waren dat Carter selectief met de feiten omsprong in zijn boek. Veel Amerikanen waren "pro-Israël" en Carter trok in het boek fel van leer tegenover Israël. Na zijn presidentschap probeerde Carter zich ook in te zetten om de relatie met Noord-Korea te verbeteren. In 1994 onderhandelde hij met Kim Il-sung en in 2017 bood hij president Donald Trump aan opnieuw met Noord-Korea te onderhandelen.

Na zijn presidentschap bleef Carter zich met de politiek bemoeien. Hij had veel kritiek op Ronald Reagan en George H.W. Bush. Ook had hij een slechte band met Bill Clinton. Hij sprak zich uit tegen de Irakoorlog van George W. Bush. Carter had een betere band met president Barack Obama, maar bekritiseerde hem voor het openhouden van Guatanamo Bay. Carter leverde veel kritiek op president Donald Trump, vooral om zijn uitspraken over immigratie en vrouwen. Carter steunde Joe Biden en heeft een goede band met hem. Carter was vanwege zijn gezondheid en hoge leeftijd niet bij de beëdiging van Biden aanwezig.

In 1994 ontving hij samen met Juan Carlos I van Spanje de Félix Houphouët-Boigny-Vredesprijs van de UNESCO. In 2002 werd hij onderscheiden met de Nobelprijs voor de Vrede. In 2011 ontving hij in het Egmontpaleis te Brussel, België, het Grootkruis in de Kroonorde (België). In 2015 maakte Carter bekend dat hij ernstig ziek was en dat zijn dood aanstaande was. Carter vertelde de media: "[I]k heb alles bereikt wat ik wilde bereiken. [...]. Ik leg het nu in de Hand van God [...]". Hij kon zijn leven op een waardige manier afsluiten. Zijn vrouw, zo verklaarde hij, had hier meer moeite mee. In 2019 bleek dat Carter genezen was.

Nalatenschap en monumenten

Imago

Een standbeeld van Jimmy Carter

Jimmy Carter werd aan zijn presidentschap gezien als een eerlijk en betrouwbaar iemand. Dit imago bleef Carter na zijn presidentschap houden, maar hij was een stuk minder populair dan voorheen. Carter werd als een mislukte president gezien, aangezien hij de problemen niet wist op te lossen. De Verenigde Staten hadden te maken met grote schulden en inflatie. Op buitenlands gebied wat meer succesvol, maar het gijzelingsdrama na de Iraanse Revolutie bacht veel schade aan zijn presidentschap. Carter verloor dan ook dik van Ronald Reagan. De verkiezing van Reagan van president zorgde voor geheel nieuw tijdperk. Carter werd door historici vaak laag ingeschat, maar in de laatste jaren is men positiever over Carters presidentschap. Tegenwoordig wordt hij als gemiddelde president gezien.

Historici hebben meer lof voor de periode na Carters presidentschap. Na zijn presidentschap zette Carter zich in voor vrede en de mensenrechten. Hij loste conflicten in Bosnië en Herzegovina en een grensconflict tussen Somalië en Ethiopië op. Ook zette Carter zich in voor vrede tussen Palestina en Israël en schreef hier o.a. plannen voor. Ook probeerde hij de relatie met Noord-Korea te verbeteren. Daarnaast wilde hij meer aandacht richten op beperkingen en ziektes. Voor zijn inzet voor mensenrechten en vrede kreeg Carter de Nobelprijs voor de Vrede.

Vernoemingen en monumenten


Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Jimmy_Carter&oldid=705409"