Irakoorlog

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Edit-inprogress.svg Werk in uitvoering!
Aan dit artikel wordt de komende uren of dagen nog gewerkt.
Kijk in de geschiedenis of je het artikel kunt bewerken zonder een bewerkingsconflict te veroorzaken.
Toelichting: Verwachte einddatum 31/03
Irakoorlog

Iraq War montage.png

Datum 20 maart 2003 - 18 december 2011
Locatie Irak
Overwinning voor Amerikaanse millitairen
Strijdende partijen
Invasiefase (in 2003)
Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten
Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
Vlag van Australië Australië
Vlag van Polen Polen
Flag of Kurdistan.svg Peshmerga
Gesteund door
Vlag van Nederland Nederland
Flag of Canada.svg Canada
Vlag van Italië Italië
Invasiefase (in 2003)
Vlag van Irak Irak
Na de invasie (2003-2011)
Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten
Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
U.S. Army Element, Multi-National Force Iraq Should Sleeve Insignia.jpg Multinationale troepenmacht in Irak (2003-2009)
Flag of Iraq.svg Nieuwe Iraakse overheid:
-Iraaks leger
-Tribale sjeiks
Gesteund door:
Vlag van Iran Iran
Flag of Kurdistan.svg Iraaks Koerdistan
Flag of Kurdistan.svg Peshmerga
Na de invasie (2003-2011)
Flag of the Ba'ath Party.svg Arabische Socialistische Ba'ath-partij
-Supreme Command voor Jihad en Bevrijding
-Flag of Iraq (1991–2004).svg Leger van de mannen van de Naqshbandi-orde
--------------------
Soennitische opstandelingen:
Flag of al-Qaeda in Iraq (2004-2005).svg Al Qaida in Irak (2004-06)
Flag of Islamic State of Iraq.svg Islamitische Staat (vanaf 2006)
Islamitisch Leger in Irak
Jamaat Ansar al-Sunna (2003-07)
--------------------
Sjietische opstandelingen:
Asa'ib Ahl al-Haq
Mahdi-leger
Gesteund door:
Vlag van Iran Iran
Leiders
Flag of Iraq (1991–2004).svg Ayad Allawi
Flag of Iraq (1991–2004).svg Ibrahim al-Jaafari
Flag of Iraq (1991–2004).svgNouri al-Maliki
Flag of Multi-National Force – Iraq.png Ricardo Sanchez
Flag of Multi-National Force – Iraq.png George W. Casey, Jr.
Flag of Multi-National Force – Iraq.png David Petraeus
Verenigde Staten Raymond T. Odierno
Verenigde Staten Lloyd Austin
Verenigde Staten George W. Bush
Verenigde Staten Barack Obama
Verenigde Staten Tommy Franks
Verenigde Staten Donald Rumsfeld
Verenigde Staten Robert Gates
Groot-Brittannië Tony Blair
Groot-Brittannië Gordon Brown
Groot-Brittannië David Cameron
Oostenrijk John Howard
Oostenrijk Kevin Rudd
Italië Silvio Berlusconi
Canada Walter Natynczyk
Spanje José María Aznar
Denemarken Anders Fogh Rasmussen
Polen Aleksander Kwaśniewski
Troepensterkte
Verliezen
Portaal Portal.svg Geschiedenis

De Irakoorlog was een langdurige oorlog dat in 2003 begon toen een coalitie, onder leiding van de Verenigde Staten, Irak binnenviel en daarmee de regering van Saddam Hussein ten val bracht. De reden van de inval was, volgens de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush en toenmalige premier van het Verenigd Koninkrijk Tony Blair, dat Irak massavernietigingswapens had, internationaal terrorisme waaronder Al-Qaida zou steunen en vanwege het gebrek aan democratie onder het bewind van Saddam Hoessein. De eerste drie tot vier jaar waren erg dodelijk; naar schatting overleden ruim 151.000 tot 600.000 Irakezen door de oorlog. In 2011 trokken de Amerikaanse troepen zich terug, maar in 2014 kwamen ze weer terug door de Syrische Burgeroorlog en de opmars van Islamitische Staat. In 2002 werd besloten dat het Amerikaans leger militair geweld mocht gebruiken in Irak nadat het Amerikaans Congres aan Bush toestemming gaf. De Irakoorlog begon officieel op 20 maart 2003 en eindigde op 18 december 2011 waarmee de oorlog 8 jaar, 8 maanden en 28 dagen duurde.

Op 20 maart begonnen de Verenigde Staten met zijn coalitie de oorlog met een reeks zware bombardementen. De Iraakse strijdkrachten raakten al snel overmeesterd door de coalitietroepen die het land binnenvielen. Door de val raakte de Ba'ath-regering ten val en bij Operatie Red Dawn, in december 2003, werd Saddam Hussein gevangen genomen door Amerikaanse soldaten en in 2006 werd hij geëxecuteerd. Door het slechte bestuur van de Coalition Provisional Authority volgde er ondanks de gevangenneming van Saddam Hussein een Eerste Iraakse Burgeroorlog tussen de sjiieten en soennieten en grootschalige opstanden in Irak tegen coalitietroepen. De meeste gewelddadige opstandige groepen werden gesteund door Iran en Tanzim Qaidat al-Jihad fi Bilad al-Rafidayn (Al-Qaida in Irak). Op die opstanden reageerden met een troepenverhoging tot 170.000 soldaten om de veiligheid in Irak te waarborgen. Door de verhoging van troepen kreeg de Iraakse regering en het Iraakse leger meer controle over Irak. Daarna bouwde de Verenigde Staten en de coalitie het aantal troepen af. Toen Barack Obama in 2008 president werd, versnelde de afbouw van het aantal troepen en in december 2011 waren alle Amerikaanse troepen vertrokken uit Irak.

Inhoud

Voorgeschiedenis

In augustus 1990 vond de Iraakse invasie van Koeweit. Irak wou namelijk van het land, wat een olieparadijs is, eigen grondgebied maken. Een coalitie van meerdere landen waaronder de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Egypte vallen ook Koeweit binnen maar om Koeweit te steunen en de invasie terug te keren, Irak verdrijven uit Koeweit. Na 6 maanden strijden lukt dat ook en er volgen opstanden in Irak. Er was verwacht dat door de overwinning de dictatuur van Saddam Hussein zou eindigen in Irak maar dat gebeurde niet. Door de Golfoorlog heeft Saddam Hussein een sterkte internationale oppositie opgebouwd. Na de Golfoorlog werd Irak ook streng gecontroleerd door de VN-veiligheidsraad, met o.a. economische sancties. Ook de inlassing van de Iraakse no-flyzones om Koerden in het noorden van Irak te beschermen en sjiieten in het zuiden van Irak waren niet voordelig voor Irak. De no-flyzones waren ingelast om Iraakse bombardementen te voorkomen. Irak zou daarnaast ook massavernietigingswapens hebben en ontwikkelen. Maar Irak wilt niet meewerken en wilt geen inspecties van de UNSCOM van de Verenigde Naties. In de Verenigde Staten groeit daardoor de angst dat Saddam Hussein in het geheim krachtige chemische/biologische wapens aan het ontwikkelen is die tegen de Verenigde Staten zou kunnen gebruikt worden.

In 1998 werd er in de Verenigde Staten de Iraq Liberation Act ondertekend, wat inhoudt dat er $ 97 miljoen wordt vrijgemaakt voor "een programma voor de overgang naar democratie in Irak". In de wet staat dat tussen 1980 en 1998 Irak de volgende dingen deed:

  • verschillende en belangrijke schendingen van het internationaal recht hebben begaan
  • de verplichtingen niet nagekomen die hij na de Golfoorlog was overeengekomen
  • had verder de oordelingen van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties genegeerd

Een maand nadat de wet werd goedgekeurd vond Operatie Desert Fox plaats. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk voerde grootschalige bombardementen en raketaanvallen uit op Irak van 16 tot en met 19 december. Het doel van de militaire operatie was om het wapenprogramma van Irak te saboteren. De operatie had op militair vlak een succes, maar op politiek vlak had het niet echt overtuigend succes. Een groot deel van de Iraakse militaire infrastructuur werd vernietigd bij de operatie. Echter sloeg Irak nog terug; wapeninspecteurs die in het land reeds waren mochten niet meer terugkeren en Irak begon te schieten op Amerikaanse en Britse vliegtuigen in de Iraakse no-flyzones. Toen in 2000 George W. Bush in 2000 president werd, ging de VS over naar een veel agressievere Irak-beleid en riep hij op tot een "volledige uitvoering" van het Iraq Liberation Act om Saddem te "verwijderen".

Na de aanslagen op 11 september 2001 nemen de spanningen toe. President George W. Bush voert de "War on Terror" in. Irak vormt ook een doelwit. De president voert druk uit op de VN-veiligheidsraad. De VN-veiligheidsraad stemt in met nieuwe inspecties en op 16 september 2002 laat Irak wapeninspecteurs toe. Ze worden goedgekeurd bij de inspecties. Hierdoor zijn Duitsland, Rusland en Frankrijk tegen een oorlog, wat de VS wel wilt.

2002-maart 2003 - Voorbereidingen

Irak resolutie en NELE

Op 16 oktober 2002 werd er een nieuwe resolutie ondertekend; de Irak resolutie, wat het gebruik van militair geweld tegen Irak toeliet. Er waren meerdere factoren voor die resolutie, waaronder terroristische banden, het vormen van een bedreiging voor de nationale veiligheid van de VS en de Perzische Golfregio en de angst van Saddam Hussein door buurlanden. In juli 2002 kwamen de eerste Amerikaanse troepen Irak binnen, namelijk de paramilitairen van de CIA en de soldaten van de 10th Special Forces Group. Eenmaal op de grond bereiden ze zich voor op de aankomst van de United States Army Special Forces, die in Irak de Peshmerga van de Koerden gaan voorbereiden. Dit gecombineerd wordt het team: Northern Iraq Liaison Element (NELE, Nederlands: Noord-Iraakse verbindingselement), met als doel om het gebied dat Ansar al-Islam, een groep die banden heeft met Al-Qaida, onder controle heeft, in Noord-Irak, te veroveren. Uiteindelijk won het Northern Iraq Liaison Element en hadden ze ook een faciliteit voor chemische wapens in Sargat in bezit. Sargat was de enige faciliteit voor chemische wapens die in de Irakoorlog werd ontdekt.

Het team voerde ook missies uit achter vijandelijke linies om leiderschaps doelen te identificeren. Deze missies leidden tot luchtaanvallen tegen Saddam Hussein en zijn generalen. De aanval was mislukt.

Naar aanloop van de invasie vroeg de Verenigde Staten aan Turkije of de Amerikaanse strijdkrachten via Turks grondgebied binnen Noord-Irak konden. Maar dit weigerde Turkije. Daardoor vormde de bestaande Northern Iraq Liaison Element; CIA, Army Special Forces-team en de Peshmerga de noordelijke strijdmacht tegen het Iraakse leger.

Toestemming voor het gebruik van geweld in Irak

Op 5 februari 2003 sprak de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe. Hij wilde laten zien dat Saddam Hussein massavernietigingswapens had. In zijn presentatie liet hij een reconstructie zien van een "mobiel biologisch wapenlaboratorium" die door de computer was gegenereerd. De informatie voor de reconstructie kwam van Rafid Ahmed Alwan al-Janab, echter bekende hij in 2011 dat deze informatie niet klopte. Bij zijn presentatie heeft Powell ook bewijsmateriaal laten zien waar wordt beweerd dat Irak banden had met Al-Qaida. Na de presentatie waren de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Polen, Italië, Australië, Denemarken, Japan en Spanje het eens over een verdrag waarin het gebruik van geweld in Irak wordt goedgekeurd, maar Canada, Frankrijk en Duitsland, hebben samen met Rusland doorgedrongen tot een voortgezette diplomatie. Uiteindelijk hebben de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Polen, Italië, Australië, Denemarken, Japan en Spanje zich teruggetrokken wegens een verliezende stem en om de tegenargumenten van Frankrijk en Rusland. Als reactie op een mogelijke invasie kwam er op 15 februari een vredesdemonstratie waarbij volgens de BBC 6 tot 10 miljoen mensen de straat opgingen over de hele de wereld. Volgens het Guinness Book of World Records was dit zelfs het grootste protest ooit in de gehele geschiedenis.

Waarom oorlog?

Redenen waarom een oorlog in Irak noodzakelijk was waren:

  1. Irak zou massavernietigingswapens hebben
  2. Irak zou het internationale terrorisme steunen, zoals Al Qaida
  3. Saddam Hoessein zou zijn bevolking onderdrukken en vermoorden, er was een gebrek aan vrijheid
  4. Saddam Hoessein steunde het zelfmoordterrorisme tegen Israëliërs. Familie van zelfmoordterroristen kregen van Saddam een premie
  5. Saddam Hoessein negeerde de hele tijd allerlei besluiten/verdragen van de VN-Veiligheidsraad.

Betrokkenheid Spanje

Op 20 maart 2003 kwamen de toenmalige Spaanse premier, José María Aznar, de Britse toenmalige premier, Tony Blair, de toenmalige president van de Verenigde Staten, George W. Bush, en de toenmalige premier van Portugal, José Manuel Durão Barroso als gastheer, op de Portugese Azoren samen om te discussiëren over de invasie, maar ook over de mogelijke betrokkenheid van Spanje. De ontmoeting was omstreden in Spanje en een zeer gevoelig onderwerp. Uiteindelijk besloot Spanje deel te nemen aan de oorlog. Niet meer dan een jaar later vond de ergste aanslag sinds de Lockerbie-aanslag plaats in Madrid; de aanslagen op vier treinen in Madrid. Bij die aanslagen vielen 191 doden en 2050 gewonden. Een groep die banden had met Al-Qaida zat achter de aanval. Veel Spanjaarden waren boos en beschuldigden de premier en zeiden dat hij verantwoordelijk was voor de aanslagen vanwege zijn beslissing om deel te nemen.

Laatste voorbereidingen

In de maand van de geplande invasie; maart 2003, bereidden de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Polen, Australië, Spanje, Denemarken en Italië zich al voor op de invasie; het onderhouden van goede betrekkingen (public relations) en militaire acties. President Bush gaf Saddam Hussein en zijn twee zonen, Uday en Qusay op 17 maart 48 uur om zich over te geven en Irak zouden verlaten. Op 18 maart, binnen die 48 uur, begon de Verenigde Staten echter al met bombardementen. Het Verenigd Koninkrijk, Australië, Polen, Spanje, Italië en Denemarken volgden. Een bijzonder feitje: deze oorlog had geen expliciete toestemming van de VN, de Golfoorlog had dat wel.

Maart-mei 2003 - De invasie van Irak

19 maart - Opening van de invasie

Op 19 maart 2003, 21:00 lokale tijd, werd de eerste aanval geopend. De aanval werd uitgevoerd door leden van de 160th Special Operations Aviation Regiment (speciale eenheid), met een vlucht met een variant van de UH-60 Black Hawk en vier andere vluchten waaronder twee Boeing A/MH-6M Little Bird's die gebruikt werden om doelwitten te identificeren. Elke vlucht kreeg nog A-10 Thunderbolt II's toegewezen als colonne. In 7 uur tijd werden al 70 locaties vernietigd, wat eigenlijk een waarschuwing moest zijn voor het Iraakse leger voor een mogelijke invasie. Toen de locaties werden vernietigd, vertrokken de eerste teams van de speciale eenheid al per helikopter vanuit de Prince Hassan Air Base, vlakbij de grens in Jordanië. Onder die teams zaten ook enkele voertuiggemonteerde patrouilles van het Verenigd Koninkrijk en Australië die werden vervoerd door een militair transportvliegtuig. In de vroege ochtenduren van de volgende dag, 20 maart, kwamen grondtroepen van iets wat "Task Force" heet aangereden vanuit Jordanië, Saoedi-Arabië en Koeweit en staken de grens over met Irak.

Om 5:30 (plaatselijke tijd) in de ochtend, 90 minuten na de deadline van 48 uur die Saddam Hussein kreeg van Bush, kregen Amerikaanse gevechtsvliegtuigen de taak om verschillende (en dan vooral militaire) doelen in de hoofdstad Baghdad te bombarderen. Geen drie kwartier later om 6:15 (plaatselijke tijd) zei president Bush dat hij beval om een aanval tegen "geselecteerde doelen van militair belang" in Irak. Nadat hij dat zei staken troepen die hadden gewacht op zijn teken de grens over met Irak.

Veel mensen hadden voor de invasie voorspelt dat er veel meer luchtbombardementen zouden zijn vóór de grondacties. Maar nu hadden ze een tactiek waardoor Iraakse militairen sneller zouden uitgeschakeld worden door gelijktijdig met grondaanvallen en luchtaanvallen hen uit te schakelen.

Nadat Turkije de toegang van de Amerikaanse troepen had geweigerd moest de coalitie, die een plan had om gelijktijdig vanuit het noorden én zuiden aan te vallen, alles veranderen. Wat Turkije wel heeft gedaan is, het luchtruim voor de Amerikanen openzetten. Troepen van de CIA en het Amerikaans leger slaagden er uiteindelijk welc in om de Koerdische Peshmerga op tijd op te bouwen/leiden tot een strijdmacht die vanuit het noorden zou aanvallen. Deskundigen waren het mee eens dat de coalitie genoeg troepen had gestuurd voor de invasie maar dat ze te veel troepen hadden teruggehaald na de invasie. Bovendien bezette de Amerikanen geen steden en dat dat een nadeel was voor de veiligheid binnen Irak.

De invasie was erg snel en zorgde voor de val van de Iraakse regering en het Iraaks leger. Het duurde slechts 3 weken. Alle olie-infrastructuur in Irak was ook al vrij snel in beslag genomen en beveiligd door de coalitie. Dit deden ze met beperkte schade.

In de laatste uren voor middernacht op 19 maart vielen coalitietroepen door middel van luchtaanvallen en amfibische oorlogvoering (troepen vanuit schepen naar land) het schiereiland Al-Faw aan om daar olievelden te bevieligen. Bij de aanval hielpen de Britten, Polen en Australiërs mee. Gelijktijdig viel de Britse luchtmacht met 9 en 617 squadrons de radarverdedigingssystemen aan die de hoofdstad Baghdad beschermen. Op 22 maart verloren ze echter een panavia Tornado met daarin 1 piloot en 1 navigator. Ze werden neergehaald door een Amerikaanse patriot bij de Koeweitse grens. Ten slotte stortte er op 1 april een F-14 neer van het supervliegdekschip USS Kitty Hawk. Dat gebeurde door een motorprobleem in Zuid-Irak.

21 maart - Umm Qasr en doelen in Bagdad en andere steden

Op 21 maart hebben Amerikaanse mariniers samen met de Britten in de ochtend de haven van Umm Qasr in het zuiden van Irak ingenomen. De verovering was belangrijk voor de aanvoer van middelen en een versnelde doorbraak door het Iraaks verzet in het zuiden. De stad zelf werd al eerder op 20 maart in de late avond ingenomen. Gelijktijdig werd er een luchtaanval uitgevoerd op een complex in Baghdad waar Saddam Hussein zich in zou bevinden, de aanval is echter mislukt. In de middag rukten Amerikaanse en Britse troepen vanuit het zuiden van Irak op naar Bagdad, maar een van de eenheden moest zijn opmars staken na verzet van Iraakse strijdkrachten. Ten westen van Bagdad zijn wel twee belangrijke vliegvelden ingenomen, dat wouden de Amerikanen heel graag omdat ze bang waren dat Irak de vliegvelden zou gebruiken voor raketaanvallen op Israël. De troepen veroverden in de middag op hoge snelheid terrein in Irak. In het zuiden lukte het de troepen om enkele belangrijke plaatsen te veroveren. De troepen staan nu ook aan de rand van de erg belangrijke (op strategisch vlak) stad Basra.

Amerikaanse en Britse bommenwerpers hebben ten slotte in Bagdad honderden kruisraketten en bommen laten neervallen op doelen in de hoofdstad Bagdad en andere steden. Onder die doelen zat het presidentiële complex, het kantoor van vice-premier Tariq Aziz en tientallen regeringsgebouwen. Daarnaast voerde de coalitie ook aanvallen uit op de Noord-Iraakse oliesteden Kirkuk en Mosoel. In Kiruk het hoofdkwartier van de Republikeinse Gard en in Mosoel een kamp van terreurgroep Ansar al-Islam. Het doel van de bombardementen was dat de Irakezen zouden overtuigen dat doorvechten geen zin heeft, aldus de Amerikaanse minister van Defensie.

22 maart - Voortgang bombardementen in Bagdad

In de ochtend van 22 maart, een zaterdag, gingen de bombardementen gewoon door op hetzelfde niveau. In het centrum van de stad waren er veel rookwolken te zien en het is de eerste keer dat er bombardementen plaatsvinden terwijl het dag is. Er zouden al sinds 20 maart meer dan duizend raketten afgevuurd zijn op Irak. Amerikaanse en Brits troepen zijn ook al 150 kilometer het zuiden van Irak binnengetrokken en de eerste troepen zijn al bij de buitenwijken van Basra. Enkele olievelden dichtbij Basra zijn ook ingenomen en beveiligd en Umm Qasr is volledig ingenomen.

23 maart - Eerste Amerikaanse gijzelaars, nieuwe hevige gevechten

Voor het eerst zijn er Amerikanen gevangengenomen. De Arabische zender Al Jazeera had er beelden van uitgezonden en het ging om vijf Amerikaanse soldaten. Op de beelden zag je dat er twee van de vijf gewond waren. Op Iraakse televisie waren er ook beelden te zien van vier lichamen van Amerikaanse soldaten. Die zouden omgekomen zijn bij gevechten bij de Zuid-Iraakse stad Nasiriya. In die stad waren ook de hevigste gevechten tot nu toe. De coalitie ondervinden hevige tegenstad in Nasiriya. Daarnaast braken in de ochtend opnieuw nieuwe gevechten uit in Umm Qasr. Er waren hevige vuurgevechten. Ook in de stad Najaf, belangrijke stad voor de sjiieten van Irak en de rest van de Islamitische wereld, braken ook gevechten uit. Die stad bevindt zich slechts 160 km ten zuiden van de hoofdstad Bagdad. Volgens een journalist van het Brits persbureau Reuters kunnen coalitietroepen vanuit Nasiriya niet naar Bagdad vanwege veiligheidsoverwegingen en staan ze stil in de stad.

Aan de rand van de belangrijke stad Basra wordt ook al dagen gevochten en dus ook vandaag. In die stad is er sinds 20 maart ook geen drinkwater, volgens het Rode Kruis. Bij de gevechten zijn al 77 burgers gedood en 366 verwond.

24 maart - Vooruitgang en humanitaire ramp in Basra=

Volgens de Amerikaanse generaal Tommy Franks is de oprukking van de coalitie richting Bagdad versnelt. Volgens hem zou het Iraakse leiderschap verstrooit zijn door de bombardementen op militaire doelen. De Britse premier Blair zei ook dat Britse en Amerikaanse troepen nu slechts 100 km ten zuiden van Bagdad zijn, dat is 60 km dichter in een etmaal.

In Basra gaat het volgens de Verenigde Naties op basis van humanitaire omstandigheden niet goed. Volgens het Rode Kruis en de VN zal er een humanitaire ramp komen in de Iraakse stad Basra. Er is een gebrek aan schoon water en door dat gebrek hebben honderdduizenden kinderen grotere kans op ziektes. Technici van het Rode Kruis hebben wel een watervoorziening deels hersteld in Basra maar nog steeds heeft de helft van alle inwoners geen schoon water en moeten ze vies water uit een nabijgelegen rivier drinken.

25 maart - Hevige strijd bij Karbala

Er zijn hevige gevechten uitgebroken bij de steden Karbala en Najaf, en volgens het ministerte van Buitenlandse Zaken van de VS zijn daar 300 tot 500 Irakezen gedood. Volgens de CNN is het de grootste veldslag tot nu toe. Aan de kant van de coalitie zijn nog geen doden gemeld. De Amerikanen en Britten konden geen luchtaanvallen uitvoeren omdat er een zandstorm was. Ook in de stad Nasiriya in het zuiden waren weer hevige gevechten. Amerikaanse troepen hebben daar uiteindelijk ook een ziekenhuis overgenomen en 170 Iraakse soldaten gevangen genomen die vanuit het ziekenhuisgebouw vochten. Volgens een commadant van het Britse leger is de stad Umm Qassr nu wel veilig, dat zeiden ze 21 maart ook.

Inmiddels is er in de belangrijke Iraakse stad Basra een volksopstand zijn uitgebroken. Niet tegen coalitietroepen maar tegen de Iraakse troepen. Britse troepen staan de opstandelingen bij met artilerieaanvallen op mortieren van Iraakse troepen. Ten slotte hebben Amerikaanse en Britse troepen voor het eerst een aanval geopend op de buitenste verdedigingslinie van de Iraakse Republikeinse Garde (privéleger van Saddma Hussein). Toen gevechtshelikopters het vuur openden op Iraakse elite troepen bij de stad Karbala (90 km van Bagdad) kwamen ze echter wel hevig onder vuur. De aanval van helikopters luidden het begin van de slag om Bagdad.

26 maart - Bagdad bestookt vanuit de lucht

Voor het eerst wordt er een opdracht voor een wederopbouw in Irak gegeven. Een Amerikaans bedrijf gaat voor 4,8 miljoen dollar de haven van Umm Qasr opknappen. Deze raakte beschadigd door de gevechten in de stad. Daarnaast meldt de Amerikaanse legerleiding dat de slag om Bagdad voor nu alleen vanuit de lucht zal worden uitgevoerd. De legerleiding zegt dat eerst het zuiden van Irak veilig moet zijn. Dit komt door een hevige zandstorm en door de veldslag bij de plaats Najaf, die 200 ten zuiden van Bagdad gelegen is. Volgens de Amerikaanse strijdkrachten zijn bij Najaf in een etmaal al 650 Irakezen gedood en 300 gevangengenomen. Door die strategie zouden de Amerikanen tijd hebben om de routes naar Bagdad te beschermen.

Daarnaast is het het Rode Kruis gelukt om de inwoners van de stad Basra weer van water te voorzien. Voor het eerst zijn er veel doden gevallen bij een raketinslag in Bagdad. Bij een raketinslag in een woonwijk van Bagdad door twee Amerikaanse raketten zouden vijftien doden en dertig gewonden zijn gevallen. Ze kwamen terecht op een marktplein. De raketten sloegen in tijdens een zware luchtaanval.

27 maart - Bashur Drop Zone

In de vroege ochtend hebben 954 parachutisten van het 173e Airborne van het Amerikaanse leger een gevechtssprong gemaakt naar de Bashur Drop Zone in de provincie Erbil als onderdeel van Operatie Iraqi Freedom. Daarnaast hebben Amerikaanse troepen een brug ingenomen in de stad Samawah.

28 maart - Aanval op paramillitairen in Basra

De Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld beschuldigt Syrië van het leveren van wapens aan Irak. Echter ontkent Syrië dit.

Amerikaanse F-15's hebben in de avond wel een gebouw waar 200 paramillitairen aanwezig waren gebombardeerd. Het gebouw lag in de stad Basra. De paramilitairen waren in Basra om de normale Iraakse troepen en de bevolking van de stad in de gaten te houden. De Britten hebben de stad al dagen omsingeld. Er is daarnaast ook eerder, in de middag, een Britse soldaat omgekomen doordat ze door Amerikaanse vliegtuigen werden beschoten. Vijf Britse soldaten raakten ook gewond, ze waren op dat moment in gevecht met Iraakse troepen. Het is onduidelijk hoe het incident kon gebeuren.

Ten slotte heeft Irak een raket afgevuurd op een winkelcentrum in de Koeweitse hoofdstad Koeweit-Stad waarbij er geen slachtoffers vielen. Op vrijdag is het winkelcentrum namelijk gesloten.

29 maart - Zelfmoordaanslag; 5 Amerikaanse doden

De eerste zelfmoordaanslag sinds het begin van de invasie heeft plaatsgevonden, namelijk door een taxichauffeur in de stad Najaf, waarbij vijf Amerikanen omkwamen. De taxichauffeur haalde de Amerikanen over om bij een controlepost dichterbij te komen, toen ze dat deden blies hij zichzelf en zijn wagen op. Daarnaast is er net voor zonsopgang alweer een raket afgevuurd op een Koeweitse winkelcentrum. Het zou weer gaan om een Iraakse raket, bij de aanval zijn er weer geen slachtoffers gevallen.

30 maart - Signaal in Basra en Bagdad letterlijk onder vuur

Britse strijdkrachten zijn begonnen met een nieuw offensief in Basra. De bombardementen op Bagdad, Nasiriya, Mosul en Kalak gaan wel nog steeds door. Het offensief is bedoelt om bewoners van Basra te laten weten dat de Britten hen niet in de steek zullen laten. Maar eigenlijk is het doel om de bewoners te overtuigen om tegen het regime van Hussein in opstand te komen. Volgens de CNN rukten Britse mariniers met tanks al in de buitenwijken van Basra. Ten slotte is er in een woonwijk van Bagdad een raket ingeslagen. Er zijn doden en gewonden gevallen. Al heel de dag ligt Bagdad onder vuur.

31 maart - Raket vlakbij emir Koeweit

Op slechts honderden meters afstand is er een raket ontploft vlakbij het kantoor van de emir van Koeweit. Voor de rest hebben Amerikaanse soldaten zeven burgers waaronder vrouwen en kinderen gedood in een voertuig. De chauffeur van een voertuig weigerde te stoppen en na meerdere waarschuwingsschoten werden ze gedood. Amerikaanse Troepen rukken ook steeds verder op naar Bagdad. Net buiten Bagdad zelf is er veel artillerievuur te horen en zijn er zware bombardementen uitgevoerd op de Republikeinse Garde in de buitenwijken van Bagdad. Bij de bombardementen waren ook telefooncentrales van het ministerie van Informatie ook het doelwit. Volgens de Iraakse autoriteiten vielen er vier doden, burgers, toen er een raket insloeg in hun huis. In het zuiden van Bagdad zouden er ook twintig burgers zijn omgekomen.

2 april - Buitenwijken van Bagdad bereikt

Amerikaanse troepen bereiken eindelijk de buitenwijken van Bagdad. Kleine eenheden van het Iraakse Republikeinse Garde komen met hen in felle vuurgevechten. Koerdische militietroepen trekken, geholpen door Amerikaanse troepen, naar een plaats de buurt van Mosul in Noord-Irak. Burgers die in de stad wonen, vertellen verslaggevers dat ze blij zijn dat de Iraakse soldaten weg zijn.

3 april - Internationale luchthaven in handen

De grootste luchthaven in Irak en de luchthaven van Baghdad: "Saddam International Airport" is veroverd door Amerikaanse troepen. Ze hernoemen de luchthaven naar "Baghdad International Airport".

4 april - Saddam Hussein voor de Iraakse televisie

Saddam Hussein heeft een toespraak voor de Iraakse televisie gehouden. De toespraak was onaangekondigd en hij sprak daarbij over het neerschieten van een Amerikaanse gevechtshelikopter door een boer, terwijl dat enkele dagen na het begin van de invasie plaatsvond. Er wordt getwijfeld als het gaat om een opname van veel eerder of van op dat moment. De Iraakse televisie heeft daarnaast ook beelden getoond van Saddam Hussein die door Bagdad wandelde, omringd door aanhangers. Het is onbekend wanneer de beelden zijn opgenomen en of dat iemand is die op hem lijkt.

Ten opvolging van de verovering van de luchthaven in Bagdad zijn er honderden Amerikaanse mariniers er naar toe op weg, ter ondersteuning van de 1500 infanteristen die er nu zijn.

5 april - Hevige gevechten in Bagdad en Kerbala

Amerikaanse troepen hebben met tanks een hoofdweg in bezit genomen. Medewerkers van het regime van Saddam Hussein ontvluchten de stad. Naast de hoofdweg hebben ze ook het hoofdkwartier van de elitedivisie van de Republikeinse Garde in bezit. De gehele dag zijn er hevige gevechten in Bagdad en Kerbala, waarbij veel doden en gewonden vallen. Bij een inval van Amerikaanse tanks in Bagdad zouden er zelfs meer dan duizend doden zijn gevallen. Ook is er een bom in Hotel Palestina ingeslagen, die zich vlakbij een hotel waar veel journalisten verblijven ligt.

De Iraakse televisie heeft ten slotte alweer beelden uitgezonden van Saddam Hussein samen met zijn twee zonen, Uday en Qusay. Het is onbekend wanneer de opnames zijn gemaakt.

6 april - Slag om Basra

Bagdad en de Noord-Iraakse stad Mosul liggen opnieuw onder vuur. In Bagdad is er nu echter sprake van geen nieuwe inval.

Het Amerikaanse leger heeft de lichamen van de bodyguards van Ali Hassan al-Majeed, een neef van Saddam, gevonden in een huis in Basra. Britse troepen hebben daarnaast 'het grootste deel' van de stad Basra onder controle. Dit meldt een woordvoerder van de Britse militaire troepen ter plaatse. In de ochtend zijn Amerikaanse troepen tot op een brug over de rivier Tigris in het centrum van Bagdad gereden. Het kwam tot een schotenwisseling van de Amerikanen op de tanks en Iraakse strijders. In de vroege avond is er ook voor het eerst een Amerikaans millitair vliegtuig geland op de luchthaven in Bagdad.

7 april - Slag om Bagdad maakt voortgang

Amerikanen hebben in de ochtend het presidentieel paleis in het centrum veroverd. Het oosten van Bagdad is ook in handen. In het centrum van Bagdad hebben Amerikaanse troepen het belangrijkste standbeeld van Saddam Hussein vernietigd met een granaat, ze beschrijven het als: "one shot, one kill".

8 april - Slag om Bagdad, veel meer vooruitgang?

De strijd om Bagdad laait hevig op. Het paleis van de Republiek in Bagdad is daarnaast hevig gebombardeerd in de ochtend door de Amerikaanse luchtmacht. De Amerikanen komen ook op de grond steeds dichter tot het centrum, Amerikaanse tanks zijn tot in de buurt van het Iraakse ministerie van Informatie uitgerukt. Doordat ze zo dichtbij zijn, zijn de uitzendingen van de Iraakse staatsradio en -televisie uitgevallen. Maar naast dat zijn er ook veel civiele aanvallen in Bagdad. Het Palestine Hotel in Bagdad, waar veel buitenlandse journalisten zitten, is door een bom getroffen en het kantoor van de Arabische omroep Al Jazeera werd getroffen door twee Amerikaanse raketten.

Na een korte strijd hebben de Amerikanen ook het militaire vliegveld Rashid veroverd.

9 april - Slag om Bagdad, geen controle meer door Irak?

In Bagdad is het chaotisch. Veel regeringsgebouwen zijn gebombardeerd en het hoofdkantoor van de Verenigde Naties, het gebouw van het Irakees Olympisch Comité en enkele hotels werden geplunderd door plunderaars. Door de chaos is het Rode Kruis ook gestopt in Bagdad, het zou te gevaarlijk zijn. Er is echter wel bijzondere vooruit gang voor de Amerikanen en Britten die zelfs melden dat Saddam er geen controle meer heeft. Zo zijn het Palestine Hotel, het hoofdkwartier van de Iraakse geheime politie en veel andere regeringsgebouwen helemaal in handen van de coalitie. In de namiddag hebben Amerikaanse troepen samen met Iraakse burgers ook een standbeeld van Saddam Hussein omvergehaald om er vervolgens blij op te dansen. In Noord-Irak, bij de Koerden, vieren ze al feest nadat ze beelden zagen waarin werd gezegd dat Irak geen controle meer heeft. Koeweit heeft Irak tevens al gefeliciteerd voor de "bevrijding".

10 april - Slag om Kirkuk

Terwijl Bagdad bijna volledig in handen is, wordt er in het Noord-Iraakse stadje Kirkuk nu hevig gevochten. Amerikaanse gevechtsvliegtuigen hebben bombardementen uitgevoerd en Koerdische milities rukken uit naar Kirkuk. Aan het eind van de voormiddag zijn Koerdische troepen, gevolgd door Amerikaanse troepen de stad binnengetrokken. Aan het eind van de middag hebben Amerikaanse militairen en Koerdische strijders belangrijke olievelden bij Kirkuk in handen.

1 mei - Einde invasie van Irak

Toen de Amerikaanse president George W. Bush op 1 mei aankwam op het supervliegdekschip USS Abraham Lincoln sprak hij in een toespraak waarin hij het einde aankondigde van grote gevechtsoperaties in de oorlog in Irak. Ver boven hem hing de vlag van het oorlogsschip met de tekst 'Mission Accomplished'. Hij zei wel: "Onze missie gaat door" en "We hebben moeilijk werk te doen in Irak". Dit luidde dus het begin van de Irakoorlog in.

Na de invasie (2003-2011)

Kort na de toespraak van Bush werd de Coalition Provisional Authority opgericht, Nederlands voor 'Voorlopige Autoriteit onder de Coalitie'. De coalitie was ontworpen door de Verenigde Naties zodat Irak een wettige regering heeft totdat het land op politiek en sociaal vlak stabiel is. De coalitie was van 12 mei 2003 tot 28 juni 2004 de machthebber en bestuurder in Irak.

2003

Gebeurtenissen in 2003

  • 18 januari - Wereldwijd zijn er protesten tegen de Irakoorlog. Dat gebeurd in heel veel steden; waaronder Tokio, Moskou, Parijs, Londen, Amsterdam, Caïro en Istanboel.
  • 20 maart-1 mei - De invasie van Irak vindt plaats.
  • 7 augustus - Een bomaanslag op de Jordaanse ambassade in Bagdad dood 17 mensen en verwondt 40 mensen. Waarschijnlijk zat Al-Qaida achter de aanslag.
  • 19 augustus - Een bomaanslag door middel van een vrachtwagen op de Verenigde Naties doodt 22 medewerkers van de Verenigde Naties waaronder Sérgio Vieira de Mello, hierdoor verlaat de Verenigde Naties Irak vanwege het gebrek aan veiligheid.
  • 29 augustus - De Imam Ali moskee wordt zwaar getroffen door een bomaanslag. Net buiten de moskee zaten twee autobommen die 95 mensen van de menigte rond de moskee, bij het vrijdaggebed, had gedood. Naast de 95 doden vielen er ook meer dan 500 gewonden. Terreurgroep Jama'at al-Tawhid wal-Jihad zat achter de aanslag.
  • 27 oktober - In Bagdad vinden er meerdere gelijktijdige zelfmoord autobomaanslagen; op het hoofdkwartier van het Rode Kruis en op 4 politiebureaus. De aanval heeft 33 Irakezen en 2 Amerikaanse soldaten gedood. 244 mensen raakten gewond.
  • 27 november - Bij het Thanksgiving-diner komt president Bush als verassing langs bij soldaten in Bagdad.

Massamoord in Fallujah - 28 april

De massamoord in Fallujah begon toen Amerikaanse soldaten van het Amerikaanse 1st Battalion, 325th Infantry Regiment, op een menigte van Iraakse burgers schoten. Ze protesteerden in de avond van 28 oktober. Ze negeerden een avondklok die door het Amerikaanse leger was ingezet. Ze protesteerden omdat Amerikaanse soldaten aanwezig waren op een school in de stad. De soldaten zeiden zelf dat ze reageerden op schoten van de menigte, terwijl de burgers zeiden dat ze eerst werden neergeschoten. Uit onderzoek bleek dat er helemaal geen schoten richting de soldaten waren gevuurd.

Bij de massamoord waren 20 burgers gedood. Meer dan 70 bewoners en 3 Amerikaanse soldaten raakten gewond.

Operation Planet X - 15 mei

Operation Planet X was de eerste grotere operatie sinds de invasie van Irak. Operatie Planet X was een aanval op een dorp, 18 kilomter ten noorden van Tikrit in de nacht van 15 mei. Die nacht waren troepen van het 4th Infantry Division (Amerikaans leger) op zoek naar Ba'ath-partijleden en millitanten. Ze werkten samen met het Iraaks leger. Het Amerikaans leger was met ongeveer 500 soldaten, 18 gevechtsvoertuigen, 12 artilleriestukken, 30 HMMWV's en 6 patrouilleboten.

De operatie had resultaat. Een belangrijk figuur van het voormalige regime (van Saddam), generaal Mahdi Al-Duri Al-Tikrit Adil Abdallah, werd gevangengenomen samen met 260 anderen. Aan de Amerikaanse en Iraakse zijden waren er geen doden/gewonden.

Operation Peninsula Strike - 9 juni-13 juni

Operatie Peninsula Strike bestond uit een reeks invallen tussen 9 en 13 juni. De operatie vond plaats op een schiereiland vlakbij de plaats Balad. Aanvallend vanuit helikopters, kleine boten en in gepantserde voertuigen, zetten Amerikaanse troepen wegversperringen op en beginnen een grote aanval met dan duizend soldaten die snel 397 verdachten gevangen nemen. Onder de 397 gevangen zitten ook twee personen die op de 'Most Wanted'-lijst stonden;

  • Abul Ali Jasmin, de voormalige minister van Defensie
  • Abdullah Ali Jasmin, voormalig hoofd van de militaire academie.

Op 13 juni, de laatste dag van de operatie, vielen Iraakse opstandelingen een patrouille aan van de Amerikaanse 4e Infanterie Divisie. Ze vuurden raketgranaten af. De tanks reageerden terug en hadden vier aanvallers gedood. Ze dwongen de andere aanvallers te vluchten. Later, met behulp van helikopters, doodden de Amerikaanse troepen nog 23 andere aanvallers.

Aan de Amerikaanse zijde zijn er vier gewonden gevallen en bij de Iraakse opstandelingen zijn er 27 doden gevallen.

Operation Desert Scorpion - 15 juni-29 juni

Operatie Desert Scorpion was een vrij grote operatie om vijanden (anti-coalitietroepen) te identificeren en te elimineren en tegelijkertijd humanitaire hulp te verlenen. De operatie vond vooral plaats in noord-centraal Irak. De operatie leidde tot pogingen om de groeiende opstand niet te onderdrukken. Er werden ook 1330 mensen uiteindelijk aangehouden, 8 miljoen dollar in beslag genomen en 497 AK-47's, 235 handgranaten, 124 RPG's, 22 machinegeweren met riemvoeding, 130 pistolen, 100 geweren, 8.122 patronen en munitie in beslag genomen.

Moord op Uday en Qusay Hussein (zonen) - 22 juli

Op 22 juli omsingelde troepen van de Task Force 20, met behulp van het 101st Airborne Division (Amerikaans leger), Uday Hussein, Qusay Hussein en de zoon van Qusay; Mustapha tijdens een inval in een huis in Mosul. Ongeveer 200 soldaten hebben geholpen aan de omsingeling en schoten ook op het huis, waardoor de drie werden gedood. Na een strijd van vier uur gingen de troepen naar binnen en vonden vier lichamen; die van Uday, Quasy, Mustapha en de lijfwacht van de twee broers. De nacht na de dood van de twee zonen van Saddam Hussein was er in Bagdad feestelijk geweervuur te horen.

Bomaanslag op het hoofdkwartier van de Italiaanse militaire politie in Nasiriyah - 12 november

Op 12 november vond er een bomaanslag plaats op het hoofdkwartier van de Italiaanse militaire politie in de zuid-Iraakse stad Nasiriyah. De aanval begon kort voor 11:00 uur toen een grote tankwagen naar de ingang van de basis snelde. Iraakse troepen schoten op de vrachtwagen in een poging om het voertuig te stoppen en minstens één van de aanvallers schoot terug. De tanker sloeg tegen de poort van het gebouw en explodeerde in een enorme vuurbal. Huizen die in de buurt van het hoofdkwartier lagen liepen schade op en zelfs een auto die in de buurt reed verbandde. In die auto zaten vijf Iraakse vrouwen, die alle vijf in de auto omkwamen. De ontploffing was zo krachtig dat ramen van gebouwen aan de overkant van de Eufraatrivier braken. Het drie verdiepingen tellende gebouw werd door de aanslag verwoest en de voorkant van het gebouw stortte in. 18 Italiaanse troepen werden samen met een Italiaanse burger gedood tijdens de explosie. Nog eens 20 Italianen en 80 Irakezen raakten gewond.

Operation Bayonet Lightning - 2 december

Operatie Bayonet Lighting was een operatie gericht tegen de vangst van wapens, materialen en mensen die een bedreiging vormden voor coalitietroepen. De operatie die door Amerikaanse en Iraakse troepen werden uitgevoerd duurde 16 uur en werd uitgevoerd door 1200 soldaten van de 173e Airborne Brigade en de 4e Infanteriedivisie en door het Iraakse leger.

Operatie Bayonet Lighting vond vooral plaats in de dorpen Al Hawija en het dorp Rashad, die beide 60-70 kilometer ten zuiden van de stad Kirkuk ligt.

Het resultaat van de operatie was de vangst van 62 AK-47's, 200 kogels voor de AK47, één raket aangedreven granaatwerper en twee explosievenkits. Ten slotte werden er 62 mensen gevangengenomen.

Gevangenneming Saddam Hussein (Operation Red Dawn) - 13 december

Op 13 december vond operatie Red Dawn plaats in het kleine landbouwstadje Ad-Dawr, in de buurt van Tikrit. Operatie Red Dawn werd gestart als klopjacht naar de meest gezochte man op dat moment: Saddam Hussein. Nadat het Amerikaans leger genoeg informatie had over twee waarschijnlijke locaties waar hij verbleef, konden ze de operatie starten. Het 4e Infanteriedivisie en de Task Force 121 waren de betrokkeneenheden bij de operatie die samen een troepensterkte hadden van 600 man, waaronder cavalerie, artillerie, luchtmacht, een ingenieur en speciale operatiekrachten. Toen het Amerikaans leger het doel had gevonden en helikopters erbij waren schopte een aanvaller een stuk vloer opzij waardoor er een spingat (een hol waar je in kan schuilen) te zien was. Toen Hussein te zien was sloeg een troep van de Task Force 121 hem met zijn M4 Carbine en ontwapende Hussein, die een Glock 18C vasthad.

Hussein verzette zich niet hevig en hij werd met een helikopter naar een militaire basis gebracht waar hij geïdentificeerd werd. Nadat dat gebeurde werd hij in hechtenis gehouden op de internationale luchthaven van Bagdad. Naast hem werden er ook twee lijfwachten opgepakt. Heel veel landen reageerden opgelucht en blij op zijn gevangenneming.

De soldaat die Hussein uit zijn spingat trok en het spingat hielp vinden was Samir, een 34-jarige Iraaks-Amerikaanse militaire tolk.

2004

Gebeurtenissen in 2004

  • 18 januari - Net buiten het hoofdkwartier van de door de VS geleide coalitie, blies een zelfmoordterrorist een pick-upwagen vol met 1000 pond explosieven op. Door de aanslag vielen er 20 doden en meer dan 60 gewonden. De meeste slachtoffers waren Irakezen.
  • 1 februari - Door een dubbele zelfmoordaanslag op kantoren van Koerdische politieke partijen zijn 117 doden en 133 gewonden gevallen. De kantoren lagen in de stad Erbil. De aanslag werd opgeëist door Al-Qaida.
  • 29 april - Bij de Amerikaanse aanval op Falluja zijn zeker 600 burgers omgekomen
  • 28 juni - Twee dagen voor op schema wordt de controle en de soevereiniteit van Irak overgedragen van de Verenigde Staten aan een Iraakse tijdelijke regering. Allawi wordt de premier.

Eerste slag om Fallujah - 4 april-1 mei

De eerste slag om Fallujah, ook wel operatie Vigilant Resolve genoemd, was een operatie gericht tegen de terreurgroep Jama'at al-Tawhid wal-Jihad, Ba'athisten en andere soennitische opstandelingen. De operatie was ook een poging om de daders van de moord op vier Amerikaanse aannemers in maart 2004 te arresteren of te vermoorden.

In de nacht van 4 april 2004 begon de operatie. Amerikaanse troepen lanceerden een grote aanval in een poging om "de veiligheid in Fallujah te herstellen" door deze te omsingelen met ongeveer 2000 troepen. Ten minste vier huizen werden geraakt door luchtaanvallen en er werd de hele nacht hevig geschoten. Op 5 april 2004, onder leiding van de 1st Marine Expeditionary Force, hadden Amerikaanse eenheden de stad omsingeld met als doel deze te heroveren. Amerikaanse troepen blokkeerden wegen die naar de stad leidden met voertuigen en prikkeldraad. Ze namen ook een lokaal radiostation over en deelden folders uit waarin bewoners werden aangemoedigd om binnen te blijven en Amerikaanse troepen te helpen bij het identificeren van opstandelingen en eventuele inwoners die betrokken waren bij de moord op vier Amerikaanse aannemers.

Na drie dagen vechten werd geschat dat het Amerikaans leger ongeveer 25% van Fallujah onder controle had, waaronder een aantal belangrijke defensieve posities. Omdat door Amerikaanse aanvallen doden eisten van zowel burgers als Iraakse opstandelingen, kregen de coalitietroepen steeds meer kritiek vanuit de Iraakse Raad van Bestuur, die zei: "deze operaties van de Amerikanen zijn onaanvaardbaar en illegaal".

Op 1 mei 2004 trok het Amerikaanse leger zich terug uit Fallujah, omdat luitenant-generaal James Conway zei dat hij had besloten alle huidige operaties over te dragen aan de nieuw gevormde Fallujah-brigade, een soennitische veiligheidsmacht die was opgericht door de CIA, die zou worden bewapend met Amerikaanse wapens en uitrusting.

Slag om Najaf - 5-27 augustus

De slag om Najaf was een strijd tussen het Amerikaanse leger met behulp van het Iraaks leger en het islamistische Mahdi-leger. Het grote conflict begon op 5 augustus, toen het Mahdi-leger om 1 uur 's nachts een Iraaks politiebureau aanviel. Hun eerste aanval werd afgeslagen, maar het Mahdi-leger hergroepeerde zich en viel opnieuw aan om 3 uur 's nachts. Kort daarna werd op verzoek van de gouverneur van Najaf een snelle reactiemacht gestuurd. Rond 11 uur kwam de snelle reactiemacht onder zwaar machinegeweer en mortiervuur ​​van het Mahdi-leger binnen de Wadi-us-Salaam, dat is de grootste begraafplaats in de moslimwereld met een oppervlakte van meer dan 6 km² en meer dan tientallen miljoenen graven.

De gevechten begonnen in het stadscentrum en liepen vervolgens door de begraafplaats. Na enkele dagen verschoven de gevechten zich naar de omgeving van de Imam Ali-moskee toen het Mahdi-leger zich terugtrok en daar zijn toevlucht zocht. Sodlaten van het Amerikaans leger omsingelden de moskee na gevechten door de oude stad en begonnen een belegering. Het Mahdi-leger gebruikte grote hotels die uitkijken op de begraafplaats als controleposts. Na zware gevechten en kamer-tot-kamer gevechten werden de hotels beveiligd door het Amerikaans leger. Er waren echter niet genoeg soldaten om de hotels goed te houden en ze werden samengevoegd tot twee aangrenzende hotels. De gevechten beschadigden twee van de minaretten van de moskee. De moskee is een van de heiligste van alle sjiietenheiligdommen.

Op 23 augustus veroorzaakten minstens 15 explosies, waarvan vele klonken als artilleriegranaten, het gebied op zijn kop, toen granaatscherven op de binnenplaats van de moskee vielen en er veel geweerschoten door de gangen gingen. Op 26 augustus 2004 lieten twee F-16's die uit Balad vlogen vier Joint Direct Attack Munitions van 2000 pond vallen op twee hotels in de buurt van het heiligdom die door de opstandelingen werden gebruikt. De succesvolle luchtaanval bracht het Mahdi-leger een verwoestende slag toe. Uiteindelijk werd er onderhandeld tot een staakt-het-vuren met als resultaat; De strijders van het Mahdi-leger ontwapenen en trekken zich terug uit Najaf.

Bij het Amerikaans leger vielen er 13 doden en meer dan 1000 gewonden. Bij het Iraaks leger 40 doden en 46 gewonden en bij het Mahdi-leger 159 doden en 261 gevangenen.

Tweede slag om Fallujah - 7 november-13 december

De tweede slag om Fallujah, ook wel operatie Phantom Fury genoemd, was een operatie van het Amerikaans leger, het Iraaks leger en het Brits leger tegen Al-Qaida, het Islamitisch Leger van Irak, Ansar al-Sunna, en andere islamitische legers en opstandelingen in Fallujah. De operatie wordt beschouwd als het hoogste conflictpunt in Fallujah in de Irakoorlog. Het Amerikaanse leger noemde het 'een van de zwaarste stedelijke gevechten' waarbuh Amerikaanse mariniers en soldaten zijn betrokken sinds de Slag om Huế City in Vietnam in 1968.'.

Met Amerikaanse marinies die voor verkenning en doelmarkering aan de stadsrand zorgden, begonnen de grondoperaties in de nacht van 7 november. Het Iraakse 36e Commando-Bataljon viel vanuit het westen en het zuiden met behulp van Amerikaanse leger aan. Het Fallujah General Hospital, Blackwater Bridge, meerdere gebouwen en dorpen tegenover de rivier de Eufraat langs de westelijke rand van Fallujah werden al snel veroverd door het Amerikaans leger. Troepen van het 1st Battalion vuurden mortieren af ​​tijdens een operatie in het zuiden van Fallujah. Dezelfde eenheid verplaatste zich vervolgens na het afvuren van de mortieren naar de westelijke toegangswegen tot de stad en stelde de Jurf Kas Sukr-brug veilig. Deze eerste aanvallen waren echter een afleiding die bedoeld was om de opstandelingen die de stad bezetten af te leiden en te verwarren.

Nadat mariniers de elektrische stroom in de stad hadden onderbroken en uitgeschakeld op twee onderstations net ten noordoosten en noordwesten van de stad, lanceerde een andere groep mariniers een aanval langs de noordrand van de stad. Ze werden vergezeld door twee eenheden van het zware leger van het Amerikaanse leger. Dit zware leger werd gevolgd door vier infanteriebataljons die de taak kregen de overgebleven gebouwen te ruimen. De gemechaniseerde tweede brigade van het leger moesten de stad doorlopen en alle vluchtende vijandelijke troepen vernietigen. Het 1st Battalion van het Britse leger patrouilleerde over de belangrijkste snelwegen naar het oosten. Alles was goed georganiseerd. De Amerikaanse luchtmachtbood luchtsteun voor het grondoffensief, met meerdere gevechtsvliegtuigen voor het uitvoeren van nauwkeurige luchtaanvallen op vijandelijke bolwerken van dichtbij de stad. De luchtmacht maakte ook gebruik van onbemande MQ-1 Predator-luchtvaartuigen voor verkennings- en precisiestakingen, en verkenningsvliegtuigen op grote hoogte voor het verzamelen, bewaken en verkennen van inlichtingen vóór, tijdens en na het gevecht.

De zes bataljons van het leger, de marine en de Iraakse strijdkrachten trokken de stad in onder de dekking van duisternis (doordat de elektrische stroom zelf uitgeschakeld was), en eenmaal in lijn gebracht met de verkenningselementen, begon de aanval in de vroege uren van 8 november 2004, voorafgegaan door een artillerievuur dat ongeveer 2500 projectielen afvuurde. Dit werd gevolgd door een aanval op het centraal station, dat vervolgens werd gebruikt als halteplaats voor troepen. Tegen die middag, onder bescherming van een luchtdekking, kwamen mariniers de districten genaamd: 'Hay Naib al-Dubat' en 'al-Naziza' binnen. De mariniers werden gevolgd door andere troepen. Bulldozers van de 'Navy Seabees' werden gebruikt om de straten te ploegen terwijl ze veilig en beschermd blijven tegen vijandelijk vuur.

Terwijl de meeste gevechten op 13 november 2004 afnamen, bleven de Amerikaanse mariniers en de Special Operations Forces te maken hebben met het verzet van opstandelingen die in de stad verborgen waren. Op 16 november 2004, na negen dagen vechten, beschreef het marinecommando de operatie als het opruimen van verzetshaarden. De slag duurde tot 23 december 2004.

De strijd bleek de bloedigste van de oorlog en de bloedigste strijd met Amerikaanse troepen sinds de oorlog in Vietnam. Het was uiteindelijk een overwinning voor de coalitie maar er vielen aan de kant van de coalitie in het totaal 107-110 doden en 613 gewonden. Bij de oppositie (Al-Qaida, islamitische legers en de opstandelingen) vielen 1200-1500 doden en 1500 werden gevangengenomen. Er vielen ook veel burgerdoden: volgens Irak zelf 581-670 doden maar volgens het Rode Kruis ruim 800.

Slag om Mosul - 10-16 november

De slag om Mosul was een slag tussen de Verenigde Staten, Iraakse veiligheidstroepen, het Koerdische Peshmerga en Al-Qaida, Ansar al-Sunna, het Islamitisch leger in Irak en andere Iraakse opstandelingen. De slag vond gelijktijdig plaats met de tweede slag om Fallujah.

Op 8 november 2004 voerden opstandelingen aanvallen en hinderlagen uit in een poging Mosoel over te nemen. Diezelfde dag vochten eenheden van het 1e Battalion en het 24e Infanterie Regiment tegen de opstandelingen in de buurt van de Yarmuk-rotonde, in het hart van West-Mosul. De strijd duurde de hele dag en de opstandelingen bleken erg vastberaden. Andere infanterie regimenten werden in het noorden gehamerd met mortieren terwijl opstandelingen vanuit het westen, oosten en zuiden aanvielen met handvuurwapens, RPG's en machinegeweren.

Op 9 november 2004 stierven een majoor van het leger en een sergeant van de luchtmacht als gevolg van een RPG-aanval en een mortieraanval op een militaire basis in Mosul. Op 10 november 2004 gingen honderden opstandelingen de straten op in Mosul. Ze begonnen Iraakse veiligheidstroepen aan te vallen en hadden de volgende dag hetzelfde gedaan. Op 11 november hadden de opstandelingen één politiebureau ingenomen en nog twee vernietigd. Ze braken in bij de wapenkamers van de stations en verdeelden de wapens de luchtafweervesten die ze konden vinden. De Iraakse politie werd binnen enkele uren onder de voet gelopen, verspreidde zich en verlieten de gevechten op straat. De beveiliging in de stad ging bijna volledig achteruit. Opnieuw namen eenheden van het 1e Battalion en het 24e Infanterie Regiment de westkant van de stad en andere infanterie regimenten de oostkant van de stad het gevecht aan tegen de opstandelingen.

Voor het einde van de nacht waren de opstandelingen erin geslaagd een van de vijf bruggen over de Tigris-rivier te veroveren voordat de Amerikanen de controle over de andere vier overnamen. Verdere versterkingen van de opstandelingen arriveerden op 12 november in de stad in technische en andere voertuigen. Negen politiebureaus werden aangevallen; één werd vernietigd en de andere politiebureaus werden ingenomen. Het hoofdkwartier van de Koerdische Democratische Partij werd ook aangevallen en platgebrand. De opstandelingen gingen toen naar de partijgebouwen van de Patriottische Unie van Koerdistan. Gealarmeerd door de aanvallen, bestreden 12 Peshmerga met machinegeweren honderden opstandelingen, totdat 600 andere Peshmerga ter plaatse kwamen en ervoor zorgen dat de opstandelingen de controle over het Koerdische oosten van Mosul verloren. Echter slaagden de opstandelingen erin het hele westelijke Arabische deel van Mosul onder controle te hebben. De Peshmerga stuurde nog eens 2000 strijders naar Mosul op verzoek van het Iraakse ministerie van Defensie in een poging om de opstandelingen te stoppen. De Amerikaanse luchtmacht begon een bombardementscampagne op rebellen in de stad die de volgende dag doorging. Een van de doelwitten was een begraafplaats.

Op 13 november hadden de opstandelingen tweederde van de stad in handen. Ze begonnen leden van de nieuwe Iraakse veiligheidstroepen op te sporen en ze in het openbaar te doden, meestal door onthoofding. Er werden enkele regimenten van het Amerikaans leger die bij de slag van Fallujah waren opgeroepen als versterking. Ook werden 300 leden van de Iraakse Nationale Garde van de Syrische grens, een Iraaks bataljon van speciale troepen uit Bagdad en een aantal Koerdische Peshmerga- strijders ingeschakeld om te helpen. Alle militaire basissen werden nog in controle gehouden, echter werden er op 14 november nog twee politiebureaus ingenomen door de opstandelingen.

Op 14 november omstreeks 10.30 uur moest een 'Commando Quick Reaction Force' verhuizen om een ​​Commando-peloton te versterken dat werd aangevallen bij een politiebureau in Mosul. Toen de Commando Quick Reaction Force het belegerde peloton naderde, kwam het door een grote opstandige granaat, mortier, machinegeweer en AK-47 onder vuur te liggen. In de komende vier uur viel de vijand herhaaldelijk de positie van de commando's aan, met als hoogtepunt soms aanvallen op twintig meter van de locatie van de kolonel van de commando's. De kolonel toonde wel echt leiderschap, onder zwaar vuur verhuisde hij van Commando naar Commando en gaf ze orders met handsignalen. Er werd heel erg hevig gevochten.

Twee dagen later, op 16 november, slaagden de Amerikaanse troepen erin om over de door opstandelingen bestuurde brug te raken en namen vervolgens het noordelijke, oostelijke en zuidelijke deel van de stad terug. Het Amerikaans leger zei dat ze weinig weerstand ondervonden, maar er zijn wel drie van de tien politiebureaus afgebrand door opstandelingen.Tegen de late avond werd de stad deels beveiligd door het leger.

Na een mislukte poging door opstandelingen om Mosul in te nemen won de coalitie de slag van bijna een week.

2005

Gebeurtenissen in 2005

Operation New Market - 25-29 mei

Slag om Haditha - 1-3 augustus

Slag om Tal Afar - 1-18 september

Operation Steel Curtain - 5-22 november

Operation Able Rising Force - 8-9 december

2006

Gebeurtenissen in 2006

Operation Scorpion - 24-25 maart

Operation Larchwood 4 - 16 april

Slag om Diwaniya - 28 april

Operation Together Forward - 14 juni-24 oktober

Slag om Ramadi - 17 juni-25 november

Operation Gaugamela - juli

Operation River Falcon - 25-27 juli

Operation Guardian Tiger IV - augustus

Slag om Al Rumaythah - 26 september

Slag om Amarah - 19-20 oktober

Slag om Turki - 15-16 november

Executie van Saddam Hussein - 30 december

2007

Gebeurtenissen in 2007

Slag om Haifa Street - 6-9 januari

Operation Black Eagle - 6 april

Operation Phantom Thunder - 16 juni-14 augustus

Operation Arrowhead Ripper - 19 juni

Operation Saber Guardian - 10-11 juli

Operation Marne Avalanche - 16 juli-15 augustus

Slag om Karabla - 27-29 augustus

2008

Gebeurtenissen in 2008

Operation Phantom Phoenix - 8 januari-28 juli

Operation Defeat Al Qaeda in the North - 2008

Operation Augurs of Prosperity - 29 juli-11 augustus

2009

Gebeurtenissen in 2009

Operation New Hope

2010

Gebeurtenissen in 2010

Operation New Dawn

Slag om de Palm Grove

2011

Gebeurtenissen in 2011

Operation New Dawn

Einde van de oorlog

Slachtoffers

Kritiek

Kosten

Gevolgen voor de bevolking

Mensenrechtenschending

Buitenlandse betrokkenheid

Zie ook

Bronnen

Links

klad

Vlag van Australië Australië (2003-09)
Vlag van Roemenië Roemenië (2003-09)
Vlag van Azerbeidzjan Azerbeidzjan (2003-08)
Flag of Kuwait.svg Koeweit (2003-08)
Vlag van Estland Estland (2003-09)
Vlag van El Salvador El Salvador (2003-09)
Vlag van Bulgarije Bulgarije (2003-08)
Vlag van Moldavië Moldavië (2003-08)
Vlag van Albanië Albanië (2003-08)
Vlag van Oekraïne Oekraïne (2003-08)
Vlag van Denemarken Denemarken (2003-08)
Vlag van Tsjechië Tsjechië (2003-08)
Vlag van Zuid-Korea Zuid-Korea (2003-08)
Flag of Singapore.svg Singapore (2003-08)
Vlag van Kroatië Kroatië (2003-08)
Vlag van Bosnië en Herzegovina Bosnië en Herzegovina (2003-08)
Vlag van Noord-Macedonië Noord-Macedonië (2003-08)
Vlag van Letland Letland (2003-08)
Vlag van Polen Polen (2003-08)
Vlag van Kazachstan Kazachstan (2003-08)
Flag of Mongolia.svg Mongolië (2003-08)
Vlag van Georgië Georgië (2003-08)
Flag of Tonga.svg Tonga (2004-08)
Vlag van Japan Japan (2004-08)
Vlag van Armenië Armenië (2005-08)
Vlag van Slowakije Slowakije (2003-07)
Vlag van Litouwen Litouwen (2003-07)
Vlag van Italië Italië (2003-06)

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Irakoorlog&oldid=604015"