Index basiswoordenlijst groep 5

Uit Wikikids
Naar navigatie springenNaar zoeken springen

[Bron]

N.B. Typische encyclopediewoorden zijn in het volgende niet uitgewerkt.

A

aan de ene kant, aan de andere kant; aan je linkerhand; aan je rechterhand; aandacht; aanhalingsteken; aanpassing; aanplakbiljet; aanschuiven; aanspoelen; aanstaande; aantal; aantasten; aantreffen; aanwezig zijn; aanwijzing; aardewerk; abattoir; abonnement; absoluut; achterbaks; achterdeur; achterin zitten; achterste van je tong laten zien; actievoeren; activiteit; adder; ademloos; adresseren; advies; afbeelden; afbraakproces; afdruk; afdrukken; affiche; afgelasten; afgelopen; afkomen op; afleveren; afluisteren; afprijzen; afronden; afruimbak; afruimen; afschieten; afstoffen; aftellen; afvalzak; afwasbaar; afwezig zijn; afzender; agenda; akkerbouw; akkerbouwbedrijf; akkerbouwer; aldoor; alg; alinea; allereerst; allerlaatst; als ... dan ...; als twee druppels water; als volgt; ambtenaar; anderhalf; andersom; antwoordapparaat; arbeider; archeologisch; archeoloog; ark; arrestatie; arresteren; artikel; as (wiel); assistent; astronaut; atlas; automaat; automobilist

B

baai; babbelen; badge; bagagedrager; bakfiets; balie; balken (ezel); balkon; bankafschrift; bankbiljet; bankpas; bankrekening; bar; baron; bassist; bast; baten (helpen); beangstigen; beantwoorden; beeldig; begeven; beginpunt; behalen; bekende; beker; bekijk het maar; bekken; belachelijk; belanden; benaderen; benieuwd; benodigdheden; benzine; berekenen; berm; beschadiging; bescheiden; beslag; beslissen; beslissing; besluit; besparen; besteden; bestellen; bestelling; bestelwagen; bestemd voor; bestraffen; besturen (land); betaalmiddel; betrappen; beuk; bevolking; bevriezen; bevroren; bevruchten; bewaren; bewijs; bewoonbaar; bewust; bezitten; bezoekuur; bezorgen; bijeen; bijeendrijven; binnenband; binnenland; bizon; blaasbalg; blank (huidskleur); blank staan; blijdschap; blik; bloesem; blubber; boerenkool; bont (kleur); boodschappen; boog; boomgaard; boomgrens; boomtak; boomtop; bosrand; boswachter; bouwen; boven water komen; bovenstaand; braderie; brandbaar; brandnetel; brandstof; breedte; briesje; broedziek; brommen; bron (water); bruidspaar; bruikbaar; brullen; brutaliteit; bui; buideldier; buitengewoon; buitenland; bungelen; button

C

cactus; camera; campagne voeren; camper; canon; ceintuur; celsius; centrum; chalet; chef; chic / chique; Chinees; chipknip; cirkelen; citroen; citrusvrucht; code; commentaar; computerscherm; conclusie; constant; container; controleren; corrigeren; corsage; couplet; cruise

D

daad; daaruit; dag in dag uit; dagblad; dagelijks; dakgoot; dakloos; dakpan; dam; damp; dankzij; dans; darm; dartelen; dat scheelt tijd; dauw; de avond valt; de benen uit je lijf lopen; de groeten doen; de keel schrapen; de mouwen opstropen; de proef op de som nemen; de schouders ophalen; de tafel dekken; de tent afbreken; de tranen staan in de ogen; de wind gaat liggen; de wind steekt op; de zenuwen krijgen; decennium; decimeter; degen; denken om; dennenappel; dergelijke; deskundig; deskundige; deurklink; deurmat; dia; dichtbij; dichter; dierenhuid; dijk; dikte; diverse; doelman; dof (kleur); dolk; donderen; donderwolken; donkere kamer; door en door; doorbreken; doorbrengen (tijd); doorhebben; doorn; draaierig; drietand; driftkikker; drinken; drogist; druipen; druk hebben; drum; drummer; druppel; druppen; dubbele punt; dubbelvouwen; duel; duin; duinen; duizendpoot; duo; dwalen (zwerven); dynamo

E

eau-de-cologne; eb; echtpaar; eekhoorn; een dak boven je hoofd hebben; een en ander; een hele kunst; een poosje; een smak maken; een tent opzetten; een tijdje; een vrolijke boel; eenhoorn; eenmaal; eenmalig; eens; eens zijn; eenvoudig; eeuw; eeuwenlang; eeuwig; eeuwigheid; eidooier; eik; eindpunt; eindstreep; elegant; elektricien; elektriciteitscentrale; elektriciteitskabel; elektriciteitsleiding; elektriciteitsmast; elk vogeltje zingt zoals het gebekt is; embleem; energie; energie; envelop; er een oplossing voor vinden; er komt geen eind aan; er niet mee zitten; er zit niks anders op; erachter komen; erdoor; erfenis; ergens doorheen praten; ergens gek op zijn; ergens iets voor overhebben; ergens samen uitkomen; ergens schoon genoeg van hebben; esdoorn; etage; etalagepop; etenstijd; etiket; eventueel; evenwicht; export

F

fabel; fan; farao; fietsketting; fietspomp; filmcamera; filmen; filter; financiën; flatscreen; flitsen; fluitist; folder; fontein; fossiel; foto; fotoalbum; fotograaf; fotograferen; frame; franje; frankeren; fris (koud); fruitteelt

G

gasleiding; geadresseerde; gebaren; gebeurtenis; gebied; geboorteregister; gebruik; gebruiksvoorwerp; geest; gegeven; geheimschrift; gehoorgang; gekleurd (huidskleur); geleedpotigen; geleerde; gemeente; gemeentehuis; gerecht; gereed; gerimpeld; geschiedenis; gespannen (nerveus); gespannen (niet slap); gespleten; gestuntel; getallenlijn; geul; geurig; gevaarlijk afval; gevel; gewaad; gewelddadig; geweldloos; gewervelde dieren; gewicht; gewoonlijk; gezamenlijk; gezond; gids; gips; gitarist; gladiator; glastuinbouw; glimlach; glinsteren; glitter; gloeilamp; goederenvervoer; golvend; gordijn; gozer; graad; graaf; gracht; grafkamer; gram; grapefruit; grasland; grens; grijns; grinniken; groen; groentenla; grommen; grommen; groots; gsm; gulzig; guur (weer)

H

haastig; hagelsnoer; hak; halfuur; halfvol (half vet); halsketting; halverwege; handel; handelaar; handelen; handleiding; handrem; handvat; hapje; harpoen; herberg; herinneren; hertog; het benauwd hebben; het erbij laten; het ergens (niet) mee eens zijn; het goed kunnen vinden met; het hoog in je bol hebben; het is geen pretje; het is mislukt; het is weer raak; het niet meer zien zitten; het op een lopen zetten; het te bont maken; hevig; hitte; hof; hofdame; hofnar; hongerig; hoofd; hoofd van de school; hoofdpersoon; hoofdstad; hoogte; hoogtekaart; hooikoorts; hopelijk; horige; houdbare producten; houtbewerken; houten klaas; houthakker; huidskleur; huilen; huisnummer; humor; huwelijk; hypothese

I

ideaal; iemand de hand schudden; iemand doden; iemand doorhebben; iemand een mep verkopen; iemand een pluimpje geven; iemand een verklaring geven; iemand ergens toe brengen; iemand gevangen nemen; iemand goede raad geven; iemand het leven redden; iemand het naar de zin maken; iemand iets kwalijk nemen; iemand in de gaten houden; iemand in de maling nemen; iemand meetrekken; iemand mogen; iemand op de huid zitten; iemand op zijn gemak stellen; iemand ophouden; iemand opwachten; iemand overhalen; iemand schrik aanjagen; iets / iemand beoordelen; iets uitdrukken; ijsklontje; ijsmeester; ijspegel; ik peins er niet over; import; in de puree zitten; in een notendop; in elkaar schuiven; in elkaar zetten; in het huwelijk treden; in het kort; in het vervolg; in het water vallen; in vergelijking met; indruk; ingewikkeld; ingreep; inhoud; initiatief; inkomen; inkomsten; inkopen; inplakken; internet; intoetsen; inwisselen; inwoner; inzamelen; inzameling; irritant

J

jaar; jaarlijks; jaartelling; je buik ervan vol hebben; je gang gaan; je hoofd er niet bij hebben; je neus ergens voor ophalen; je oren niet kunnen geloven; je oren spitsen; je wenkbrauwen optrekken; jongste; journalist; judo

K

kaak; kaarsrecht; kabbelen; kade; kajuit; kakkerlak; kalmte; kampvuur; kanaal; kangoeroe; kantelen; kappen (van bomen); karakter; karweitje; kas; katoen; kauwen; keer op keer; kelner; kerel; kerker; kettingkast; keukenpapier; keus; kiepauto; kieperen; kikkerdril; kilo; kiwi; kladblaadje; klem; kleren maken de man; kletsen; kliekje; klimaat; klink; knaagdier; knaap; knagen; knalrood worden; knapperig; knarsen; knecht; knieholte; knikken; knikken; knipogen; knipoog; knop; knorrig; knul; koffer; kokosnoot; kolken; kom nou; komende week; komma; kommetje; kookplaat; koopman; koopwaar; kort en krachtig; kortsluiting; kostbaar; kozijn; krachtig; krant; krantenbericht; krantenkop; krassen (raaf); krat; kreet; kreukel; krijger; krimpen; kringloop; kringlooppapier; krommen; krop; kruik; kruin; kruispunt; krul; krullen; kunstmest; kunstschilder; kunststof; kwaal; kwaliteit; kwantiteit; kwartier; kwast; kweken; kwekerij

L

laadbak; laan; laars; laden; lading; lage toon; lakei; lakken; lamel; lampion; land in zicht; landhuis; landing; landkaart; landklimaat; landschap; landweg; lange tenen hebben; langer op mogen blijven; langs de huizen trekken; langwerpig; lans; ledlamp; leefkring; leesteken; legbatterij; legenda; legende; lekker; letsel; levensgroot; lever; lever; lichaamshouding; lievelingskost; light (weinig vet); lijden; lijkt nergens op; limoen; linkerbeen; linkerhelft; linkeroever; liter; locatie; loempia; logisch; long; lood; loods; lopende band; lubberen; luchtfoto; luik; lusten; luxaflex; luxe

M

maag; maaien; maaimachine; maakt niet uit; maalsteen; maand; maandelijks; maat (vriend); macht; machtig; mager (weinig vet); magneet; magnetisch; magnetisme; make-up; mals; mammoet; man; mandarijn; mannequin; meer; meerderheid; meest; meid; mekaar; melden; melkboer; mening; menu; menukaart; merk; merknaam; merkwaardig; mest; mestvork; met het verkeerde been uit bed stappen; met kromme tenen; metaal; meterkast; middel; middel (vervoer); mierenhoop; miezeren; millennium; millimeter; minderheid; minst; minstreel; misdaad; misdadiger; modieus; moedermelk; moeras; mogelijkheid; mondhoek; mossel; motorfiets; motregen; mummie; muzieknoot

N

naar adem snakken; naderbij; naderen; nagaan; namaak; natuurgebied; natuurlandschap; natuurreservaat; navel; nectarine; neerploffen; neerslag; neervlijen; negatief (foto); negatief (oordeel); nevel; nier; niet goed wijs zijn; niet op je achterhoofd gevallen zijn; niet op je mondje gevallen zijn; niet pikken; noodweer; noord; noorden; noordenwind; notenbalk

O

oersterk; olielamp; oliemolen; om zijn; omgekeerd; omkomen; omrekenen; omringen; omslag; onaardig; onbekend; onbewoonbaar; onbruikbaar; ondanks; onder andere; onder de indruk zijn; onder leiding van; ondergaan; onderhoud; onderhouden; onderstaand; onderwerp (taal); onderwijzen; onderzoeker; ondeskundig; ongeneeslijk; ongevaarlijk; ongewervelde dieren; onmisbaar; ons; ontcijferen; ontdekking; ontdekkingsreis; onthullen; ontkoppelen; ontspannen; ontstopt; ontvangen; ontvangst; ontvoeren; ontwaken; onveranderd; onvoldoende; onweer; onzeker; ooghoek; oorschelp; oorspronkelijk; oorzaak; oost; oosten; oostenwind; op ... na; op adem komen; op afstand bedienen; op een oor liggen; op het eerste gezicht; op hoge toon; op jacht; op stap gaan; op zijn neus kijken; opdienen; openen; opensperren; opgave; opgetogen; opgewekt; opgraven; opgraving; opjagen; opkloppen; opkomen; oplaadbaar; opladen; oplader; oplopen; opperhoofd; opscheppen; opschepper; opsnuiven; opvallend; opwindbaar; opwinden; opwinding; opzetten (dieren); opzichter; opzwellen; orde; overblijfsel; overdreven; overdrijven; overhalen; overhandigen; overhoring; overleven; overstromen; overstroming

P

paadje; pan; papierbak; papiermolen; parachute; parachutist; paraplu; parasol; pasfoto; paskamer; paspop; passeren; pasta; pechvogel; pels; penningmeester; pepermolen; periode; persfotograaf; personeel; persoon; petroleum; pianist; picknick; picknicken; pictogram; pier; pijl en boog; pijpenstelen regenen; pilaar; pinautomaat; pincode; pinnen; piraat; piramide; plaatselijk; placemat; plantsoen; plensbui; plezier beleven; ploeg; ploegen; ploegendienst; plooi; pluimvee; pluk; plusje; poffertje; poldermolen; poncho; pond; pont; poolklimaat; poortwachter; pootjebaden; portiek; portier; porto; positief; poster; praktijk; prijs (beloning); prikkelen; prins; proberen; problemen aanpakken; producten; proef; provincie; puin; pukkel; punt (onderwerp); punt voor punt

Q

quiz

R

raad geven; raamkozijn; race; racestuur; rappen; ratelen; ratelslang; reactie; rebus; recept; receptionist; rechterbeen; rechterhelft; rechteroever; reclamefolder; reclamespotje; reclametekst; record; recyclen; recycling; redden; reden; reflector; refrein; regenen dat het giet; regenjas; regent; regenval; regenwater; regenwoud; regisseur; register; reistas; rekenen op; remkabel; reptiel; reservaat; restaurant; resten; ribbel; richel; richting; riem (roeispaan); rij namen aflopen; rijsttafel; rijwiel; riolering; riool; riviermonding; roddelen; rodekool; roestig; rondbrengen; rondscharrelen; rondtrekken; rondvaart; route; ruim; ruimte (plek); ruimtecapsule; ruimteschip; ruimtevaarder; ruk

S

salamander; salaris; samenstelling; samenvatting; sarcofaag; satelliet; saxofonist; saxofoon; schaal (aardrijkskunde); schaaltje; schakelaar; scharrelei; scharrelvlees; schat; scheepvaart; scheldwoord; schemering; scheurbuik; scheut; schildknaap; schooltaal; schoonheid; schoonvader; schors; schrijftaal; schuit; seconde; secretaresse; secretaris; shop; shoppen; sijpelen; situatie; slachten; slachthuis; slagboom; slagen; slank; slapen als een roos; slappe lach; slechts; sleep; sleepboot; sleutel (oplossing); sleutelbeen; slok; sloot; slurf; smaken; smelten; smijten; snack; snappen; snauwen; snelbinder; snikheet; snipper; soap; songfestival; spaarlamp; spandoek; spectrum; speer; spelling; spijkerbroek; spinnen; spiraal; spoedig; spotprent; spotten; sprakeloos zijn; spreekbeurt; spreekkamer; spreektaal; spreekuur; spriet; staal; staan te trappelen om iets te doen; staart; staartdeling; stadhuis; stadsmuur; stadspoort; stadsrand; stam; stamelen; stap voor stap; startsein; statief; steenbok; stekelig; stekker; stengel; sterven; stiefzus; stokstijf blijven staan; stomp; stopwatch; stortbui; storten; strafpunt; stralen (gezichtsuitdrukking); strandstoel; streek (regio); streep; streng; stripboek; stripfiguur; stroming; stronk; stroom (rivier); stroombron; stroomkring; stroper; struikrover; stuitje; succes; succulent; suizen; supermarkt; suppoost; symbool

T

taal; tafeldekken; tamboerijn; tanden; techniek; technisch; teckel; teelt; tegemoet; tegen (contra); tegen iemand uitvallen; tegengestelde; tegenwind; tegenwoordige tijd; tekeergaan; tekenaar; tekst; tekstwolk; telefoneren; telen; teleurstelling; telwoord; tempo; ten slotte; tentoonstelling; terecht (gevonden); terechtkomen; terp; terras; terugkeren; terugtraprem; tetteren; textiel; thuistaal; tieren; tin; tipi; titel; tochten; toejuichen; toespraak; toestand; toga; totempaal; touringcar; traditie; traditioneel; traject; transformator; trapveldje; treffen; treiteren; trektocht; triangel; trommelaar; trompet; trompetteren; trompettist; troon; tropisch; trots; trouwdag; tuinbouw; tuinbouwbedrijf; tuinbouwer; tuinder; tulband; tussendoortje; tussenstand; tv-serie; twijfel; twijg; typen; typiste

U

uit je neus eten; uitbarsten in; uitdrogen; uitdrukking; uitdrukking (gezicht); uiteindelijk; uiterwaard; uitgang (woord); uitgave; uitgebreid; uithouden; uitkomen (waar worden); uitkomen op; uitleg; uitoefenen; uitproberen; uitpuilen; uitrusting; uitspreken; uitstallen; uitstapje; uitsterven; uitstralen; uitvallen (stroom); uitvoeren; uur

V

vaag; vaarweg; vakantieoord; van boven af; van slag zijn; vast en zeker; vastlijmen; vastplakken; veehouder; veel aan je hoofd hebben; veer; veerpont; veeteelt; veeteeltbedrijf; vegetarisch; veiligheidsriem; ven; vent; ver weg; veranda; verbaasd opkijken; verbinding; verbleken; verblind worden; verbruik; verbruiken; verdampen; verdienen; verdrogen; verenpak; vereren; vergaderen; vergeven; vergroot; verhitten; verkeersdrempel; verkeerslicht; verkennen; verklappen; verklaren; verklaring; verkleden; verknoeien; verlaten; verleden tijd; verlichting; verloofde; verloten; verloven; vermelden; vermengen; vermommen; veroorzaken; verroest; verroesten; verrot; verrukt; verschrikkelijk; verse producten; verslepen; versleten; versnelling; versnipperen; verspillen; verspilling; verstaan; verstevigen; verstoppen; verstopt; versturen; vertrek (kamer); vervallen; vervellen; vervolgen (doorgaan); vervolgens; vervuilen; vervuiling; verwarren; verwarring; verzenden; verzoek; verzwikken; vetlaag; vijver; Viking; villa; vilt; violist; vioolspeler; visserij; vitrine; vlakte (gebied); vloed; vluchtheuvel; voelbaar; voering; voicemail; vol (veel vet); voldoende; volk; volle maan; volledig; vondst; vonk; vonkenvanger; voor (pro); voorbereiden; voorbereiding; voordelig; voordeur; voorgevoel; voorgoed; voorin zitten; voorpagina; voortdurend; voorzetsel; vorst; vouwwerk; vraagzin; vracht; vredelievend; vuilniszak; vuursteen; vuurwerk afsteken

W

waarbij; waarde; waardebon; waaruit; waden; wak; wal; walrus; walvis; walvisjager; walvisvangst; wand; warenhuis; wasbak; wasbeer; water opvangen; waterdamp; waterdicht; waterijs; waterleiding; watermeter; wateroppervlak; waterplas; waterpolitie; waterrat; watersport; watertoren; waterverf; waterweg; waterzuivering; watje; weekblad; weer slaat om; weerbericht; weggooien; wegspoelen; wegwaaien; wekelijks; werkelijkheid; werken; werkloos; werkloze; werknemer; werkwijze; werkwoord; werkzaam zijn; wespennest; west; westen; westenwind; wet; wigwam; wijf; wildernis; wilg; windkracht; windmeter; windrichting; windroos; windstil; windstoot; windstreek; windvlaag; winkelcentrum; winkelen; winkelstraat; winkelwagen; wisselvallig; woestijn; woestijnklimaat; wolkendek; woord; worp; wortel schieten; woud; wraak; wuiven

X

xylofoon

Y

yell

Z

zaagmolen; zadelhoogte; zandbank; zandzak; zee; zeeklimaat; zeespiegel; zeewier; zeildoek; zekering; zelden; zelfstandig naamwoord; zender; zich bezeren; zich ergens op verheugen; zich voorstellen; ziekenhuisopname; zigeuner; zijde; zijn gezicht vertrekken; zijn slag slaan; zin hebben in; zinsdeel; zinskern; zintuigen; zo direct; zo nu en dan; zonnebaden; zonnehoed; zonnewijzer; zool; zorgelijk; zorgzaam; zoutvat; zowat; zuid; zuiden; zuiderwind; zuivel; zuur; zuurkool; zweer; zwellen; zwelling; zwemvlies; zweren; zwerven; zwerver

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Index_basiswoordenlijst_groep_5&oldid=565135"