Herfst

Uit Wikikids
Ga naar: navigatie, zoeken
Herfstbladeren
Eikels en bladeren
Herfstbos in Duitsland
Paddenstoel - Vliegenzwam

Herfst (of najaar) is 1 van de 4 seizoenen, naast de lente, zomer en winter. De herfst begint officieel op 21september en duurt t/m 20 december. De zon gaat steeds minder schijnen. Dat deed hij eigenlijk al na 21 juni. Alle planten, bomen en dieren maken zich klaar voor de komende winter.

Seizoenen

De aarde draait in een heel jaar een rondje om de zon. Maar omdat de stand van de aarde ten opzichte van de zon een beetje scheef is, schijnt de zon in de zomer het meest op het noordelijk halfrond van de aarde en in de winter op het zuidelijk halfrond. Bij het begin van de herfst en de lente is de stand van de zon er precies tussenin. Je kunt dat goed zien in dit filmpje van de draaiing van de aarde rond de zon.

Wanneer begint de herfst?

Op het noordelijk halfrond begint de herfst officieel op 21 september. De echte astronomische herfst begint op 22 september en soms zelfs op 23 september. De dag en de nacht zijn dan ongeveer even lang. Op het zuidelijk halfrond is het precies andersom, daar begint de herfst op 21 of 22 maart.

Kenmerken van de herfst

  1. Het wordt steeds vroeger donker.
  2. De zon heeft steeds minder kracht omdat hij lager staat en buiten wordt het steeds kouder.
  3. De wintertijd gaat weer in.
  4. Bomen en planten maken zich op voor de winter.
  5. Je ziet veel vruchten en zaden in het bos.
  6. Sommige dieren maken zich klaar voor hun winterslaap of winterrust.
  7. Trekvogels trekken naar warmere gebieden om te overwinteren..

Dagen worden korter

Omdat de stand van de aarde ten opzichte van de zon voor het noordelijk halfrond anders wordt (de zon staat veel lager) hebben de stralen van de zon niet zoveel kracht meer. De dagen worden ook steeds 'korter' (het blijft korter licht). Op de laatste zondag van oktober wordt ook de wintertijd weer ingevoerd.

Herfstkleuren

In de herfst maken planten en bomen zich klaar voor de winter. In de herfst worden de dagen korter. De bladeren krijgen steeds minder energie van de zon. Ze maken dus steeds minder voedsel. Wel blijven ze water verdampen. Door de kou kan de boom geen water meer opzuigen. Als de bladeren aan de boom zouden blijven zitten, droogt de boom uit. De boom zou dan doodgaan. Daarom haalt de boom het bladgroen en andere bruikbare stoffen uit de bladeren. Als het bladgroen uit de bladeren verdwijnt, zie je alleen nog de rode en gele kleurstoffen van het blad. Zo ontstaan de prachtige herfstkleuren.

Knoppen

Ook maken struiken en bomen vast knoppen, die in het voorjaar weer gaan uitlopen. De knoppen zijn goed beschermd tegen de kou door schubben, die soms ook heel stevig en kleverig zijn, zoals de kastanje. Sommige knoppen zijn heel klein, maar anderen weer best heel groot (kastanje). Eenjarige planten sterven helemaal af, maar bij meerjarige planten sterven alleen de bovengrondse bladeren af. De wortelstok, wortelknol of een bloembol zal in de lente weer gaan uitlopen en een nieuwe plant of bloem vormen.

Vruchten

Struiken en bomen hebben uit hun bloemen van het voorjaar zaden en vruchten gemaakt. Sommige zaden zijn door de wind meegenomen, verspreid door het wegspringen van de zaden (bijvoorbeeld de springbalsemien), maar veel zaden worden verspreid via dieren. Zaden die in bessen zitten, worden elders weer uitgepoept. Andere zaden , zoals de eikels, kastanjes, beukennootjes, enz. worden verstopt als wintervoorraad, deels vergeten en hieruit groeien weer nieuwe planten en bomen.

Paddenstoelen

Typisch voor de herfst zijn de vele paddenstoelen die je kunt vinden. Paddenstoelen groeien vaak op wat vochtigere plekken en die zijn er in de herfst volop te vinden. Een paddenstoel groeit uit een spore (een soort zaadje) dat uit de hoed van een paddenstoel is gevallen. Als een spore op de grond terechtkomt, kan er een paddenstoel uit groeien. Dat gebeurt alleen als de grond een beetje vochtig is. En het moet niet te warm en niet te koud zijn. Een paddenstoel maakt ontzettend veel sporen. Ze wegen niets en dwarrelen soms ver weg. Er zijn er daarom altijd wel een paar die op een goed plekje terechtkomen. Uit de spore groeit eerst één wit draadje. Al gauw is er een wirwar van witte draadjes: de zwamvlok. Aan het uiteinde van een draadje groeien kleine knobbeltjes. Die duwen zich omhoog door de grond en daar is hij dan... de paddenstoel. Een zwamvlok en een paddenstoel heten samen zwam. Er zijn veel giftige paddenstoelen. Eetbare paddenstoelen zijn de cantharel, de oesterzwam, het eekhoorntjesbrood en verschillende soorten champignons.

Dieren in de herfst

trekvogels trekken weg

Veel vogels trekken in de herfst naar warmere landen in het zuiden van Europa en Noord-Afrika. De broedgebieden in Nederland zijn in de winter ongeschikt om te overleven. In de winter is het in de broedgebieden in het algemeen niet te koud, maar er is te weinig eten, of het voedsel is onbereikbaar door ijs of sneeuw. De vogels trekken daarom naar gebieden waar ze wel voldoende voedsel kunnen vinden.Ze kunnen daar beter overwinteren en zullen in de lente weer naar ons land terugkeren. Dat zijn bijvoorbeeld de zwaluw, de ooievaar, de nachtegaal en de koekoek. Er zijn ook vogels uit Scandinavië die in de winter naar ons land trekken, omdat het hier niet zo koud is als in het hoge noorden. We noemen deze vogels wintergasten. Voorbeelden hiervan zijn de kleine zwaan, de wilde zwaan, de rotgans en de koperwiek. Vogels die het hele jaar in ons land blijven, noemen we standvogels.

winterslaap en winterrust

Sommige dieren trekken weg naar warmere streken. Denk maar aan trekvogels. Maar ook sommige vissen, vlinders en andere insecten trekken weg op zoek naar de warmte. Andere dieren verstoppen zich. In de grond of de modder. Er zijn ook dieren die zich aanpassen. Ze krijgen bijvoorbeeld een wintervacht, leggen een voedselvoorraad aan of kruipen in een winterschuilplaats. Daar houden ze een winterslaap tot het weer voorjaar wordt. Sommige dieren slapen maanden achter elkaar, anderen worden af en toe wakker om even te eten. De eekhoorn is hiervan een goed voorbeeld. Echte winterslapers zijn bijvoorbeeld de egel, de adder en de vleermuis.

zomerkleed wordt winterkleed

Er zijn ook dieren die in de loop van de seizoenen van vacht veranderen. Zij krijgen in de winter (eigenlijk aan het eind van de herfst) een lekkere warme jas aan en zo kunnen zij veel beter tegen de kou. Als het lente wordt verdwijnt de wintervacht weer en maakt plaats voor een dunnere zomervacht.

Regen en storm

Als je aan de herfst denkt, denk je ook aan regen en herfststormen. In de zomer wordt water in de zeeën en oceanen flink opgewarmd. In de herfst daalt de temperatuur op het land door de stand van de aarde (minder zon / warmte omdat de dagen korter worden). Als het verdampte water uit de opgewarmde oceaan of zee aan land komt, gaat het snel condenseren (samenklonteren tot druppels) door de kou. Dan ontstaat er regen. Door de grote verschillen in de drukgebieden ontstaat er veel wind. Tijd dus voor je regenjas en een paraplu en extra goed oppassen in het verkeer! Jij ziet auto’s minder snel, maar automobilisten zien jou vaak ook niet goed door alle regen op de (half beslagen) ruiten.

Clips van Schooltv


Test je kennis


Externe links

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Herfst&oldid=489743"