Help mee! Maak een account en maak WikiKids beter!

Bluegrass

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bill Monroe's Gibson F-5 Mandoline

Bluegrass-muziek is een muziekstijl van Amerikaanse rootsmuziek ofwel Americana, dat zich in de jaren '40 van de twintigste eeuw ontwikkelde in de Appalachen in de Verenigde Staten. De bluegrass ontleent zijn naam aan de band 'Bill Monroe en de Blue Grass Boys'. Bluegrass heeft wortels in traditionele Engelse, Schotse en Ierse ballades en dansmelodieën. En in traditionele Afro-Amerikaanse blues en jazz. Bluegrass werd verder ontwikkeld door muzikanten die met Monroe speelden, waaronder 5-snarige banjospeler Earl Scruggs en gitarist Lester Flatt . Monroe typeerde de muziekstijl als: "Schotse doedelzakken en ole-time fiddlin". Hij verbindt het met het Amerikaans geloof als van de Methodisten en Baptisten. Het is volgens hem blues en jazz en het heeft de sfeer van een "jankend en eenzaam geluid".


Bluegrass muzikanten gebruiken akoestische snaarinstrumenten en ze benadrukken de zogeheten off-beat (dit is een ritme waarbij het accent 1-8 na de tel ligt). Je verwacht op bepaalde momenten noten, maar in tegenstelling tot relaxte blues waarbij de noten achter de maat liggen, wordt zo het energiekere van de bluegrass gecreëerd. In bluegrass, zoals in sommige vormen van jazz, spelen één of meer instrumenten elk om de beurt de melodie en improviseren eromheen, terwijl de anderen de begeleiding uitvoeren; dit komt vooral voor bij melodieën die breakdowns worden genoemd. Dit in tegenstelling tot oude (klassieke) muziek, waarin alle instrumenten samen de melodie spelen of het ene instrument de leiding heeft terwijl de andere de begeleiding verzorgen. Breakdowns worden vaak gekenmerkt door snelle tempo's en ongebruikelijke instrumentale behendigheid en soms door complexe akkoordwisselingen.

Er zijn drie belangrijke substijlen van bluegrass. Traditionele bluegrass heeft muzikanten die volksliederen spelen, melodieën met traditionele akkoordenschema's en ze gebruiken alleen akoestische instrumenten, met als voorbeeld dus Bill Monroe. Progressieve bluegrass- groepen gebruiken mogelijk elektrische instrumenten en 'hergebruiken' liedjes uit andere stijlen, met name uit de rock-'n-roll. Voorbeelden zijn onder meer Punch Brothers en Cadillac Sky en Bearfoot. Een ander substijl, bluegrass-gospel, gebruikt christelijke teksten en soulvolle drie- of vierstemmige harmoniezang. Een nieuwere ontwikkeling in de bluegrass-wereld is de neo-traditionele bluegrass; geïllustreerd door bands als The Grascals en Mountain Heart. Bands die deze substijl spelen hebben doorgaans meer dan één leadzanger. Bluegrass-muziek heeft wereldwijd een divers publiek aangetrokken. Een bekende bluegrass speler is Tony Rice.

In tegenstelling tot reguliere countrymuziek wordt bluegrass traditioneel gespeeld op akoestische snaarinstrumenten. De viool, vijfsnarige banjo, gitaar, mandoline en contrabas (snaarbas of staande bas) worden vaak vergezeld door de resonatorgitaar (ook wel een dobro genoemd) en (soms) accordeon, mondharmonica of jodenharp . Het gebruik van deze instrumenten is ontstaan ​​in landelijke dansbands en vormt de basis waarop de vroegste bluegrassbands werden gevormd.

Links voorbeeldvideo's YouTube

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Bluegrass&oldid=729964"