Klavecimbel

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vlaams klavecimbel

Het (of de) Klavecimbel is een toetsinstrument welke in de 14e eeuw is ontstaan in het Bourgondische en Italiaanse deel van Europa. Het instrument is verwant aan het spinet of de virginaal. Omdat het een zeer kostbaar instrument was (is) kwam het vrijwel alleen voor op de adellijke hoven. Aanvankelijk werd er muziek op gespeeld wat eigenlijk bedoelt was voor het pijp- of kerkorgel, maar al snel verscheen er voor het instrument zelf bladmuziek. Meestal was dit niet religieus (kerkelijk) maar werelds van aard. Een bekend voorbeeld van klavecimbel geluid is het liedje onder de paddenstoelen in de Efteling.

De verticale of rechtopstaande Clavicytherium is verwant aan het klavecimbel. Je kunt het vergelijken met de latere buffetpiano waarbij de snaren ook verticaal zijn.

Hoe het begon

Wie het instrument heeft uitgevonden is onduidelijk. Mogelijke voorlopers van het klavecimbel zijn citerachtige instrumenten als het psaltérion wat je met een pennetje (plectrum) bespeeld of het tympanon wat met hamertjes wordt bespeeld en vergelijkbaar is met het hakkebord. Wat werkwijze betreft komt het psaltérion het dichtst in de buurt. Het tympanon gaat meer in de richting van een klavichord of de latere piano. De vroegere versies werden nog op een tafel geplaatst, het zogeheten clavicembalum. Later kregen ze een eigen 'onderstel' zoals bij een vleugel. Ook konden de klankkasten met daar overheen de snaren rechtop staan zoals bij een gewone piano, het zogeheten clavicytherium. De instrumenten waren vaak prachtig beschilderd en daarmee een kunstwerk voor in de salon. Sommige klavecimbels hebben twee klavieren.

Werking

Bovenste deel van de wipconstructie 1) snaar 2) tong-as, 3) tong, 4) plectrum, 5) demper.

Werd het psaltérion nog met een soort plectrum in de hand bespeeld, zo bedacht men voor het klavecimbel een manier om een pennetje aan een toets te verbinden. Voor elke snaar één. De toets vormt een soort wip met aan het andere uiteinde een opgaand deel (zie afbeelding). In dit deel scharniert de tong (3) met dwars daarop bevestigd het plectrum (4) rond een asje, de tongas (2). Het plectrum was aanvankelijk een pen van ganzenveer. Als de toets wordt ingedrukt gaat het bovenste deel omhoog, kantelt de tong (3, roze) iets naar achteren en neemt het plectrum de snaar iets mee naar boven. Totdat de spanning van snaar zo groot wordt en het er van het plectrum af springt. Dan klinkt de toon. Laat je de toets vervolgens los dan zakt het geheel weer en drukt de demper (5) op de snaar waarbij de toon snel weg gaat. Door deze werking is het niet mogelijk om tonen lang door te laten klinken. Vandaar dat de klanken van een klavecimbel wat 'hakkerig' overkomen (staccato). Door de toets snel achter elkaar te bespelen (triller) kun jet het geluid als het ware langer maken.

De hele tonen zijn verbonden aan zwarte toetsen en de halve tonen aan witte. Dit is precies andersom dan bij een piano. Dat kwam omdat de zwarte toetsen van hout waren en de witte bedekt waren met ivoor, wat heel duur was.

Aanvankelijk werd het instrument gebruikt als solo instrument. In de barokke muziek kreeg het vaker een begeleidende rol. Nadeel van het instrument is ook dat het geluid altijd even hard is waardoor het vrijwel onmogelijk is om afwisselend hard en zacht te spelen (dynamiek). Vandaar dat men in het tijdperk van het Classicisme zocht naar andere mogelijkheden, waarbij uiteindelijk de piano ontstond.



Links

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Klavecimbel&oldid=689218"