Jeanne d'Arc

Uit Wikikids
Ga naar: navigatie, zoeken
Joan of arc miniature graded.jpg

Jeanne d'Arc (in haar tijd Jehanne d'Arc en bewonderend de Maagd van Orleans, geboren op 6 januari 1412 te Lotharingen - gestorven op 30 mei 1431 in Rouen, Normandië) was een Franse heldin en heilige die wordt gezien als de redster van heel het koninkrijk Frankrijk. Ze werd geboren als een simpel boerenmeisje en stierf als de redster van Frankrijk en degene die ervoor had kunnen zorgen dat Karel VII van Frankrijk koning werd. Het was eigenlijk best wel raar van die Karel, dat mede door hem Jeanne aan haar einde is gekomen.

Wat speelde er in die tijd?

De Slag bij Azincourt, een gigantische nederlaag voor de Fransen

Jeanne d'Arc leefde tijdens de Honderdjarige Oorlog. De Engelsen waren wegens een ruzie om de opvolging van de Franse koning Frankrijk binnengevallen en hadden een heel groot deel bezet. Frankrijk was wanhopig en wachtte op haar einde. Het was al erg lang oorlog en het land was arm. Eerst had het nog geleken of Bertrand du Guesclin het land zou redden, maar toen hij stierf vervielen de hooghartige Franse edelen weer in hun oude doen. Ze streden zonder zinnige tactiek. Liever wilden ze afgeslacht worden, dan door een list de Engelsen te pakken. Het volk was moedeloos, arm en hopeloos. Ze hadden geen koning. Hun vorige koning, Karel VI van Frankrijk was dood en de dauphin Vraagteken2.png van Frankrijk, Karel VII kon niet gekroond worden. Dat moest in Reims en die stad was bezet door de Engelsen! Ook Parijs was in Engelse handen. Frankrijk was verdeeld. Veel mensen waren verbitterd, want niet alleen de Engelse beroofden het land, ook Bourgondië deed vrolijk mee. Zelfs een van de laatste écht grote steden, Orléans, werd belegerd, en het leek er nou niet echt op dat de dauphin het kon bevrijden. Je leest het, allemaal niet erg vrolijk gedoe. Jeanne heeft hier een eind aan gemaakt. De Heilige Maagd van Orleans begon als een normaal boerenmeisje, dat zij de redster van Frankrijk zou worden, wist niemand.

Leven

Jeugd

Een schilderij uit 1879 van Jeanne die heiligen ziet.

Jeanne d'Arc werd geboren in het Franse dorpje Domremy en stond bekend als een erg gelovig meisje. Ze was dochter van Jacques d'Arc en Isabelle Devouton. Haar ouders waren niet arm, maar ook zeker niet rijk. Ze had broers en zussen: Jacqeumin, Jean, Pierre en Catherine. Ze werd in het dagelijks leven niet Jeanne, maar Jehanne genoemd. In De rest van Frankrijk zeiden ze wel gewoon Jeanne. Haar dorpsgenoten zeiden later dat ze een heel gelovig meisje was en veel bad, maar dat ze ook gewoon met andere kinderen meespeelde. Ze hielp haar vader en moeder en op het land en er was verder niet echt iets bijzonders aan haar te zien. Vanaf haar dertiende zei ze dat ze stemmen hoorde. De stemmen zouden komen van Jezus, de aartsengel Michaël en van de heilige Catherina en Margaretha. De eerste keer zou ze zich doodgeschrokken zijn toen ze stemmen hoorde en de aartsengel zag. Het is nooit duidelijk geworden of de stemmen er echt waren of dat ze gewoon in haar fantasie waren. De stemmen droegen haar op om Frankrijk te bevrijden van de Engelsen.

Naar Orleans!

Het kasteel van Chinon waar de dauphin zetelde.
Jeanne bij Orléans.

Jeanne werd eerst bang van de stemmen en wist niet wat ze moest doen. Ze vertrok eind 1428 naar de plaatselijke edelman: Robert de Bradicourt. Deze geloofde haar eerst niet. Er waren wel meer vrouwen die beweerden dat ze de redding van Frankrijk waren en die uiteindelijk alleen maar op geld of aandacht uit waren. Uiteindelijk raakte hij ervan overtuigd dat Jeanne d'Arc gezonden was door God zelf. Tja, ze hadden toch niks meer te verliezen. Ze vertrok naar Chinon, een klein plaatsje waar dauphin Karel VII zetelde. In het begin maakte ze geen goede indruk bij het hof. Ze vonden haar namelijk gewoon een boerin die op het veld thuishoorde, maar ze kreeg toch wel de nodige bewondering. Het verhaal gaat namelijk dat ze de troonzaal binnenkwam en dat op de troon een man zat. Vanzelfsprekend zou dat de koning zijn, maar Jeanne had de list door en herkende in een toeschouwer de dauphin. Ze werd goede vrienden met de dauphin en kreeg vijanden zoals de persoonlijke adviseur van de dauphin. Wel kreeg ze vrienden zoals Gilles de Rais, een belangrijk edelman die na haar dood gek zou worden en uiteindelijk ook verbrand werd. Ze won het vertrouwen van de dauphin en wist gedaan te krijgen dat hij haar zending geloofde. En hoe bizar het ook klinkt, Jeanne kreeg een heel leger van de dauphin. Terwijl ze optrok gebeurde er wonderen in het leger. Er gingen namelijk met een leger veel prostituees mee, de legeraanvoerders wilden dit nooit maar konden er weinig aan doen. Jeanne kreeg het echter gedaan om al deze vrouwen weg te sturen, de soldaten wilden maar wat graag meevechten met een heilig leger, en in een heilig leger pasten geen prostituees. Ook trokken voor het leger tientallen priesters uit. Nee, dit was geen gewoon leger, dit vonden de mensen een heilig leger! Ze kwam in Orléans zonder zelfs maar opgemerkt te worden door de Engelsen. Die waren met te weinig man om de stad helemaal te omsingelen en hadden forten rond de stad gebouwd. Jeanne werd met gejuich ontvangen in de stad. Hoewel de legerleiders probeerden haar buiten de gevechten te houden en haar niet mee te laten doen met besprekingen deed ze dat toch. Ze ging voorop in de strijd en snel was het eerste fort Saint-Loup veroverd. De Fransen werden dolenthousiast van dat meisje in haar harnas met de vlag van de dauphin die zomaar optrok tegen de Engelsen. De Fransen waren nu zo gemotiveerd dat ze de Engelsen bleven aanvielen, die gaven op 8 mei 1429 het beleg dan ook op; Orléans was bevrijd.

Veldtochten

Jeanne tijdens de kroning van Karel, schilderij uit 1854.

Jeanne werd bejubeld als heilige en werd populairder dan de dauphin. Ze trok verder naar Reims om die stad voor de dauphin te veroveren. De tocht verliep goed en uiteindelijk werd de dauphin in de kathedraal van Reims door aartsbisschop Renault de Chartres gekroond tot Karel VII van Frankrijk. Frankrijk had weer een koning! De koning begon nu toch een beetje gemeen te worden. Hij dacht zo van: Bedankt dat je me de troon hebt gegeven, maar nu ben ik de koning dus stop maar met die veldtochten. De koning besloot, om in plaats van de Engelsen, die nu ze zwak waren aan te vallen een wapenstilstand met hen te sluiten! Jeanne was woedend. Had zij net die Engelsen een klap toegebracht, werd er een wapenstilstand gesloten zodat de Engelsen zich weer konden voorbereiden! Jeanne werd in de adelstand verheven, maar daarmee wilde Karel eigenlijk zeggen: Ga maar naar huis. Jeanne wilde dat niet, maar als ze dat wel had gedaan had ze waarschijnlijk langer geleefd...

Gevangen

Jeanne was in adelstand verheven en de koning wilde van haar af. Jeanne luisterde niet, want net nu er een wapenstilstand was, belegerde de Bourgondiërs een stad. Dat kan niet! Dacht Jeanne, en ze ging er met haar leger op af. Voor de muren van Compiègne werd ze gevangengenomen, en Jeanne werd vastgezet in een slot van Jean de Luxembourg. Normaal zouden in die tijd hoge heren hun mensen terugkopen, vooral als die populair waren. Maar weet je wat Karel deed? Niks. Helemaal niks. Hij heeft de hele tijd dat Jeanne vastzat waarschijnlijk niet één keer geprobeerd haar vrij te krijgen! Jeanne was verdrietig over haar gevangenschap en sprong zelfs uit haar gevangenistoren. Het was een wonder dat ze nog leefde! Jean verkocht haar aan de Engelsen. Die begonnen een verhoor, want Jeanne, die werd beschuldigd van ketterij.

Het Proces

Kardinaal de Beaufort ondervraagt Jeanne, schilderij uit 1824.

Jeanne kreeg een proces. Maar niet een normaal proces. Bisschop Pierre Cauchon, die het onderzoek leidde was duidelijk partijdig. Hij en zijn kameraden stelden verraderlijke vragen die ze netjes bleef beantwoorden. De griffier van het proces, Nicolas Bailly kon geen reden vinden om een proces te beginnen, maar naar hem werd niet geluisterd en er werd begonnen aan het proces. Dat bisschop Cauchon partijdig was was duidelijk te zien: Hij koos bijvoorbeeld niet een bisschop die zich goed over Jeanne had uitgelaten om mee te doen aan het proces. Er waren overdreven veel mensen aanwezig die vrijwel allemaal tegen Jeanne waren. het proces duurde van februari 1431 tot mei dat jaar. Het proces zelf hield zich ook niet aan de regels van de Kerk. Jeanne mocht niet biechten, communie doen en naar de mis gaan. Jeanne werd slecht behandeld door de bewakers en ze zei dat die haar probeerde te kussen en aan te raken. Ze werd verhoord en kreeg een rondleiding door de martelkamer. Bisschop Cauchon stelde allerlei strikvragen aan haar, zo vroeg hij bijvoorbeeld een keer: Ben je in de staat van genade. (ben je vroom genoeg om in de hemel te komen). Dit is een strikvraag. Als ze ja zou zeggen was dat ketters maar als ze nee zei gaf ze toe dat ze duivels was. Ze antwoordde:

Als ik het niet ben dat God me dan de staat van genade geeft en als ik het wel ben dat hij me dan in de staat van genade houdt. Ik zou de meest droevige van de ganse wereld zijn als ik zou weten dat ik niet in staat van genade ben.

Daar konden de verhoorders dus helemaal niks mee.

Na een tijdje kwamen er minder ondervragingen. Veel mensen die die meededen aan het proces waren namelijk een beetje onder de indruk van Jeanne, Is deze vrouw wel schuldig dachten ze. Cauchon ging door met ondervragingen, alleen nu met minder mensen erbij. De nieuwe griffier, Guillaume Manchon wilde Jeanne eerlijk behandelen, maar veel kon hij niet doen. Uiteindelijk kwam haar dood toch dichter bij. De geleerde doctoren van de beroemde universiteit van Parijs vonden haar schuldig, net zoals het kapittel van Rouen, de stad waar ze vastzat.

de Brandstapel

Jeanne op de brandstapel, schilderij uit 1843.

Uiteindelijk werd ze naar het klooster van Saint-Ouen gebracht waar al een brandstapel stond opgericht. Jeanne kon de druk niet aan en bezweek. Ze vroeg vergiffenis voor haar daden. De Kerk moest deze vergiffenis wel geven, maar de hoge heren veroordeelden haar tot levenslang, en ze mocht nooit meer mannenkleren of een harnas dragen. Toen ze dat in haar cel toch deed was het met haar gedaan. Ze zei dat ze geen spijt meer had van haar daden en dat ze alleen maar vergiffenis had gevraagd zodat ze niet werd verbrand. Ze wilde nu liever sterven dan levenslang gevangen zitten. Jeanne werd naar de brandstapel geleid, en daar deed de Kerk afstand van haar en mocht ze worden verbrand. De enige reden dat ze eigenlijk verbrand had kunnen worden is dat ze mannenkleren droeg. Daar stond Jeanne op de Oude Markt van Rouen. Koning Karel had haar niet geholpen, de mensen op de Markt hadden medelijden met haar maar deden niks. Kijkend naar een kruis dat haar werd voorgehouden, stierf de heilige Jeanne d'Arc, de Maagd van Orléans en redster van Frankrijk, op een bewolkte 30 mei 1431. Frankrijk treurde, want Jeanne, was dood.

Herroepping van het vonnis

Er zijn drie onderzoeken geweest, en bij alle onderzoeken bleek dat Jeanne onschuldig was. Getuigen die werden ondervraagd en mensen die ze kende zeiden allemaal dat het een vroom, eerlijk en aardig meisje was die absoluut niks had misdaan. Onder paus Calixtus III besloot in 1455 de Kerk eindelijk om Jeanne weer in eer te herstellen. Dit gebeurde, terwijl niets eens alle kennissen van Jeanne waren ondervraagd, zo duidelijk stond vast dat Jeanne onschuldig was. De doorslag gaf inquisiteur-generaal Jean Bréhal. Hij schreef 55 bladzijdes waarin hij Jeanne neerzette als een heilige, en bisschop Cauchon als een ketter. Dat Cauchon inmiddels dood was, maakte niet uit. Jeanne werd in 1909 zalig en in 1920 heilig verklaard.

Wist je dat...

Plaats waar Jeanne d'Arc werd verbrand.

Zie ook

Bronnen

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "http://wikikids.nl/index.php?title=Jeanne_d%27Arc&oldid=413816"